"De mafiosi zullen branden in de hel'

ROME, 22 JULI. “Zeg dan dat God ze zal straffen, de mafiosi, zeg dan dat ze zullen branden in de hel.”

De emoties worden Rosario Schifani teveel. Twee maanden geleden stond ze in dezelfde kathedraal om haar man te begraven, een van de lijfwachten die werden gedood bij de aanslag op mafiabestrijder Giovanni Falcone. Nu is het de zus van de vermoorde vrouwelijke agent wier woorden smoren in de tranen, en de bittere herinnering is te sterk voor Rosario.

Ze loopt het altaar op en valt kardinaal Salvatore Pappalardo om de hals. Zachtjes, onhoorbaar in de kerk, maar opgepikt door de microfoons van de televisie, vraagt ze Pappalardo om niet meer te praten over boete en vergiffenis.

Twee maanden geleden bood dezelfde fragiele jonge weduwe de leden van de mafia nog vergiffenis aan, als ze er op hun knieën om zouden smeken. Nu niet meer. Het tekent de verharding in Palermo en in heel Italië nadat de twee belangrijkste mafiabestrijders zijn vermoord.

De mafia heeft alle grenzen overschreden met deze twee aanslagen, waarbij behalve Falcone en rechter Borsellino ook acht lijfwachten zijn gedood, zegt kardinaal Pappalardo. “Het is niet alleen een aanslag op de rechters en de staat, maar ook op de stad. Ze proberen hun misdadige plannen aan de stad op te leggen.”

De begrafenis van de vijf lijfwachten van Borsellino veranderde gistermiddag af en toe in een volksgericht. “Moordenaars”, slingerde de duizendkoppige menigte voor de kathedraal de autoriteiten naar het hoofd.

Binnen in de volgepakte kerk brengt de hitte de gevoelens van woede, onmacht en verdriet tot een kookpunt. Collega's van de vermoorde agenten gaan bijna op de vuist met president Scalfaro en premier Amato, symbolen van een regering die Sicilië in de steek heeft gelaten, van een staat die zijn trouwste dienaars niet weet te beschermen. Premier en president worden bijna platgedrukt door een verwensingen schreeuwende, golvende menigte. Zwaar zwetend dekt prefect van politie Parisi hen in de rug als ze de aftocht zoeken via een zijdeur. Pas de tussenkomst van Giuseppe Ayala, een zeer gerespecteerde voormalige collega van Falcone en Borsellino die voor de politiek heeft gekozen, en van de bebaarde vader van een van de slachtoffers brengt de gemoederen weer tot bedaren.

Al voor de begrafenis was de woede van de Palermitanen naar buiten gekomen. De politie had een kordon gevormd rondom de kathedraal, in de hoop venijnige spreekkoren en incidenten zoals op de begrafenis van Falcone te voorkomen. Maar de vele duizenden Palermitanen die de vijf vermoorde agenten de laatste eer willen bewijzen, laten zich niet tegenhouden. Schreeuwend en duwend lopen zij het kordon van agenten en dranghekken gewoon omver. “Wij hebben het recht hier te zijn”, roepen sommigen. “Het zijn ónze doden.”

Collega's van de vermoorde agenten die achter de baren aanlopen als die van het Paleis van Justitie naar de kathedraal worden gebracht, krijgen bij de kerk te horen dat die al vol is, dat ze er niet in kunnen. Maar ze nemen de kisten op, lopen ermee naar binnen en gaan tot op het altaar staan.

Rechter Paolo Borsellino zal waarschijnlijk morgen in familiekring worden begraven, in zijn parochiekerk van Santa Maria Luisa di Marillac. De uitvaart was uitgesteld totdat zijn jongste dochter, de negentienjarige Fiammetta, was opgespoord op haar vakantie in Bali. Zij belde gistermiddag bij toeval naar huis om te vragen hoe het met haar vader ging.