EG tekent contract testreactor kernfusie

WASHINGTON, 22 JULI. De Verenigde Staten, de EG, Japan en Rusland hebben dinsdag een verdrag ondertekend voor de gezamenlijke bouw van een proefreactor voor kernfusie, ITER (International Thermonuclear Experimental Reactor) geheten. Dit kost in de komende zes jaar een miljard dollar, waarvan elk een kwart voor zijn rekening neemt.

“Het akkoord is een mijlpaal in de ontwikkeling van een veilige, milieusparende bron van energie voor de komende eeuw”, zei VS-minister van energie James D. Watkins. EG-ambassadeur Andries van Agt in de VS noemde het ITER-project een “model voor andere grote onderzoeksprojecten”.

Het werk aan ITER geschiedt onder auspicien van het Internationale Bureau voor Atoomenergie (IAEA) in Wenen.

Een demonstratiereactor van het nieuwe type moet in 2005 operationeel zijn, een proefcentrale, compleet met alle technologie om stroom te leveren, naar verwachting in 2025 en de eerste commerciele kernfusiecentrale in het midden van de 21ste eeuw.

Kernfusie, waarbij atomen worden gecombineerd, is veiliger dan de huidige kerncentrales die werken op basis van splijting van atoomkernen waardoor behalve hitte ook radioactieve straling ontstaat. De brandstof voor kernfusie, deuterium ofwel zware waterstof, is in vrijwel onbeperkte hoeveelheid aanwezig in de oceanen.

De overeenkomst voorziet in een team dat de leiding krijgt over het project, met medewerkers aan de universiteit van Californie-San Diego, in Garching bij Munchen en in Naka bij Tokio. De dagelijkse leiding berust bij dr. Paul-Henri Rebut, medewerker van de Europese Commissie, die wordt bijgestaan door een adviescommissie van de vier deelnemende partijen, onder voorzitterschap van Evgenie Velikhov van de Russische academie van wetenschappen. (Reuter)