Ongelijke strijd op het erepodium van de Tour

Op aandringen van journalisten die meenden dat de leider in de wedstrijd beter kenbaar gemaakt diende te worden koos de stichter van de Tour de France Henri Desgrange voor een gele trui omdat zijn blad l'Auto, dat de Tour de France organiseerde, op geel papier werd gedrukt. Voor de start van de elfde etappe van Grenoble naar Genève werd op 19 juli 1919 de eerste gele trui uitgereikt aan de Fransman Eugène Christophe, die de leiding had in het algemeen individueel klassement.

ST. ETIENNE, 21 JULI. “De huldiging op het erepodium van de klassementsleider is geen huldiging van de sportman, maar een huldiging van de sponsor.” Davide Boifava, Carrera-ploegleider van de leider van het bergklassement, Claudio Chiappucci, zet de kritiek kracht bij die zijn collega Jose-Miguel Echavarri van Banesto bij de Tour-directie heeft geuit op de zijns insziens te grote aandacht die de leiderstruien-sponsors Crédit Lyonnais, Coca Cola en PMU krijgen tijdens de huldigingen. Echavarri meent dat de Tour door de macht van deze sponsors “de dood van de wielersport wordt”.

De Spaanse ploegleider van gele-truidrager Miguel Indurain vindt dat de ongelijke strijd die op het erepodium wordt uitgevochten, verstikkend werkt op de ploegensponsoring. “Mijn sponsor Banesto (een bank, red.) betaalt miljoenen per jaar om de Tour de France te kunnen winnen. Maar op het hoogtepunt van het jaar krijgt de sponsor niet de reclame waarvoor hij betaalt als een renner in de gele trui rijdt. Dan krijgt alleen de sponsor van de gele trui publiciteit. Renners en begeleiders doen er alles aan om in de Tour aan de top te staan. Maar als ze hun doel hebben bereikt, krijgt een ander de publiciteit.”

Via zijn pr-man Lafarque heeft Echavarri bij Tour-directeur Leblanc gisteren een klacht ingediend nadat Indurain zaterdag in Sestrières de gele trui heroverde. Indurain droeg de trui een dag na zijn zege in de proloog. De ploegleider van Banesto - dat met een budget van twaalf miljoen gulden per jaar de duurste formatie is - dreigde gistermiddag zijn kopman niet naar de huldiging te sturen, waar ten bate van de Franse bank Crédit Lyonnais de klassementsleider dagelijks uitbundig in het geel wordt gezet. Hij meent dat de ronde-missen opzettelijk dicht tegen de geletruidrager aan gaan staan waardoor de Banesto-reclame aan de zijkant van de broekspijpen niet zichtbaar is. Op de gele trui wordt tegenwoordig weliswaar een grote sticker geplakt met de naam van de sponsor van de klassementsleider, maar omdat de meisjes het speelgoedleeuwtje (het reclamesymbool van Crédit Lyonnais) zodanig tegen de borst drukken van de renner is de tekst op de sticker niet te zien.

Boifava, wiens kopman Chiappucci al weken de bollentrui (bergklassement) gesponsord door Coca Cola Light draagt, wil de ploegleiders na de Tour onmiddellijk bijeenroepen om volgend jaar de macht van de truien- en evenementensponsors te beperken. Anderhalve week geleden, na de Tour-aankomst in Brussel, is er al overleg geweest. “Er is een gevaarlijke ontwikkeling gaande”, meent de Italiaan, wiens co-sponsor de frisdrankenfirma Tassoni een paar honderdduizend gulden investeert in de wielerploeg. “Op de bolletjestrui van Chiappucci is nauwelijks plaats voor de naam van die sponsor. Als hij gehuldigd wordt op het podium krijgt hij van de Coca Cola-meisjes zo'n enorme grote bos bloemen in zijn handen gedrukt dat de sticker met Carrera bijna niet meer te zien is. En Tassoni krijgt helemaal niets meer.”

Boifava verwijst naar de Ronde van Italië. Daar heeft de organisatie besloten dat op de rose trui uitsluitend heel klein de naam La Gazzetta dello Sport mag staan. “Carrera zei me dat het voor de firma interessanter is in de Giro in de rose trui te rijden dan in de Tour in de gele trui.” Hij is het eens met de kritiek van Echavarri: “Indurain is Spaans kampioen, rijdt bijna twee weken in de rose trui en nu in de gele trui. Die rijdt op de belangrijkste momenten van het jaar in een trui zonder goed zichtbare sponsornaam. In de wielersport is de kleur van de trui erg belangrijk. Daaraan herken je de ploeg en de sponsor. Maar aan een renner in een leiders- en een kampioenstrui herken je niet de ploeg. Wat heeft Gatorade aan de regenboogtrui van Bugno? Het wereldkampioenschap is een farce. Dan moeten alle Italiaanse renners in dezelfde blauwe trui rijden, maar ze dragen een broek en een petje van hun eigen sponsor.”

Tour-directeur Jean-Marie Leblanc erkent het probleem van de ploegensponsors. Maar hij is het allerminst eens met de visie van de Banesto-leiding. “Ze zijn paranoia, het zijn imperialisten, ze willen alles. Ik ga alle foto's en tv-opnamen van de huldigingen bekijken en ik zal ze bewijzen dat de naam van hun sponsor voldoende in beeld komt.” Hij geeft toe dat er enige aanpassingen zijn geweest om Crédit Lyonnais niet alle aandacht op te laten eisen. “De gele truidrager hoeft geen geel petje op. Bij de huldiging van de proloog zag ik dat de zwarte Banesto-baseballpet van Indurains hoofd werd gerukt door Crédit Lyonnais. Dat was tegen de afspraak. Ik heb toen onmiddellijk ingegrepen. Ik heb nu afgesproken dat de renner eerst in de gele trui met de sticker van de sponsor van de renner met zijn handen omhoog mag staan. En dat hij pas daarna het Crédit-leeuwtje krijgt.”

Vorig jaar kreeg de sponsor van de klassementsleider slechts in kleine bescheiden letters op de gele trui publiciteit. Leblanc: “Dat is nu in het voordeel van de ploegsponsor veranderd. Banesto kwam vorig jaar met truien met lange mouwen, waarop in grote letters de naam stond. Daardoor was onder de korte mouwen van de gele trui duidelijk de naam Banesto te lezen. Dat wilde Crédit Lyonnais niet meer. Nu is Indurain kampioen van Spanje geworden. Dan is hij volgens de reglementen verplicht de kampioenstrui te dragen. Maar hij rijdt al de hele Tour in een gewone Banesto-trui.”

Leblanc wijst op het belang van de drie hoofdsponsors (Crédit Lyonnais, Fiat en Coca Cola) voor zijn evenement. Die brengen de Société twaalf tot veertien miljoen francs (ongeveer vier miljoen gulden) op. Boifava ziet het gevaar van evenementensponsoring voor ploegsponsoring. “De macht van de evenementensponsors wordt te groot. Ineens mochten de renners niet meer met zonnebrillen op het podium staan. De mensen moest hun ogen zien. Natuurlijk niet. Coca Cola en Crédit Lyonnais waren bang dat de naam van het brillenmerk de aandacht afleidde. Volgend jaar zijn er tien ploegen minder in het peloton omdat hun sponsors afhaken. Je moet eens aan Leblanc vragen hoe het in de volgende Tour moet. Zestien ploegen worden automatisch geplaatst. Zes krijgen een wild-card. Ik denk dat hij aan de telefoon moet gaan hangen om ploegen binnen te krijgen. Ze zijn er niet meer.”

Voetballen is geen wielrennen, weet Boifava. “Ons plafond is bereikt. De salarissen zijn niet meer te betalen. Bernard Tapie heeft de wielersport een slechte dienst bewezen. Hij betaalde enorme salarissen aan zijn renners, hij heeft het salaris van LeMond opgetrokken. Toen hij het zelf niet meer wilde betalen, stapte hij op en liet hij de wielersport barsten. Nu betaalt Z miljoenen voor LeMond. Dat is mooi voor LeMond. Maar verder voor niemand. Niet voor directeur Zannier van Z, noch de wielersport. Als de economische recessie zich voortzet is er geen sponsor meer die een wielerploeg wil betalen. Dan doe je als Crédit Lyonnais. Slechts twintig seconden per dag op televisie, twintig seconden huldiging, meer heeft die sponsor niet nodig. Het is als met een taart. Als je iedereen een eenzelfde stukje geeft, is iedereen tevreden. Pakt er een een groot stuk, dan hebben de anderen slechts de kruimels.”