Steun Kamer voor EZ-beleid Fokker

DEN HAAG, 21 JULI. Minister Andriessen (Economische Zaken) wordt Kamerbreed gesteund in zijn streven het belang van Fokker bij de overname door het Duitse DASA-concern veilig te stellen. Bij alle grote partijen in de Tweede Kamer bestaat echter twijfel over de waarde van de afspraken tussen Fokker en DASA, en heerst irritatie over het optreden van de DASA-directie dat “arrogant” wordt genoemd.

Morgenmiddag om 15.00 uur overlegt Andriessen over Fokker met de vaste Kamercommissie voor economische zaken. De betrokken Kamerleden zijn daarvoor eind vorige week van vakantie teruggeroepen, op initiatief van commissievoorzitter H. Vos (PvdA). Vanmiddag om 15.00 uur zou de minister vertegenwoordigers van de betrokken vakbonden en voorzitter Melchers van de centrale ondernemingsraad van Fokker op de hoogte stellen van de resultaten van de onderhandelingen tussen hem en de directies van DASA en Fokker. Die onderhandelingen worden overmorgen hervat.

Politieke kringen in Den Haag houden rekening met twee tegenstrijdige opties. Als de overname van Fokker door DASA doorgaat probeert Andriessen met veel spektakel duidelijk te maken dat dit niet betekent dat 'Hollands Glorie' ten onder gaat. Als de overname echter afketst moet de staat met forse bedragen over de brug komen, en maakt Andriessen vandaag en morgen de politieke weg vrij voor die steun.

Volgens het Tweede Kamerlid J.P. van Iersel (CDA), lid van de Kamercommissie, is van een complete overname nu nog geen sprake. Van Iersel: “Op den duur wordt het dat natuurlijk wel. Dan raken de laboratoria, andere onderdelen helemaal geïntegreerd.” Maar dat betekent volgens hem helemaal niet dat van te voren geen afspraken kunnen worden gemaakt over de lokatie van de produktie. “Ook multinationals, en DASA is dat nog niet eens, ontkomen daar niet aan.”

Het CDA staat zonder meer positief tegenover een “samenwerking” tussen Fokker en DASA, nu de internationale vliegtuigindustrie wordt geherstructureerd. Van Iersel: “Als dit afketst, wat we absoluut niet hopen, zitten we met een te kleine, nationale benadering waarvan het volstrekt evident is dat die alleen met staatssteun kan overleven. Maar is het geld daarvoor beschikbaar?” Die samenwerking mag echter niet onder al te ongunstige voorwaarden plaatsvinden, aldus Van Iersel. De tot nu toe bekende teksten van Fokker en DASA noemt hij wat dat betreft “te ongunstig”.

In de tweede plaats moet volgens Van Iersel duidelijk worden hoe EZ zeggenschap kan houden zonder dat het financieel meeparticipeert. Een vetorecht voor de staat vindt hij niet per se noodzakelijk. “Als EZ er bij belangrijke beslissingen bij zit kom je ook een heel eind.”

CDA heeft namelijk “twijfel” over het veilig stellen van identiteit van Fokker wat betreft de produktie van vliegtuigen van 65-130 zitplaatsen. Er worden slechts garanties van partiele aard gegeven. Wat ze in de praktijk betekenen, bijvoorbeeld op welke lokatie de uitvoering van besluiten over dat soort toestellen plaatsvindt, blijft onduidelijk.

Volgens het Tweede Kamerlid Tommel (D66) zal het vetorecht van de Nederlandse staat morgen bij het overleg met Andriessen centraal staan. Volgens het Kamerlid Rempt (VVD) is dit geen zaak om oppositie te voeren terwille van de oppositie. Zij noemt, naast het “zelfscheppend vermogen” van Fokker, de wijze waarop de zeggenschap van de staat wordt geregeld cruciaal. Rempt: “Andriessen is een goede onderhandelaar. Dit is een zaak van nationaal belang.”