Allemans vriend Roche duikt in Tour op uit mist

LA BOURBOULE, 22 JULI. Zoals veel andere winnaars droeg Stephen Roche gisteren zijn overwinning in La Bourboule op aan zijn vrouw en kinderen. Glunderend en pratend wist hij hoe enthousiast de triomf thuis begroet zou worden. Bijna vijf jaar heeft Roche na zijn trilogie Giro, Tour en wereldtitel moeten vechten om terug aan de top te komen. Operaties aan zijn knieën, hardnekkige problemen met zijn rug, verkeerde raadgevers, slechte sponsors, zowat alle narigheid die een renner kan meemaken, heeft de Ier moeten doorstaan. Gisteren won hij weer eens, voor het eerst sinds zijn wereldtitel in Villach, voor het eerst een Tour-etappe sinds de tijdrit in Futuroscope in 1987.

Symbolisch dook Roche op de top van de Côte de Charlannes op uit de mist. Achter hem felle, gele lampen om de triomftocht extra betekenis te begeven. Nog voordat hij over de eindstreep reed, zette Roche zijn petje op. Want zonder de financiële en morele steun van zijn huidige - en niet toevallig die van 1987 - sponsor Carrera en ploegleider Davide Boifava was hij nooit meer op dit niveau gekomen.

Roche is op latere leeftijd (32) meer professional geworden dan hij ooit is geweest. Als geen ander verzorgt hij de public relations voor de sponsor en voor hemzelf. Hij is altijd te benaderen. Hij weet wat het betekent aan de grond te zitten. Nu hij weer kan fietsen, wil hij aan iedereen vertellen wie hij is, hoe hij is en wat hij heeft doorstaan. Roche is altijd een vriend van iedereen geweest. En dat heeft in zijn moeilijke periode vaak tegen hem gewerkt. Hij was te goed van vertrouwen en tekende dubbelcontracten. “Maar hoe moet ik dan zijn? Ik ben zo”, heeft het mannetje uit Dublin, vroeger automonteur, meer dan eens gezegd.

Maandag, de avond voor zijn overwinning, ziet hij voor een landelijk hotel een paar kilometer buiten St. Etienne journalisten met zijn ploegleider Boifava praten. Al zijn ploeggenoten zijn het gezelschap zonder een groet gepasseerd, niets abnormaals, maar als Roche aan komt lopen stapt hij op de journalisten af en geeft ze een hand. “Hello, how are you.” Het is een wat pathetische anekdote, maar als men bedenkt dat een minuut daarvoor Laurent Fignon een man van middelbare leeftijd die om een handtekening vraagt, afsnauwt omdat zijn vrouw vijf meter verder op hem wacht, geeft het gedrag van Roche aan hoe belangrijk hij het contact met supporters, pers en andere bij de wielerwereld betrokken mensen vindt.

Toen hij een half jaar na zijn eerste knie-operatie, een dag na de wereldtitel in Villach, tijdens een programma à la "Dit is uw leven' op de Ierse televisie werd geconfronteerd met zijn grote successen, brak hij spontaan in tranen uit. Hij moest toegeven dat hij jaar in jaar uit alleen maar met fietsen, zijn passie, was bezig geweest, zijn vrouw en kinderen kende hij niet meer. Wat was er nu van hem geworden? Een wrak met kapotte knieën, dat niet meer kon fietsen, dat ineens midden in het leven stond. “Now, I'm back as family-man”, zei hij een jaar later.

Italiaanse wielerploegen kunnen niet alleen beschikken over de beste technische en medische begeleiding, van even grote betekenis is de sfeer. Laurent Fignon sprak er deze week nog over. “Er wordt alles aan gedaan om een familie-sfeer te creeëren, een soort wij-gevoel”, zei de Franse ex-Tourwinnaar die ook opleeft in Italiaanse sferen, bij de Gatorade-ploeg van teamleider Stanga. “Bij Guimard heb ik mijn beste tijd gehad. Maar het was hard en zakelijk. In mijn nadagen heb ik behoefte aan vrienden. Die sfeer is een basis geweest voor mijn etappezege in deze Tour.”

Bij Carrera, de ploeg van de aimabele Davide Boifava, heerst ook zo'n ontspannen sfeer. In die ploeg behaalde Roche zijn grootste successen. Daar kon hij na omzwervingen bij Fagor, Histor en Tonton Tapis - of hoe zulke winkeltjes ook heten - weer terecht. Voor een beperkt salaris, dat wel. Maar daar voelde hij zich thuis tussen de lachebek Chiappucci, die hij nog kende toen deze nog lang niet tot de wielertop behoorde, en naast Boifava, een geduldige nooit opgewonden maar altijd zacht pratende man.

Het is de sfeer waarin Giancarlo Perini thuishoort. Hij is 32, al twaalf jaar prof, nog nooit won hij een wielerwedstrijd, hij staat rond de 450ste plaats in het FICP-klassement en nu behoort hij tot de top van de Tour-renners. Twee seconden ligt hij zelfs voor op Breukink, een renner met een grotere reputatie. En hij doet alleen maar zijn werk voor Chiappucci, beweert Perini. Want hij wil over twee jaar uit het peloton kunnen stappen en met een beetje geld een fietswinkeltje in Piacenza, zijn woonplaats, op poten zetten.

Op de dag dat de laatste aanval van Chiappucci op Indurain werd verwacht, sloeg zijn ploeggenoot Roche toe. De versnelling van Roche op de col de la Croix Morand, op bijna twintig kilometer van het schilderachtige kuuroord La Bourboule in de Auvergne, was de eerste aanval van de Carrera's op Indurain. De Spanjaard reageerde niet en wachtte op Chiappucci, van wie hij wist dat hij in de afdaling zijn laatste kans zou willen grijpen. Chiappucci gooide zich met ware doodsverachting van de berg, maar Indurain gaf geen krimp. Opvallend was de rol van Breukink, die tegen het einde van de Tour duidelijk aan kracht heeft gewonnen. Het mag niemand verbazen als hij vrijdag in de tijdrit van 64 kilometer bij de eerste twee zal behoren, na Indurain wel te verstaan.

Voor Roche braken mooie tijden aan. In de wolk boven La Bourboule vocht hij voor zijn revanche op iedereen die hem had afgeschreven. Hij soleerde, vocht en won.