Kledingfabrikant Van Gils in ongewisse

ROTTERDAM, 21 JULI. In Antwerpen is gisteren het faillissement uitgesproken over de Belgische confectiegroothandel Van Gils Intercontinental (VGI). Het vonnis zou alleen nieuws zijn geweest in het Kempense plaatsje Essen, waar VGI veruit de grootste werkgever is, ware het niet dat VGI het kloppend hart is van de bekende Nederlandse kledingfabrikant Van Gils. Wordt het familieconcern, dat 3000 mensen werk verschaft, in de val van de Belgische dochter meegesleept?

Vijf minuten fietsen vanuit Essen, bij de holding van Van Gils in Roosendaal, kunnen ze niet meer helemaal gerust zijn over de toekomst, nu de belangrijkste werkmaatschappij, van waaruit andere bedrijven worden bevoorraad, zijn financiële verplichtingen niet meer kan nakomen en de banken haar de rug hebben toegekeerd. De directie, de broers Jacques en Ben van Gils, waren niet bereikbaar voor commentaar.

De holding waarin de werkmaatschappijen van Van Gils in Europa zijn ondergebracht, houdt op papier kantoor in Roosendaal. In werkelijkheid zetelt de directie even verderop, over de grens, in de burelen van het failliet verklaarde VGI. Afgelopen vrijdagmiddag ging daar deur op slot, nadat de directie uitstel van betaling had aangevraagd.

Van Gils Holding Roosendaal BV is houdstermaatschappij van een groot aantal werkmaatschappijen in Europa die zich bezighouden met de handel in confectie, waarvan herenpakken- en overhemden onder het bekende eigen merk "Van Gils' op de markt worden gebracht. Driekwart van de omzet van 135 miljoen gulden kwam in 1989/90 uit het buitenland.

Alle operationele lijnen komen bijelkaar bij het failliete Van Gils Intercontinental. Van daaruit vindt verzending van confectie naar de verkoopkantoren plaats, evenals de bevoorrading van ontwerpers in binnen- en buitenland.

In Nederland heeft Van Gils alleen twee werkmaatschappijtjes in Roosendaal. Zij vallen rechtstreeks onder de holding en zijn niet voor de schulden van VGI aansprakelijk. De ene, Herburry BV, voorziet grote winkelbedrijven in Nederland van hun eigen kledingmerk. De andere, Peter van Holland BV, ontwerpt en verkoopt een eigen kledingmerk. Bij de twee bedrijfjes samen werken niet meer dan dertig mensen.

Ontwerper Peter van Holland is voor zijn stoffen afhankelijk van de VGI. Zijn orderportefeuille voor het voorjaar is al voor driekwart gevuld. “Ik kan alleen maar afwachten wat er nu gaat gebeuren”, reageerde hij vanochtend.

Waarschijnlijk zijn de cijfers van VGI in die van de holding geconsolideerd, want met de holding is het al niet veel beter gesteld. In het boekjaar 1989/90 liep de schuld van Van Gils Holding op van 72,2 tot 87,2 miljoen gulden. De solvabiliteit (de verhouding eigen vermogen/totale vermogen) bedroeg in dat jaar 25 procent, ver beneden het voor de handel geldende gemiddelde van 35 procent. Bovendien kampt de holding met een voorraad die veel sneller toeneemt dan de omzet.

Volgens Nederlandse kenners van de confectiemarkt zijn de problemen bij Van Gils terug te voeren tot het grote verschil in betalingstermijn tussen leveranciers en klanten. Van Gils stuurt maar twee keer per jaar rekeningen rond, terwijl produktiekosten het hele jaar door afgerekend moeten worden.

Dat de problemen zich zo snel zouden opstapelen had de directie van Van Gils misschien niet verwacht. In elk geval had de onderneming vanaf oktober een grootscheepse en dure reclamecampagne gepland, om een nieuwe, exclusievere, kledingcollectie te promoten. De afnemers van Van Gils maken zich op dit moment drukker over de vraag of de wintercollectie die ze al hebben besteld nog wel geleverd kan worden.