Ook Nederlandse vrouwen in bordeel van Japans leger

TOKIO/ ROTTERDAM, 22 JULI. Ten minste 35 Nederlandse vrouwen in het voormalige Nederlands-Indië zijn tijdens de Japanse bezetting gedwongen geweest zich te prostitueren ten gerieve van Japanse officieren. Gemiddeld 20 keer per dag. Tot nu toe werd aangenomen dat alleen Aziatische jonge vrouwen als seksslavinnen waren gebruikt.

Japans eerste kabinetssecretaris, Koichi Kato, zei gisteren dat zijn regering zich bij Nederland zal verontschuldigen, mocht het krantebericht daarover in de "Asahi Shimbun', waar zijn. “Ongeacht de nationaliteit van de betrokken vrouwen, de Japanse regering zal haar verontschuldigingen aanbieden aan allen die onbeschrijflijk lijden is toegebracht tijdens de oorlog”, aldus Kato.

De Asahi Shimbun, een van Japans serieuze kranten, die gisteren als eerste met het bericht kwam, had de hand weten te leggen op gerechtelijke archiefstukken. Uit deze stukken blijkt dat in 1948 negen officieren van het keizerlijke leger door een internationaal tribunaal in Jakarta zijn veroordeeld voor hun aandeel in het runnen van bordelen voor Japanse soldaten. Een van de officieren is geëxecuteerd, de acht andere zijn veroordeeld tot gevangenisstraffen.

Volgens K. Stolk van de Stichting Japanse Ereschulden in Den Haag zijn in de oorlog zo'n 500 Nederlandse jonge vrouwen gedwongen geweest om in Japanse militaire bordelen te werken. Stolk baseert zich op afschriften van dossiers bij het Algemeen Rijksarchief in Den Haag. Volgens het archief zijn er over de gedwongen prostitutie drie dossiers aanwezig, maar blijven die tot 2025 om privacy-redenen gesloten. De dossiers zijn afkomstig van de voormalige algemene secretarie in Batavia. De stichting heeft onlangs medewerking verleend aan onderzoek in Nederland door de Asahi Shimbun over deze kwestie.

Dr. L. de Jong vermeldt in deel 11 B van het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog dat slechts heel weinig geïnterneerde vrouwen bereid waren tot seksueel contact met Japanners. Daarom gingen de Japanse autoriteiten in 1943 en 1944 drang op de kampleidingen uitoefenen om vrouwen aan te wijzen voor dwangarbeid in legerbordelen.

Pag 3: Vrouwen geslagen en geschopt

Vooral voor vier bordelen ten gerieve van een school van Japanse en Indonesische cadetten in Semarang (Midden-Java) als ook in Magelang zouden Nederlandse meisjes uit interneringskampen zijn gehaald. Volgens de Japanse krant was er ook een bordeel op Flores waar 17 Nederlandse vrouwen in 1944 onder dwang naartoe zijn gebracht. Aanvankelijk was hen voorgehouden dat ze als serveerster zouden werken.

Tijdens het proces van de officier die in 1948 is geëxecuteerd, vertelde een vrouwelijke getuige dat een andere vrouw zelfmoord had gepleegd en dat twee anderen hadden geprobeerd te ontsnappen. Volgens verklaringen destijds van vier Nederlandse vrouwen zijn honderd Nederlandse vrouwen naar een hotel in Semarang gebracht, waar ze werden onderzocht op geslachtsziekten. Daarbij hadden zij ook Chinese en inlandse vrouwen uit Nederlandsch-Indië gezien.

Na het onderzoek waren 20 Nederlandse vrouwen geselecteerd en opgesloten in de hotelkamers. Ze kregen elk 50 gulden. Wie weigerde werd geslagen en geschopt. De 20 zijn vervolgens per trein naar Batavia gebracht waar ze voor een maand zijn opgesloten. Zeventien van hen werden per boot naar Flores vervoerd, waar ze in een bordeel moesten werken.

De vrouwen moesten gemiddeld met 20 soldaten op één ochtend seks bedrijven, daarna met twee lage officieren in de middag en met een hoge officier 's nachts. Ten minste twee vrouwen raakten zwanger en kregen een kind. Twee vrouwen, waarvan nu één in Den Haag woont, hebben hun verhaal aan de Asahi verteld. Ze zeiden dat ze destijds een document moesten tekenen zonder de inhoud te kennen. Wie weigerde moest een ander document tekenen, eveneens met onbekende inhoud, waaruit later bleek dat ze er geen bezwaar tegen hadden om gedood te worden. De andere vrouw met wie de Asahi sprak vertelde dat ze uit angst 50 jaar lang over de zaak had gezwegen, maar zich nog levendig de gezichten van de Japanse officieren herinnert in het kamp waar ze was heengebracht.

Een Japanse regeringsfunctionaris zei vandaag dat zijn land er niet over denkt de vrouwen schadeloos te stellen: “Als we het verzoek tot compensatie accepteren, zullen soortgelijke verzoeken de een na de ander worden gedaan.”