Eindhoven wil op een echte stad gaan lijken

EINDHOVEN, 22 JULI. “Eindhoven moet van dat dorpse af, we moeten nu echt op een stad gaan lijken.” Zo verwoordt de Eindhovense architect R. van Aken de voortdurende frustratie van Eindhoven, dat nooit echte stadsallures heeft gehad. Door de vestiging in 1890 van Philips groeide een aantal dorpen aaneen tot de vijfde gemeente van het land (200.000 inwoners), maar daar was dan ook alles mee gezegd. Wat er aan ouds was, werd afgebroken, zoals het schilderachtige stadhuisje.

Maar nu komt er, onder supervisie van de Duitse architect Walter Brune, de Heuvelgalerie die Eindhoven de ontbrekende stadsallure moet geven. De Heuvelgalerie is de naam voor het nieuwe stadshart, dat samen met het Muziekcentrum Frits Philips - dat erin is opgenomen - in september wordt geopend. Investering: 300 miljoen gulden, waarvan 65 miljoen gulden voor het Muziekcentrum.

Nu heerst er nog een koortsachtige bedrijvigheid. Stof jaagt door de tochtige gaanderijen. Hemelwater vermengt zich met cement tot een grijze modder. Muziek schalt uit tientallen transistorradio's en probeert het gejank van slijp- en zaagmachines te overtreffen. Eindhovense mannen op leeftijd kijken er naar met een mengeling van spot en ontzag. “Dat dit nog eens uit ons stadje zou groeien; ik ben er kei kapot van.”

Bij de eerste kennismaking raakt men overweldigd door de kolossale afmetingen van vooral het Muziekcentrum: is dat niet een beetje al te fors uitgevallen? Het is zo hoog, aldus de architect, omdat een muziekhal minimaal een inhoud moet hebben van 15.000 kubieke meter en er wegens “economische beginselen” een laag winkels onder geschoven moest worden.

Wat opvalt zijn de bruingele bakstenen muren, waarin het Heuvelcomplex is opgetrokken. Het zijn geprefabriceerde platen: een beetje nep dus voor wie dacht dat steen op steen op ambachtelijke wijze is neergelegd. “We hebben er de fijnheid, het decoratieve mee proberen te bereiken van oude gebouwen, zonder dat gezegd kan worden dat het kitsch is. Ons streven”, aldus Van Aken, “was niet in de eerste plaats gericht op hoogwaardige architectuur, maar op een hoogwaardige acceptatie door de burgerij. Ik heb nog niemand gehoord die zei: het is te groot, te bombastisch.”

De omvang van de Heuvelgalerie is indrukwekkend: ze beslaat eenderde van het totale oppervlak van de Eindhovense binnenstad. Het meest opvallend zijn behalve de bakstenen muren de lichtkoepels, de koperen daken en de groen geverfde aluminium sponningen van ramen en deuren.

Behalve een overdekte winkelpromenade bevat de Heuvelgalerie een casino, woningen, kantoren en parkeergarages. Vooral de winkels (12.000 vierkante meter) worden van groot belang geacht. Met lede ogen moest men aanzien hoe steeds meer Eindhovenaren voor hun inkopen uitweken naar andere steden en dorpen, soms zelfs tot Düsseldorf toe, waar dezelfde Walter Brune het nieuwe stadscentrum ontwierp. Een zogeheten branchemixcommissie houdt in de gaten of er voldoende winkels van kwalitatief hoog gehalte ruimte in de Heuvelgalerie zullen huren. De huurprijzen variëren van 200 tot 1.000 gulden per vierkante meter.

De euforie over de verwachte toeloop naar Eindhovense neringdoenden liep onlangs een gevoelige deuk op toen prof.dr. L. Bak, die als specialist in ruimtelijke economische vraagstukken verbonden is aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, ten overstaan van Eindhovense ondernemers de Heuvelgalerie niet alleen “een monument van zelfoverschatting”, maar ook “een herhalingsoefening” noemde. “Hetzelfde aanbod is in elke andere grote stad te vinden. Meer aantrekkingskracht verwerven kunt u dus wel schudden.”

Aan de kant van de Markt heeft men drie oude panden behouden en ze op een geslaagde manier ingepast in het totaal. Van Aken: “Die drie panden hielpen ons om de juiste schaal vast te houden.” Aan de Nieuwstraat zijn woningen gebouwd met spitse daken, die in het Eindhovense straatbeeld weliswaar een vreemd element zijn, maar niettemin niet misstaan.

De vraag is of de Heuvelgalerie straks, zoals Van Aken hoopt, het gezicht van Eindhoven in de fantasie van inwoners en niet-inwoners zal bepalen. “Als men nu Eindhoven zegt, denkt men aan Philips en het Evoluon, aan de technische universiteit en aan de Bijenkorf, aan het stadhuis en aan het uitgaanscentrum Stratumseind. Als men straks een karakteristiek van Eindhoven geeft, dan hopen we dat men de Heuvelgalerie zal beschrijven.”

De grote vraag zal blijven hoe een synthese tot stand gebracht moet worden met de omliggende bebouwing. Die is zo'n ratjetoe en van een dergelijke afzichtelijkheid (een grijze kolos aan de Markt, waar men met behulp van een lichtkrant Gods woord verkondigt, een gruwelijk blauw pand, dat de naam Dynamo draagt en een blinde muur van de Hema) dat men van zeer goeden huize moet komen om daarvan nog iets fatsoenlijks te maken. Plannen zijn er wel: een plan voor de herinrichting van de Smalle Haven en het plan-Ravenshof, waar zogenoemde commerciële bebouwing en woningen komen. Beide plannen sluiten aan op de Heuvelgalerie.