De fiscus en afgeluisterde telefoons

Als hoogste belastingrechter heeft de Hoge Raad zich onlangs uitgesproken over de belastingaanslag van een Zwitserse brievenbusmaatschappij.

Die was feitelijk helemaal in handen van een Nederlander, meneer X. De man had in 1982 zijn brievenbusmaatschappij twee schepen laten kopen, een zandzuigschip en een schip met een asfaltinstallatie. De daarvoor noodzakelijke 2 miljoen gulden kwam van eigen BV's van de X; zo regelde hij ook de profijtelijke verhuur van de schepen voor ruim 600.000 gulden per jaar. Zou hij dat allemaal als privépersoon hebben afgewikkeld, dan had hem dat jaarlijks twee ton belasting gekost. Door via een brievenbusmaatschappijtje werken, hoefde X maar 500 gulden (Zwitserse) belasting te betalen.

Internationale winstallocatie noemen belastingadviseurs deze gebruikelijke constructie liefkozend. Feitelijk gaat het om keiharde fraude. De fiscus krijgt namelijk het beeld voorgespiegeld dat er een Zwitserse directeur is die het bedrijf zelfstandig leidt. Dat is helemaal niet zo; in Zwitserland zit alleen een zetbaas. In dit geval iemand die maar liefst 40 van zulke "directieposten' vervulde.

Maar hoe kom je als belastinginspecteur achter de waarheid? Zwitserland heeft eens een Nederlandse belastingambtenaar die daar op onderzoek uit was, achter de tralies gezet. Maar Justitie verdacht meneer X ook van oplichting; reden voor de Rijkspolitie en de fiscale recherche (FIOD) om een strafvervolging aan te zwengelen. Die liep later overigens op een vrijspraak uit. Ten behoeve van die strafvervolging werden in 1985 ondermeer bij de boekhouder van X huiszoekingen gedaan. Bij een van die huiszoekingen werden in een opengebroken kast de bewijzen gevonden dat X. de daadwerkelijke en enige leider was van de Zwitserse brievenbusmaatschappij. Met dat gegeven kon de inspecteur de Zwitserse winst in Nederland belasten. Het vervelende is alleen dat die huiszoeking onrechtmatig was. De belastingambtenaren hadden helemaal geen recht om binnen te dringen, laat staan een kast open te breken en al helemaal niet om stukken mee te nemen. Feitelijk ging het gewoon om diefstal van documenten. Dit oordeel van de rechtbank in Zwolle werd in 1990 bevestigd door het Gerechtshof in Arnhem.

In de strafzaak tegen X. mochten de stukken daarom niet als bewijs dienen. De cruciale vraag is nu of de inspecteur op basis van de gestolen documenten de brievenbus maatschappij had mogen aanslaan en beboeten. Naar het recente oordeel van de Hoge Raad is er geen probleem. De fiscus had weliswaar het huis van de boekhouder helemaal niet mogen binnendringen, maar dat is onrechtmatig tegenover de boekhouder en niet tegenover brievenbusmaatschappij. Al het belastend materiaal dat toen is gevonden, mag de inspecteur gebruiken tegen de brievenbusmaatschappij. Ook een onrechtmatig afgeluisterd telefoongesprek zal de Hoge Raad meestal als fiscaal bewijsmateriaal aanvaarden.

Daarmee gaat de Hoge Raad erg ver. Het betekent dat de fiscus voordeel kan trekken uit zijn eigen onrechtmatig handelen. Dat is verkeerd. Waar blijft het morele gezag van een inspecteur om op basis van gegevens die zijn eigen organisatie door wetsovertreding te pakken heeft gekregen, een andere wetsovertreder te bestraffen? Een belastinginspecteur is controleur, rechercheur, aanklager en rechter in een. Hij zoekt het bewijsmateriaal bij elkaar en stelt ook de straf vast. Bij zo'n toch al vreemde combinatie van bevoegdheden moet je erg schone handen houden. Dat de Hoge Raad zulk besmet optreden juridisch toch sanctioneert, betekent nog niet dat de Tweede Kamer het politiek moet fiatteren.

Dat staatssecretaris Van Amelsvoort op dit pad verder wil gaan, is wel duidelijk. Hij procedeert ook bij de Hoge Raad voor het recht van belastingambtenaren om kofferbakken van auto's open te maken. Ze kunnen dan controleren of er een LPG-tank in zit. Daarvoor moet men namelijk extra motorrijtuigenbelasting betalen. In een geval dat nu voor de Hoge Raad ligt, had een belastingcontroleur stiekem gekeken en inderdaad een LPG-tank gevonden waar geen belasting voor was betaald. Het gerechtshof in Arnhem, verwierp een nabetaling van belasting vanwege het onrechtmatige gedrag van de controleur.

Van Amelsvoort is het niet met het Hof eens en heeft de zaak aan de Hoge Raad voorgelegd. Het is de vraag waar de bewindsman naar toe wil. De politiek heeft de belastingdienst de laatste jaren veel extra bevoegdheden gegeven en er staan er nog meer op stapel. Met die ruime bevoegdheden kan de dienst zijn taak goed uitoefenen. Hij zou niet zijn toevlucht moeten nemen tot stiekeme en onrechtmatige acties.