Geheim olie-beraad tussen VS en Saoedi's

WASHINGTON, 21 JULI. De Verenigde Staten hebben een reeks van jaren geprobeerd de wereld-olieprijs te beïnvloeden door overeenkomsten te sluiten met Saoedi-Arabië, de grootste olie-exporteur ter wereld. Dit blijkt uit overheidsdocumenten die de Washington Post gisteren heeft gepubliceerd.

Citerend uit documenten van het ministerie van buitenlandse zaken en andere overheidsstukken, concludeert de krant dat de Verenigde Staten en Saoedi-Arabië ondanks veelvuldige ontkenningen lange tijd hebben samengewerkt op het gebied van de olievoorziening.

De papieren van het State Department, die werden verkregen door een beroep te doen op de Amerikaanse wet openbaarheid van bestuur (Freedom of Information Act) bewijzen volgens de Washington Post dat Amerika in 1984, toen de olieprijs boven de 30 dollar per vat (van 159 liter) was gestegen, al sterk bij de Saoediërs heeft aangedrongen op een verlaging. Twee jaar later uitte de regering in Washington haar zorgen tegenover de machthebbers in Riad, toen de prijs per vat tot een ongewenst laag niveau van tegen de 10 dollar per vat was gekelderd. Officiële papieren van het State Department, gedateerd in de vorige maand van dit jaar, geven aan dat de politiek van nauwe samenwerking met Riad nog steeds wordt voortgezet, al is geen bewijs te vinden dat de Amerikaanse regering Saoedi-Arabië ooit heeft gevraagd een precieze prijs voor zijn olie vast te stellen. Wel blijkt duidelijk uit de documenten duidelijk dat Washington steeds de negatieve economische consequenties heeft aangegeven van een olieprijs die zich buiten bepaalde marges zou bewegen.

Saoedi-Arabië heeft op zijn beurt herhaaldelijk Washington tevoren geïnformeerd over voorstellen die het in de onderhandelingen binnen de Organisatie van olie exporterende landen (Opec) ging doen. De Saoediërs hebben als grootste producent vanaf de oprichting van het kartel in 1973 veruit de belangrijkste invloed op de Opec-besluiten uitgeoefend, door de eigen produktie aan te passen, al naar gelang de olieprijs te hoog of te laag dreigde te worden. (Reuter)

Tijdens de Golfcrisis van 1990/1991 heeft president Bush openlijk een succesvol beroep gedaan op Saoedi-Arabië en andere olieproducenten om de weggevallen olieproduktie van Irak en Koeweit te compenseren. Amerikaanse bewindslieden, verantwoordelijk voor de energievoorziening, bezochten herhaaldelijk Riad en de hoofdsteden van de Verenigde Arabische Emiraten.

In ruil voor de grote militaire inspanningen van de Verenigde Staten en andere Westerse landen in het kader van de acties Desert Shield en Destert Storm, voerde Saoedi-Arabië zijn produktie op van 5 tot 8,2 miljoen vaten. Ook de Emiraten, Nigeria en Venezuela, Iran en een aantal kleinere Opec-producenten zorgden ervoor dat de Westerse wereld en Japan geen druppel olie tekort kwam.

Aan het begin van de Golfoorlog, eind januari 1991, was er zoveel olie opgeslagen in voorraadtanks en tankschepen dat Amerika en West-Europa zelfs bij een tijdelijke complete stop van de olie-aanvoer een strenge winter hadden kunnen doorstaan.