De stille "japanisering' van NedCar

NedCar, erfgenaam van de enige echte Nederlandse autofabriek, verkeert tussen hoop en vrees. Ligt "Japanisering' is het verschiet? En zo ja, is dat dan een zegen of vormt het een bedreiging?

HELMOND, 21 JULI. Het is lunchtijd bij NedCar in Helmond. Specialiteit: een Vietnamese mini-loempia met pittige saus, wat al een beetje richting Nippon gaat. In de VIP-afdeling van het bedrijfsrestaurant zitten de Zweed C. Germundsson en de Japanner N. Takehara, leden van de Raad van Bestuur. Ze eten in alle vrede een eenvoudig Hollands boterhammetje. Alsof ze altijd tot de familie hebben behoord.

Toch wordt hun aanwezigheid door menigeen van de ruim 6000 werknemers van NedCar met enige argwaan bekeken. Wat zijn die twee heren van plan als NedCar klaar is met de ontwikkeling van de opvolger van de Volvo-400-serie? Brengen ze dit voor Nederland interessante, kennis-intensieve werk voor nieuwe typen auto's dan over naar respectievelijk Japan en Zweden?

NedCar is sinds begin dit jaar een gezamenlijke onderneming van Volvo Car Corporation uit Zweden, Mitsubishi uit Japan en de Nederlandse Staat, die alle drie eenderde van de aandelen hebben. In 1995 moet NedCar jaarlijks 200.000 auto's maken: de helft Volvo's, de helft Mitsubishi's. Dat is tweemaal zoveel als op dit moment. Maar ze moeten wel worden geproduceerd door ongeveer hetzelfde aantal werknemers, dus efficiënter en sneller dan nu.

Voorzitter G. Kortenoeven van de ondernemingsraad vertelt wat hem op de werkvloer zoal ter ore komt: “In ons produktiebedrijf in Born hoor je wel mensen zeggen dat als de Japanners komen ze een half uur eerder op het werk moeten komen om het lied te zingen dat NedCar zo mooi en prachtig is en dat er onbetaald moet worden overgewerkt als er een achterstand is. Maar zo gaat dat natuurlijk niet in de Nederlandse arbeidsverhoudingen”.

In zijn kantoor heeft president-directeur ir. F. Sevenstern het contract, dat vorig jaar na veel gezweet tussen de partners in NedCar werd ondertekend, er nog maar eens bijgehaald. Zijn interpretatie: “Als we in staat zijn met de ontwikkeling van onze nieuwe Volvo middenklasser, waar we nu mee bezig zijn, te bewijzen dat we het kunnen, dan gaan we straks hier dat werk óók voor Mitsubishi doen. Dat is de intentie en zo staat het ook in dit contract beschreven. En mocht blijken dat we met dat werk alleen niet voldoende kritische massa kunnen halen, dat wil zeggen niet genoeg basis voor de mensen die we aan het werk hebben, dan mogen we ook nog eens werk voor derden leveren. Waar men zich dan druk om maakt? Dat vraag ik me ook wel eens af.”

Maar wat meer naar onder in de organisatie ligt de aanduiding op veler lip: “de schroevendraaierfabriek”. Meer zou er op den duur niet overblijven van wat eens de enige echte Nederlandse auto-industrie was. Krampachtig klampt men zich vast aan de Nederlandse staat. Die zou alles op haren en snaren moeten zetten om de kennis in Nederland te houden. Men put hoop uit de manmoedige opstelling van premier Lubbers en minister Andriessen ten aanzien van de dreigende uitkleding van Fokker na overneming door het Duitse Dasa.

Pag 14: "Mensen van NedCar: kop op en borst vooruit'

Schroevendraaierfabriek, dat is ook de term die herhaaldelijk valt bij H. van Rees van de Industriebond FNV en G. van Os van de Unie BLHP: beiden als vakbondsmensen zó met NedCar verbonden, dat de een herhaaldelijk wordt uitgenodigd om ze bij Economische Zaken uit te leggen hoe het nu allemaal precies zit en de ander verliefdheid op de onderneming wordt toegedicht. Maar hun zorgen over de toekomst van NedCar deelt Sevenstern niet. “Niemand hier gaat er vanuit dat NedCar zich op weg naar de toekomst zal begeven zonder onze afdeling Engineering and Development; ook de hier aanwezige Japanners en Zweden niet. In de opvatting dat de creativiteit hier moet blijven, hebben we veel steun van directeur-generaal Van der Harst van Economische Zaken. En bij Mitsubishi's topman dr. Nakamura vind ik steeds een gewillig oor voor wat we hier willen. Ik bespreek dat geregeld met hem, dat is mijn rol”.

NedCar, het vroegere Volvo Car B.V., heeft ruim 6000 werknemers in dienst nadat vorig jaar een reorganisatie ruim 1400 arbeidsplaatsen kostte. De brains zitten overwegend in Helmond, de spierkracht in het Limburgse Born. Een altijd wat gemoedelijk bedrijf, waar men elkaar gedurig gedag zegt alsof men op een dorp woont: de resten van het familiegevoel uit de dagen van de heren Huub en Wim van Doorne uit Eindhoven, die destijds met zeer veel overheidssteun de fabriek in Born opzetten om de ontslagen mijnwerkers aan het werk te zetten.

Volgens Kortenoeven van de ondernemingsraad echter kan het zijn dat in Born nog eens 500 "indirecten' hun baan verliezen. “Dramatische wijzigingen in het personeelsbestand”, zegt daarentegen Sevenstern, “zijn er niet te verwachten. We hebben in 1991 in ieder geval niet geherstructureerd met de bedoeling het in 1993 nog eens dunnetjes over te doen.”

In plaats van 32 uur mag men straks, als de produktie is opgevoerd tot 200.000 voertuigen per jaar, nog maar 18 uur aan een auto werken. Dat vereisen de Japanse efficiency en effectiviteit. “Die zijn hun kracht. Daardoor is de kostprijs heel laag en kunnen er”, aldus Sevenstern, “zoveel auto's worden verkocht. Dat is naast het verdubbelen van ons volume een ander voordeel dat we van de Japanners krijgen.”

De vermeende Japanisering maakt veel werknemers niettemin toch een beetje onrustig. Zo niet Kortenoeven. Dit voorjaar was hij dertien dagen bij Mitsubishi in Japan. “Wat me opviel waren de enorme plichtsbetrachting en het voortdurende besef dat het groepsbelang altijd net iets gaat boven het eigenbelang. Als er hier in de fabriek een storing is dan zijn er mensen, die zeggen: fijn, nu kan ik even op m'n luie reet gaan zitten. Maar de Japanse arbeider zegt in zo'n geval: oeijoei, dat scheelt me volgend jaar behoorlijk in mijn bonus. Als hier vreemde mensen rondlopen dan vallen de bekken open van nieuwsgierigheid, maar daar moest je ze al op hun tenen gaan staan, wilden ze even van hun werk opkijken. We kunnen van die mensen dus nog heel wat leren, ook hun liefde voor het bedrijf. Bovendien: als ze niet waren gekomen dan waren we over vijf jaar geheid naar de bliksem geweest. Maar wij van onze kant kunnen hen bijbrengen dat er in onze Westerse samenleving nog wel iets anders is dan alleen maar werken. Als de Japanners zouden willen dat we voortaan twaalf uur per dag werken dan staat deze Gerard voorop om dat te verijdelen.”

De “enorme rust” in de fabrieken in Japan viel ook secretaris De Haas van de ondernemingsraad op. “Op gezette tijden zijn er pauzes. Dan worden de werkplekken bevoorraad en wordt alles netjes binnen de lijnen gezet. Daardoor heb je daar niet dat voortdurend getuut-tuut van de vorkheftrucks. Wat je ook zag, was dat niemand ook maar één overbodige handeling verrichtte. Hier ben je per dag wel twee uur zoek met zaken op te halen, maar als men daar drie stappen doet is het veel.”

Van Rees van de Industriebond FNV: “In het Japans bestaat er een apart woord voor: karoshi, wat betekent "dood door overwerk'. Als vakbonden zullen we er op moeten toezien dat hun gebruiken worden ingebed in de Nederlandse omstandigheden. Men is in Born nu al bezig met het vormen van taakgroepen. Die zullen straks in de Japanse opzet meer mogen doen dan alleen maar wat eenvoudige produktiehandelingen. Dat houdt voordelen in, want door bijscholing kan men meer gaan verdienen. Maar er zijn ook bedreigingen: als men straks de randvoorwaarden niet goed invult dan loop je het gevaar, zoals nu met de Japanse autoindustrie in de Verenigde Staten het geval is, dat mensen er onderdoorgaan of elkaar staan afkatten. We hebben wat dat betreft slechte ervaringen met Volvo Car Nieuwe Stijl, de nieuwe manier van werken die in het begin van de jaren tachtig als een soort zaligmakend geloof werd gepropageerd. Dat werd ook een faliekante mislukking omdat de mensen in de top niet bereid waren hun bevoegdheden naar beneden af te staan”.

Daar hoeft anno 1992 volgens Sevenstern geen angst voor te bestaan. “Nummer drie wat we aan de Japanners te danken zullen krijgen, is dat ze gebruik maken van de creativiteit van de mensen tot op het laagste niveau toe: de hiërarchische flow van beneden naar boven.” Van Os vat het allemaal kernachtig samen: “Wij moeten Japans gaan werken, zij Europees gaan denken.”

Is de nakende invloed van de Japanners binnen NedCar een onderwerp van gesprek, veel meer nog maakt men zich zorgen over de opstelling van de Zweden. Voor Van Os zijn de Zweden zo onbetrouwbaar dat hij onlangs voorstelde dat de Japanners het Zweedse aandelenpakket overnemen. Van Os zegt “harde bewijzen” te hebben over “trucs” van de Zweden. Zo zouden ze de order uit Iran van 6000 auto's uit de 200-serie, die in Zweden wordt gemaakt, willen leveren en niet uit de 400-serie in Born. Ook zou de Zweedse organisatie aan een aantal Europese landen auto's uit de 400-serie hebben aangeboden voor de helft van de prijs. Verder, zegt Van Os, willen de Zweden het onderdelenmagazijn met 200 werknemers in Born naar Göteborg overplaatsen.

Sevenstern is terughoudend met zijn commentaar omdat het zaken betreft die vooral de Zweden zelf aangaan, maar meer in het algemeen zegt hij: “Dat ze alleen maar halen en niks brengen, zoals Van Os meent, daarvan constateer ik in ieder geval niet dat het op unfaire wijze gaat. Je moet met die mensen natuurlijk hele harde gevechten leveren en altijd alert blijven, maar ik heb niet het gevoel dat ze bezig zijn ons tot op het bot uit te benen. Wel dat ze heel goed gebruik weten te maken van wat wij hier te bieden hebben”.

Van Os: “Vorig jaar moest noodgewongen de afdeling marketing aan de Zweden worden afgestaan”. Van Rees: “Dat merken de mensen van de afdeling Engineering and Development heel goed, want daardoor zijn ze de voeling met de klant gaan missen.” Van Os: “Vooral de mensen op die afdeling hebben het gevoel dat de Zweden alleen maar de kennis hier wegslurpen”. Van Rees: “De bemoeizucht en arrogantie van de Zweden, die in Helmond werken, ervaren de Nederlandse werknemers als contraproduktief”.

Sevenstern: “Dat van dat leegslurpen is niet waar. De Zweden runnen hier het project van de nieuwe auto omdat het om een Zweeds programma gaat, waarvoor NedCar overigens voor tachtig tot negentig procent het werk doet. Zij bepalen wát er gebeurt, maar wij bepalen hóe het gebeurt”.

Kortenoeven over de vitale afdeling Engineering and Development: “Er zijn daar mensen, die negatief zijn als de pest, maar laat ze één ding goed voor ogen houden: als ze nu het hoofd laten hangen dan is het na 1994 echt voor goed voorbij, want dan heb je zelf het alibi verschaft om je te laten afslachten”. En om de kennelijk als noodzakelijk geachte peptalk voort te zetten, zegt Van Rees: “Kom, mensen van NedCar: kop op, borst vooruit”.

“Na een moeilijke aanloopperiode”, doet Sevenstern zijn duit in het zakje, “waarin we elkaar moesten leren kennen, breken nu de dagen aan om onze power en ons eigen gezicht te laten zien. Ik ben niet ontevreden over hoe we het er het afgelopen half jaar vanaf hebben gebracht. Na twee jaren van zware verliezen zitten we volgend jaar waarschijnlijk op nul. Na het leerproces wordt het tijd dat ik de touwtjes in de top van de onderneming strakker ga aanhalen, dat we optreden als één team onder één leider. En die leider dat ben ik. Ook wil ik de topstructuur zó veranderen, dat we dichter bij de operationele afdelingen komen te staan. Met dat alles valt er ook veel onzekerheid weg bij de werknemers. Dan gaan die ook meer geloven in het eigen kunnen. Maar er zal nog heel hard en heel lang geknokt moeten worden.”