Erfgoed Russische cultuur in hoog tempo verkwanseld

Dmitri Lichatsjov, de 85-jarige literatuurhistoricus en grand old man van de Russische cultuur, publiceerde vorige week in de krant Nezavisimaja Gazeta een hartekreet over de teloorgang van de Russische cultuur. Het stuk, mede ondertekend door dertig wetenschappers en medewerkers van Russische musea, is gesteld in de vorm van een open brief aan president Boris Jeltsin. Hieronder een enigszins verkorte versie van zijn aanklacht.

Meer dan eens hebben wij ons tot u, meneer de president, gewend met het verzoek een einde te maken aan de wetteloosheid en willekeur van kant van de lokale en centrale autoriteiten, die met de culturele erfenis omspringen volgens hun eigen conjuncturele opvattingen. Intussen neemt die willekeur alleen maar toe.

Musea en restauratiewerkplaatsen worden gesloten. Museumcollecties worden in kelders opgeslagen en ontoegankelijk gemaakt voor het publiek en voor wetenschappelijk onderzoek. Museumgebouwen worden te koop aangeboden. En op culturele plaatsen die voor elke Rus heilig zijn, worden buitenhuisjes en commerciële instellingen gebouwd. Het veld waar de beroemde veldslag bij Borodino werd geleverd wordt omgeploegd. Onder het mom van een morele wedergeboorte worden monumenten van wereldbetekenis aan de gemeenschap der gelovigen teruggegeven.

Onze eigen wetgeving en de internationale culturele verdragen die de regering heeft ondertekend, worden voortdurend geschonden. De regering stelt wetten op die de verkoop van onze nationale schatten mogelijk maken. Alle wetten, decreten en beslissingen die betrekking hebben op musea en culturele monumenten worden in achterkamertjes voorbereid zonder inschakeling van specialisten - en dat moet doorgaan voor een "nieuwe stijl van werken'.

Iedereen kan tegenwoordig maar meebeslissen over het lot van musea: gemeenteraden, wethouders, commissies voor eigendomskwesties, het provinciaal bestuur; en dat alles in weerwil van de wet volgens welke alleen het ministerie van cultuur het recht heeft beslissingen te nemen over de culturele schatten van het land.

Er is een belangenconflict ontstaan tussen de musea en de kerk, die beide op hun manier in dienst staan van de geestelijke opvoeding van het volk. Door de ondoordachte, illegale en soms ook autoritaire beslissing om kerkgebouwen terug te geven aan de kerk, verkeert het op zichzelf nobele idee om de Russisch-orthodoxe kerk en de andere geloofsgemeenschappen nieuw leven in te blazen in zijn tegendeel.

Juist die kerken die als museum magnifiek zijn gerestaureerd en waarvan er nog maar enkele tientallen bewaard zijn gebleven, worden aan de kerk teruggegeven. Terwijl ze zich verschuilen achter demagogische leuzen over de noodzaak om gerechtigheid te laten zegevieren, peinzen de lokale autoriteiten er niet over de honderden vernielde kerken, die door hun schuld veranderd zijn in opslagplaatsen, te restaureren. Het is aanzienlijk makkelijker een museum uit een kerk te jagen en een stad daarmee van zijn laatste cultureel bezit te beroven.

Een paar voorbeelden: het provinciale bestuur van Jaroslavl heeft op eigen initiatief het beroemde museum in het gebouwencomplex van Johannes de Doper in Toltsjkov uit het eind van de zeventiende eeuw met unieke fresco's overgedragen aan een gemeenschap van oud-gelovigen, zonder er het ministerie van cultuur zelfs maar van op de hoogte te stellen. Tegelijkertijd staat in Jaroslavl op het grondgebied van een tramremise een enorme kerk met half vergane fresco's - maar daar maken de gemeente noch de religieuze autoriteiten zich druk over.

In de provincie Kostroma zijn slechts acht van de vierhonderd gespaard gebleven kerken als musea in gebruik, en juist op die acht maken de lokale autoriteiten en de kerk aanspraak. Tegelijkertijd beijvert een Russisch-orthodoxe gemeente in Moskou zich tevergeefs voor de teruggave van de kerk van het Heilig Teken, die in gebruik is als kantine voor de medewerkers van het ministerie van gezondheidszorg. In Tobolsk heeft men het oude consistorie, dat deel uitmaakte van een museum, aan een geestelijke academie gegeven, terwijl zich in dat consistorie het grootste etnografische museum van het land bevond, geheel gewijd aan de kleine volkeren van Siberië. En dat terwijl het oorspronkelijke gebouw van de geestelijke academie nog bestaat en nu een technische school herbergt.

De musea en restauratiewerkplaatsen hebben in de donkerste tijden van het totalitaire regime de oud-Russische kunst voor het nageslacht bewaard: ikonen en fresco's, handschriften en wiegedrukken, religieuze voorwerpen, die historische en artistieke waarde hebben en de tradities van de vaderlandse cultuur garanderen.

Het zijn juist de medewerkers van musea, de restaurateurs en de historici geweest die bereikt hebben dat kerken en kloosters, die in gebruik waren als opslagplaatsen, bewaard zijn gebleven, door er voortdurend op te wijzen dat het hier niet alleen kerken betrof, maar culturele monumenten, die een kolossale artistieke en wetenschappelijke betekenis hebben. Zij waren het die hun stem verhieven tegen de voortdurende verwoestingen, verkoop, barbaarse misvorming van oude gebouwen, muurschilderingen, ikonen en decoratieve kunst. De Russische cultuur heeft veel te danken aan deze enthousiastelingen, die aan vervolgingen hebben blootgestaan. Specialisten weten dat de kerk niet in staat is alle problemen in verband met het onderhoud van monumenten in functionerende kerken op te lossen en dat er alleen al in 1990 1441 plunderingen van kerkgebouwen zijn geregistreerd.

De hele wereld bewaart haar kostbaarste schatten in musea. Als we de musea beroven van hun kunstvoorwerpen beroven we onszelf van onze kunstgeschiedenis en ons volk van zijn cultuur. De culturele erfenis is eigendom van het hele volk en alleen de staat is bij machte uit naam van het hele volk op te treden. De regering moet niet alleen in woord, maar ook in daad borg staan voor het behoud van deze erfenis.

Als de in 1990 ingezette campagne geen halt wordt toegeroepen, zal er iets onherstelbaars gebeuren: over vijf tot zeven jaar verliest Rusland alles wat met zoveel moeite en offers in de afgelopen tientallen jaren is verdedigd en gered. En alleen foto's zullen ons dan nog herinneren aan de enorme verliezen.