Kartelverbod EG-hof brengt "romantiek' terug in de bouw

ROTTERDAM, 21 JULI. Als de voorspellingen van de aannemers uitkomen, breekt met het ontmantelen van het zogenoemde kartel een "romantische periode' aan in de Nederlandse bouwwereld. In het aannemersjargon betekent dit de wederkomst van een tijd dat bouwers vergaderden in de achterafzaaltjes om met elkaar afspraken te maken over wie een opdracht mocht uitvoeren en voor welk bedrag. Zij dreigen daarmee met een illegale handelwijze.

“Een verbod (op het bouwkartel, KB) werpt de gereguleerde en transparante Nederlandse bouwwereld enkele tientallen jaren terug in de tijd en leidt weer tot de "achterkamertjesafspraken' waar we nu juist zo lekker vanaf zijn”, zei secretaris P. Rodenberg van de Vereniging van Samenwerkende Prijsregelende Organisaties in de Bouwnijverheid (SPO) enkele maanden geleden. Rodenberg deed zijn uitspraak nadat de Europese Commissie het door de SPO beheerde bouwkartel in februari had verboden en de Nederlandse aannemers een boete van ruim 50 miljoen gulden had opgelegd voor overtreding van de mededingingsregels.

Vorige week hebben de bouwers hun eigen Uniforme Prijs Regeling (UPR) - zoals het bouwkartel officieel heet - grotendeels stopgezet. De aannemers begonnen in juni tegen het EG-verbod een beroepsprocedure, die naar schatting bijna twee jaar vergt. Intussen hielden zij hun prijsregeling in stand en spanden bij het Europese Hof een kort geding aan om het EG-verbod op te schorten in afwachting van een definitieve uitspraak in de beroepsprocedure. De Europese rechter besliste donderdag echter dat het verbod op hoofdlijnen nu al geldt, reden waarom de SPO besloot om het geduld van de EG niet langer op de proef te stellen.

De bouwers hebben inmiddels een alternatief voor het vooroverleg en het systeem van rekenvergoedingen, waarbij de winnende aannemer de concurrenten de kosten van de offertes vergoedt. Voortaan deponeren de bouwers hun offerte bij een SPO-bureau die de laagste inschrijver aanwijst, terwijl de kosten van offertes via hun eigen bedrijfskosten worden verrekend. De omstreden regel dat de laagste inschrijver zich mag terugtrekken is nog punt van studie.

De Nederlandse aanbestedingsprocedure lijkt daarmee ten dode opgeschreven. De rechter is in de voorlopige beschikking vooruitgelopen op wat hij verwacht van de definitieve uitspraak en heeft daarbij de Nederlandse bouwers op alle belangrijke punten ongelijk gegeven. Alleen de SPO mag voorlopig blijven bestaan, maar alleen omdat een verbod in de praktijk het einde van de kartelbureaus zou betekenen en een definitieve uitspraak in de bodemprocedure dan alleen nog formele betekenis zou hebben.

De uitspraak van de Europese rechter heeft ook consequenties voor de Nederlandse concurrentie-wetgeving. In maart kondigde staatssecretaris Y. van Rooy (economische zaken) een verbod aan van alle concurrentiebeperkende regelingen. In het nieuwe Besluit Aanbestedingsregelingen zou volgens Van Rooy rekening worden gehouden met “ontheffingen en vrijstellingen voor zover de SPO deze procedures succesvol kan afsluiten”. Voor die ontheffingen in de Nederlandse wet is in de EG weinig ruimte meer.