Fusie van scholen komt aarzelend op gang; Friese scholen vormen eerste regionale opleidingencentrum

LEEUWARDEN, 22 JULI. Directeur K. Koops van het Friesland College voor beroepsonderwijs wordt wat lacherig als hem naar de naam van zijn nieuwe school wordt gevraagd: die is er nog niet. “Laten we Friesland College aanhouden”, was zijn voorstel, “dat voldoet, regionaal, nationaal en internationaal”. Maar volgens de drie scholen waarmee het Friesland College op 1 augustus fuseert, drukt die naam onvoldoende uit “dat het om een nieuwe school gaat”. De fusiepartners - het vormingscentrum De Stijl, de stichting voor volwasseneneducatie Het Baken en het Fries Avondcollege - hebben voet bij stuk gehouden. Besloten is om de mammoetschool voorlopig Regionaal Opleidingencentrum Friesland te noemen - “een werktitel” volgens Koops.

Het Regionaal Opleidingencentrum Friesland is het eerste ROC in Nederland. ROC's moeten scholen worden voor middelbaar beroepsonderwijs, basiseducatie (de laagste vorm van onderwijs voor volwassenen), leerlingwezen (een combinatie van praktijk en opleiding), vormingswerk en voortgezet onderwijs voor volwassenen (de vroegere moedermavo). Volgens minister Ritzen kunnen alleen zulke samengebalde scholen "individuele leertrajecten' aanbieden: onderwijs dat door het wegvallen van de scheidslijnen tussen scholen en de introductie van modulen precies aansluit op de wensen van leerling en arbeidsmarkt. Nu zijn er nog zo'n 600 scholen voor middelbaar beroepsonderwijs en volwasseneneducatie, de minister zou graag zien dat dit er een stuk of vijftig werden.

Toen minister Ritzen zijn schaalvergrotingsplan vorig jaar december lanceerde, was de scepsis groot. Scholen voor middelbaar beroepsonderwijs die een paar jaar geleden net waren gefuseerd, instellingen voor basiseducatie die bang waren dat hun alfabetiseringscursussen in het gedrang zouden komen, werkgeversorganisaties die vonden dat het beroepsonderwijs zich niet moest verlagen tot samenwerking met vormingswerk: zij allen hadden hun bedenkingen. Sinds een paar maanden komen bij het "landelijk procesmanagement' voor de ROC's echter de fusie-aanvragen binnendruppelen. Volgens een enquête van het procesmanagement zit zo'n zeventig procent van de scholen inmiddels met collega-scholen om de tafel. Ongeveer de helft van de ondervraagden verwacht over een jaar of vijf te zijn gefuseerd.

Belangrijke reden voor de ommezwaai is dat de Tweede Kamer dit voorjaar de scherpste kantjes van het schaalvergrotingsplan heeft afgehaald. Scholen die alleen maar een samenwerkingscontract sluiten of waarvan slechts de besturen fuseren, mogen zich van het parlement ook ROC noemen. Ook hoeven van de Kamer in een ROC niet meer àlle vormen van middelbaar beroepsonderwijs en volwasseneneducatie op te gaan: twee of drie is ook goed. Maar bovenal heeft een subsidie van 33 miljoen gulden voor onderwijsvernieuwing de belangstelling snel doen toenemen. Volgens een medewerker van het landelijk procesmanagement komen er “postzakken vol” aanvragen voor een bijdrage uit het vernieuwingsfonds binnen.

Het procesmanagement verwacht dat er inderdaad een vijftigtal “redelijk brede” ROC's zullen ontstaan - niet zo breed als de minister had gewild. Een aantal schoolsoorten zal zeker zelfstandig blijven, waaronder de vakscholen voor de horeca, de grafische sector en de scheepvaart. Ook is het merendeel van de 244 instellingen voor basiseducatie van plan eerst onderling te fuseren, om sterker te staan in eventuele fusiebesprekingen met het beroepsonderwijs. De Landelijke Vereniging Directeuren Basiseducatie heeft laten weten niet tegen ROC-vorming te zijn, maar vindt “overaccentuering op beroepsonderwijs gezien de leerwens van het merendeel van onze cursisten niet gerechtvaardigd”.

Ook directeur L. Vos van Het Baken spreekt van “een riskant proces”. Maar in tegenstelling tot de meeste van haar collega's in de basiseducatie heeft zij de sprong in het diepe wel gewaagd: “Het is, vind ik, maar de vraag of je voor de extra zorg voor zwakkeren ook een apart instituut nodig hebt”. Volgens Vos heeft de basiseducatie wel degelijk baat bij de fusie. De scholen zullen van elkaars aanpak leren en tussen diverse schoolsoorten komt aansluiting. Docenten hebben er ook voordeel bij: zij kunnen binnen het ROC gemakkelijker overstappen naar een ander schooltype.

Maar, geeft ze toe, er zijn ook onzekerheden. Onbekend is of er nieuwe huisvesting komt, hoe de toekomst van de docenten eruit ziet en wat de heersende cultuur in het Regionaal Opleidingencentrum Friesland wordt. Er zijn drie studiedagen overheen gegaan voordat iedereen op Het Baken vond dat het nieuwe ROC er moest komen.

Een factor van belang daarbij was de organisatie van de nieuwe school. Om geen enkele fusiepartner het gevoel te geven de underdog te zijn, gaat het Regionaal Opleidingencentrum Friesland in plaats van vier scholen met verschillende afdelingen 22 "units' tellen, van elektrotechniek tot sociale arbeid en van een open leercentrum tot de multi-unit noord (een nevenvestiging in Dokkum). “Schaalvergroting door schoolverkleining”, noemt Koops het.

Inmiddels hebben nog zes andere instellingen voor basiseducatie in Friesland laten weten wel voor aansluiting bij het nieuwe ROC te voelen.