Yello

De Amerikaanse voorstedeling woont aan een straat zonder voetgangers, heeft afgelegen vrienden en is daarom niet alleen gebonden aan de auto maar ook aan de telefoon.

Amerikanen spenderen veel tijd aan bellen. Telefoons zijn overal, in de keuken, slaapkamer, zitkamer en werkkamer, in de auto en zelfs aan de broekriem. De telefoon is informeel, vergt geen afspraken en geen plichtplegingen bij afloop van het gesprek. En zelfs gemaakte afspraken moeten met twee à drie telefoontjes extra op de juiste plaats en tijd worden gedirigeerd. Als een afspraak niet telefonisch wordt herbevestigd, wordt ze als niet gemaakt beschouwd. Dan kan iedereen er nog op het laatste moment onderuit, als zich plotseling iets leukers voordoet.

Afspraak: “Yeah, laten we naar die baseballwedstrijd gaan over een week. Ik bel dan nog wel.”

Twee dagen van tevoren in het gunstigste geval: “We hadden een afspraak over twee dagen. Gaat die nog door?”

Op de dag zelf: “Zal ik jou ophalen of haal jij mij op? Of gaat ieder in zijn eigen auto?”

Half uurtje van tevoren: “Ik ga nu op weg. Ik ben er over een half uur.”

De telefoonmaatschappij stelt haar klanten in staat om een gesprek te onderbreken om andere telefoontjes aan te nemen: Call Waiting. Een klik tijdens een telefoongesprek maakt duidelijk dat iemand belt. Het kan voorkomen dat iemand wordt opgebeld en vervolgens moet wachten omdat de opbeller een tweede, binnenkomend telefoontje afhandelt. Buitengewoon onbeschoft.

Maar is het nog wel veilig om met naam en adres in een publieke gids te staan, zodat iedere onbekende gluurder of dief je weet te vinden? In Los Angeles, de stad van de angsten, heeft de helft van de inwoners een geheim telefoonnummer. Het noemen van de naam bij het opnemen van een telefoontje is een typisch Nederlandse gewoonte. Buiten Nederland zijn telefoonbezitters meer op privacy gesteld. In Amerika zeggen ze Hello, Yeah Hello of Yello. Bij een verkeerde verbinding durft de opgebelde slechts na lang aandringen zijn nummer te noemen. Je kunt nooit weten.

Sinds kort heeft de telefoonmaatschappij een nieuw foefje gevonden om anonieme of ongewenste telefoontjes af te wimpelen. Caller I.D. verraadt bij het overgaan van de telefoon het nummer van elke opbeller in een klein schermpje. Als de opgebelde het nummer van de verstoten minnaar herkent, kan zij de telefoon laten bellen of de bittere klachten via het antwoordapparaat beluisteren. Het vergt wel parate kennis van nummers van ongewenste of gewenste personen. Vooral iemand die van veel personen telefoontjes krijgt, moet een goed geheugen hebben. Moeten alle onbekende nummers niet worden opgenomen of krijgen ze nog een kansje op het antwoordapparaat?

Er kwamen veel mensen tegen Caller I.D. in opstand. Zij vinden het een grondrecht om bij het opbellen niet meteen te worden herkend. Elke agressieve verkooporganisatie kan de nummers van informatiezoekers meteen in een databank zetten.

In plaats van het voeren van lange procedures via deelstaatwetgeving vond de Amerikaanse telefoonmaatschappij een technische oplossing: de opbeller kan met het intoetsen van een code een P van Private op het schermpje van de Caller I.D. aan de andere kant laten verschijnen. Maar dat verplaatst het dilemma weer naar de opgebelde persoon. Waarom wil een opbeller liever onbekend blijven? Wie niet van dergelijke nummerloze telefoontjes gediend is, kan ze automatisch uitsluiten. De opbellende hijger, die zich achter de P wil verschuilen, krijgt dan een boodschap te horen dat het nummer van zijn lusten op onherkenbare telefoontjes geen prijs stelt. Daar hebben de nummerloze bellers niet van terug tot de volgende stap in de elektronische oorlogvoering. De telefoonmaatschappij wordt er beslist rijker van.