Verkoeling

De avond tempert de hitte en omdat ook de vloed van fietsers afneemt, kun je met een feestelijk gevoel van verkoeling en alleen-zijn de Hollandse Kade aflopen. En dan, het zal ook eens niet zo zijn, een koe in de sloot!

Wat die beesten uitvreten, ik weet het niet. Misschien doen ze een soort krijgertje, waarbij er altijd weer één in de sloot belandt, terwijl de andere schijnheilig aan het hek gaan staan. Want dit is niet de eerste, maar wel de tiende keer dat me dit gebeurt, en meestal tegen het donker. Dus de polder ligt volmaakt verlaten en nou moet jij je de boerderij zien in te prenten waar die koe waarschijnlijk hoort, dertienhonderd meter verderop. En dan de hele kade terug, met je auto naar Teckop en al die boerderijen af, die met de voorkant aan de weg liggen terwijl je je de achterkant hebt ingeprent. En dan sta je om halfelf te bellen bij een boer die misschien niet eens de goeie is.

Eén keer heb ik geprobeerd eronderuit te komen. Toen dacht ik: er zijn avonden genoeg dat je hier niet komt en dan moet zo'n koe ook de hele nacht blijven staan. Maar dat werkt niet; je weet wat je weet en dat is dat er een koe in de sloot staat.

Ze heft haar kop en loeit me aan, een aardig roodbont ding met een natte neus en jonge horentjes. De blubber druipt van haar onderkaak.

“Ach stommeling”, voeg ik haar toe, “ik regel wel wat.”