Blitse "jogger' overheerst bij Vierdaagse

NIJMEGEN, 21 JULI. Je moet kamferspiritus mengen met glycerine. Maar wel in maart al beginnen met insmeren en dat minstens twee maal in de week. Tegen de tijd dat de Vierdaagse echt nadert om de dag. Gegarandeerd geen blaren. De 64-jarige Nijmeegse mevrouw B. Terwindt had vanochtend vroeg tips voor elke geïnteresseerde wandelaar die zich aan de start van de 76ste Nijmeegse Vierdaagse meldde. Zelf begon ze aan haar 18de uitgave. “Vindt u dat veel? Ha, daar gaat Klompenpiet” wijst ze een fragiele, in blauw trainingspak gestoken en op klompen rondklossende bejaarde aan, “die is al aan zijn 29ste bezig. En je moet eens vragen wat-ie in z'n holle wandelstok heeft zitten!” Cognac, zegt Klompenpiet trots. Welnee, natuurlijk ziet hij niet op tegen de tocht. “Ach jongen, een makketje.”

Met rond 36.000 andere deelnemers uit liefst 42 landen begonnen beide routiniers vanochtend aan 's werelds grootste wandelsportevenement; de oudste deelnemer is 83, de jongste 11. Om vier uur vanmorgen stapten de duizenden militairen en andere 50 kilometer-lopers de weg op, even na acht uur startten de 40- en 30-kilometergangers vanaf de Vereeniging in het centrum van de stad en enkele andere verzamelpunten in de buurt.

Gezelligheidsclubjes, verenigingen, ad hoc-gezelschappen, stellen en eenlingen. Ieder met z'n eigen voorbereiding. Nog even de benen strekkend, snel een kopje koffie om de ogen te openen, nog eens de veters strikkend, een blik naar de lucht die in tegenstelling tot de berichten zowaar regenwolken laat zien. “O God, ik heb niks bij me”, zegt een in T-shirt gehulde vrouw tegen haar man. “Bidden dat het niks wordt”, antwoordt hij geheel in stijl.

Zestien in schreeuwend groen gestoken Japanners krijgen de laatste instructies van hun onmiskenbare leidster. Fanatiek gaat ze voor: buigen en strekken, een klein looppasje op de plaats. Ze zijn van de Japanse Wandelbond, vertelt K. Sato, één van hen, en zeker weten: “Nijmegen is de mooiste tocht”.

Even verderop horen 18 oud-mariniers de briefing van hun "commanding officer' aan. “Mannen, we gaan er geen wedstrijd van maken. Niet hardlopen of scheuren dus.” Lopen ze 'm uit? “Wat een vraag”, zegt een van de bejaarden: “Wie 'm niet uitloopt wordt gefusilleerd. Haha, grapje hoor.” H.J. Veldt uit Warmond loopt z'n eerste, vertelt hij bescheiden. Hij is 61 nu en net met de VUT. “Ik moest wat hè, toen ben ik gaan wandelen.” De 12-jarige Björn Erikse is helemaal met zijn vader uit Noorwegen gekomen voor de 30-kilometer tocht die hij stoer als "gemakkelijk' afdoet en mevrouw H. de Vries uit Eindhoven loopt 'm "met drie kennisjes'.

Het is verbazingwekkend wat de wandelaars met zich meeslepen behalve hun tennispetjes met propeller, hun strohoedjes, rugzakken, heuptasjes en veldvlessen en natuurlijk hun medailles, en erekruizen. Banieren en vlaggen, walkmans en gettoblasters, doedelzakken, een accordeon, trommels en gitaren, een lachzak, klapstoeltjes, medailles, pluche konijntjes als veren op de hoed gestoken, een levensgrote Marsipulana, foto- en filmtoestellen.

De kleding is zomers en de wielrenbroek en de driekwart "legging' strijden om de populariteit. De hoge bruine wandelschoen lijkt zijn beste tijd gehad te hebben, nog slechts een enkeling gaat de slag ermee aan. De professionele en blitse "jogger' heeft nu duidelijk de overhand.

De geoefende wandelaars onderscheiden zich door hun ferme, doortastende tred, het lichaam iets voorovergebogen. Maar de bewegende mens is ook in alle mogelijke andere variëteiten aan te treffen. Zo zijn er de nonchalante tred, de armen losjes zwierend langs het lichaam; de "kijk mij eens lopen'-tred, het hoofd omhoog, de benen stram; de sportschool-tred voor de mannen met te wijde bovenbenen en zowaar ook de Zwembadpas.

“Je sokken moet je altijd binnenste buiten dragen”, doceert mevrouw Terwindt rustig verder. “En denk eraan, nooit onderweg je schoenen uitdoen. En als je al een inzinking hebt: nooit gaan zitten, dan kom je niet meer weg.” Een enkeling die op de vroege ochtend passeert lijkt die raad al nodig te hebben. Er worden zelfs op de eerste kilometers al bochten afgesneden. Pakken er nou nog veel mensen stiekem de bus, is de vraag aan de flink gedecoreerde M. van der Lugt (3 kruisjes, 30 maal gelopen): “Het kan, natuurlijk kan het. Maar ik zou zo mijn kruisje niet willen halen.”