Berlijn

Ach, Neues Deutschland bestaat nog. Overal te koop in Oost en West. Op schaaktoernooien in communistische landen was het altijd de enige beschikbare krant die ik lezen kon. Een oude vriend is het niet geworden, maar ik heb de gewoonte overgehouden om de krant te kopen als ik hem zie. Hij is levendiger geworden. Vroeger bestond hij uit twee afdelingen. Hoe goed het was in de DDR en de bevriende landen en hoe slecht in het Westen. Die eerste afdeling was saai en is nu opgeheven. Nu wordt er alleen nog maar geklaagd en aangeklaagd. Niets is goed. Nieuwe brug over de Elbe. Te duur. Proces tegen racistische hooligans. Duurt te lang. Openbaar vervoer en telefoonverbindingen verbeterd, huizen opgeknapt. Reden voor harde sociale strijd, want de prijzen stijgen navenant. En net als vroeger worden kunstenaars en intellectuelen opgevoerd om de partijstandpunten te ondersteunen. De kunstenaars en intellectuelen drukken zich vrijmoediger uit dan de voorzichtige politici zouden durven. Als ze het over de vereniging van Duitsland hebben, gebruiken ze woorden als Anschluss en bezetting. Niet dat ze de Bondsrepubliek een fascistische staat zouden willen noemen. Nee, net nog niet, maar er zijn tendensen, gevaarlijke tendensen.

Er stond een column in Neues Deutschland over de afgunst. De afgunst als progressieve kracht, als motor voor veranderingen. Was er geen reden voor afgunst? Denk aan de Oostberlijnse buschauffeur. Als hij zijn Westberlijnse collega aflost en plaats neemt op de bestuurdersstoel, nog warm van die vette westerse reet, heeft hij dan niet het recht om afgunstig te zijn op iemand die hetzelfde werk doet en het beter heeft? “Gelijke levensomstandigheden voor allen, nu onmiddellijk!” - dat moet het devies zijn.

Geen woord over de oorsprong van die ongelijke levensomstandigheden. Hadden de oude mannen van Nieuw Duitsland daar niets mee te maken? Zouden hun opvolgers niet wat bescheidener mogen zijn? Typisch westerse lasterpraat. De beweging heeft zich geheel vernieuwd. Heet niet communistisch meer, is niet communistisch meer. Nooit geweest eigenlijk, dat leek maar zo door de Russen. De natuurlijke belangenbehartiger van de gediscrimineerde DDR-burger. Partijleider Gregor Gysi was altijd al een vriend van de dissidenten, al zijn die dat nu vergeten. In geen enkel opzicht geestelijk erfgenaam van de oude communistische partij. Alleen het vermogen dat die partij in de loop der jaren bij elkaar gestolen heeft, waarvan niemand de hoogte kent en dat op miljarden geschat wordt, dat erven ze graag.

Ik was in Berlijn in de tijd dat de Comités voor Gerechtigheid werden opgericht, die de monddood gemaakte inwoners van de voormalige DDR een stem wilden geven. Onder leiding van Gysi en Diestel. Politicus van de Oostduitse CDU, laatste minister van binnenlandse zaken van de DDR. Nog net op tijd verkocht hij uit staatsbezit aan zichzelf voor een symbolische prijs een villa die nu meer dan een miljoen waard is. Ware kampioenen van de gerechtigheid. Wie het anders ziet is gehersenspoeld door de hetze van de Westduitse media.

De schrijver Stefan Heym, een van de oprichters van de comités, werd in Keulen geslagen door een onbekende. De onbekende kwam in een restaurant, herkende Heym, ging hem te lijf en verdween. Het martelaarschap van de schrijver riep oude herinneringen op bij voorvechters van de gerechtigheid. De woordvoerster van de Duitse Groenen zei dat weer de tijd gekomen was, dat geweld gebruikt wordt, terwijl de overheid werkeloos toeziet. Het was in de week dat Der Spiegel zijn eerste aflevering publiceerde van de dagboeken van Goebbels. Over de Kristallnacht. Toen had Hitler de politie opdracht gegeven om zich afzijdig te houden. Onmiskenbare parallel die de Groene woordvoerster opriep. Het zijn niet alleen de neo-communisten die het fascistische spook graag laten dansen.

Er was een dag dat er in alle Berlijnse kranten een folder was ingepakt van Treuhand, de instantie die het overheidsbezit van de vroegere DDR verkoopt. Tal van enorme panden in de uitverkoop. Werkelijk niet duur. Ze zullen een kwastje verf hard nodig hebben, maar duizend vierkante meter bedrijfsruimte voor een paar ton, in een stad die het centrum van Europa wil worden, het is te geef. De folder zat ook in Neues Deutschland. Opmerkelijk, want Treuhand wordt daar dag in dag uit als het grote kwaad afgeschilderd. Ze hebben bij die krant kennelijk geleerd om redactioneel en financieel beleid te scheiden, dacht ik eerst. Naïeve gedachte. De bedrijfspanden zijn goedkoop, maar wie kunnen ze kopen? Westduitsers en verder alleen de voormalige communistische partijfunctionarissen. Ze zijn de natuurlijke klantenkring van Treuhand, hoezeer ze er ook op schelden. Zo kunnen ze tot in lengte van dagen de gerechtigheid blijven financieren. Moet ook, want gerechtigheid is duur in het keiharde kapitalistische Westen. Vroeger was alles gratis, gerechtigheid, gezondheidszorg, kinderopvang. Doordat de partij alles gratis weggaf, is hij zo rijk geworden.

Laat ik niet doen alsof het alleen de oud-communisten zijn die zo'n somber beeld geven van de toestand in de voormalige DDR. De andere Duitse kranten zijn er ook niet vrolijk over. Werkloosheid, scherpe huurverhogingen, ontoereikende pensioenen. Redenen genoeg voor oprechte zorgen. Toch is het vreemd dat je bijna niemand spreekt of leest die werkelijk enthousiast is over de vereniging van Duitsland. Als je rondloopt in Oost-Berlijn en op het uiterlijk afgaat, kan je alleen denken dat het een ware zegen is. Kan het werkelijk zo zijn dat het uiterlijk alleen schijn is, onbelangrijk vergeleken bij de echte sociale problemen? Nee, dat kan niet. Vaak zal de wandelaar het moedeloze gevoel krijgen dat er generaties voorbij moeten gaan voor er iets toonbaars van deze stad gemaakt kan worden. Maar als je bedenkt dat vrijwel alles dat er aardig uitziet van de afgelopen twee jaar moet zijn, dan is het indrukwekkend wat er al veranderd is. En de Oostduitse wijk Prenzlauer Berg wordt de mooiste wijk van de hele stad. Op de Dimitroffstraat is het westerse grootkapitaal binnengedrongen. Maar ook veel kleine, aardige cafés. Twee Turken verkopen in een piepklein winkeltje falafels. Ik zie een nieuw ingerichte dierenwinkel. Zouden ze nog wat dierenaccessoires hebben uit de oude tijd, voor mijn Museum van het reëel bestaande Socialisme? De verkoopster lacht en ik begrijp waarom. Dierenwinkels, waarmerk van beschaving, zijn hier ook een verworvenheid van de nieuwe tijd.