Investering van 3 miljard in raffinaderij Pernis op het spel; Milieu-eisen nekken Shell

ROTTERDAM, 21 JULI. Shell-Nederland voert intensief overleg met de provincie Zuid-Holland en ambtenaren van het ministerie van VROM (milieuhygiëne) over de vergunningsvoorwaarden voor een ingrijpende modernisering van de Shell-raffinaderij in Pernis.

Met de aanpassing van de raffinaderij zal de komende vijf jaar naar schatting 3 miljard gulden zijn gemoeid, aldus het personeelsblad Profiel van Shell-Nederland. Het bedrijf hoopt dit najaar toestemming van de aandeelhouders te krijgen voor de investering, maar wil eerst meer duidelijkheid van de overheid over de voorwaarden voor vergunningen en de extra lasten die Shell-Pernis moet opbrengen door het besluit van de regering om ook volgend jaar een hogere milieuheffing op brandstoffen te leggen.

Tegelijkertijd spelen de problemen rond de Hycon-installatie, die zware olie-residuen moet omzetten in lichte brandstoffen. Deze installatie staat al ruim twee jaar stil door technische mankementen. Het financiële resultaat van de raffinaderij wordt daardoor sterk negatief beïnvloed. In het moderniseringsplan speelt de Hycon echter nog steeds een belangrijke rol. President-directeur P. van Duursen van Shell-Nederland zei in februari “goede hoop” te koesteren dat de installatie eind april of begin mei weer zou kunnen draaien. Een woordvoerder van Shell zegt: “We zitten nu in het proces rondom het opstarten, we zijn er druk mee doende.”

Het overleg tussen Shell en de overheid zal naar verwachting binnen enkele maanden uitmonden in een document met uitgangspunten voor de vergunningverlening ten behoeve van de gemoderniseerde raffinaderij in Pernis, een van de grootste olieverwerkende installaties ter wereld met een capaciteit van 350.000 vaten per dag. De modernisering is erop gericht de produktie af te stemmen op de toenemende vraag naar schonere brandstoffen, en op de strengere normen voor emissies van schadelijke stoffen.

Eind vorige maand heeft de directeur van Shell-Pernis, J. van der Veer, een brief aan minister H. Alders (VROM) geschreven waarin werd gevraagd duidelijkheid te verschaffen over “vier zorgen die van wezenlijk belang zijn voor het bepalen van de toekomst van de locatie Pernis”. Voordat wij een positief besluit over deze investering kunnen nemen, en ter goedkeuring aan onze aandeelhouders kunnen voorleggen, dienen deze zorgen te worden weggenomen, aldus de brief.

De eerste zorg betreft “mogelijke eisen aan de grondstoffen”. Van der Veer wil zekerheid van de overheid dat Pernis kan doorgaan hoogzwavelige ruwe olie, die goedkoper is dan laagzwavelige, als grondstof te gebruiken. De vernieuwde raffinaderij zal deze grondstof kunnen ontzwavelen. “Logischerwijs zou het voldoen aan emisssie-eisen een vrijwaring moeten inhouden van elk nader voorschrift voor het gebruik van grondstoffen”, meent Van der Veer. Verder wil hij zekerheid dat nieuwe vergunningen voor Pernis niet tussentijds worden aangescherpt. Bij de benodigde hoge investeringen is handhaving van de gebruikelijke afschrijvingsduur van tenminste tien jaar essentieel voor Shell.

Ook vindt Van der Veer dat de overheid bij het beleid tot beperking van CO2-emissies (kooldioxyde) de extra energie die nodig is om de geraffineerde brandstoffen schoner te maken, buiten het CO2-volume moet houden. Ten slotte wil Van der Veer duidelijkheid over de milieuheffing (WABM) op brandstoffen. Het kabinet wil deze heffing volgend jaar verhogen, maar de Shell-directeur vindt dat Nederland “zo min mogelijk moet afwijken van het beleid in andere landen” om concurrentieverstoring te voorkomen.