"Aftappen door PTT gebeurt in schemergebied'

ROTTERDAM, 21 JULI. Het aftappen van telefoonlijnen door de PTT gebeurt meestal in het "schemergebied' tussen het verzoek van de politie en de toestemming van de rechter-commissaris. De Amsterdamse hoogleraar prof. dr. J. Naeyé (politierecht) zegt dit in reactie op de uitkomsten van een onderzoek dat is verricht door het Bredase Counsels Investigations Office. Dat onderzoek onder 31 PTT'ers en ex-PTT'ers heeft uitgewezen dat de PTT geregeld aan illegale taps meewerkt.

Naeyé: “Het begint met een rechercheur die een spoedzaak heeft. Hij vraagt of de tap er onmiddellijk in kan. Dan gaat de PTT'er natuurlijk niet bureaucratisch dwarsliggen en om een papiertje vragen. Hij schakelt de tap in, op de toezegging dat de machtiging van de rechter-commissaris komt.”

De hoogleraar meent dat de politie ook alle recht heeft om de PTT hiertoe over te halen. “Daar staat tegenover dat de PTT een eigen verantwoordelijkheid heeft. Hoe lang blijf je zonder machtiging tappen?” De hoogleraar vindt dat de PTT haar protocollen zou moeten aanscherpen. “Voordat een machtiging wordt afgegeven kan de rechter-commissaris bijvoorbeeld even bellen. En als er na acht uur nog geen machtiging is, sluit je de tap weer af.” Ook vindt hij dat de leiding veel strenger moet optreden. Het is niet de technisch medewerker wie blaam treft, maar de chef die verzuimt regelmatig te tellen hoeveel lijnen worden afgetapt. Voor dat verzuim zijn geen excuses. Naeyé: “De boekhouding van tapmateriaal is heel overzichtelijk.”

“De PTT moet zich iedere kritiek in deze aantrekken”, zegt de hoogleraar. “Er is bij de PTT kennelijk gebrek aan controle op tapmateriaal.”

De Amsterdamse strafpleiter mr. F.B.J. Niesink is ervan overtuigd dat op grote schaal illegaal wordt getapt. “De politie begint iedere zaak met de zin: Ons is uit goede bron ter ore gekomen. Als je dan vraagt wie die bron is en hoe hun dat ter ore is gekomen, zegt de rechter: Dat hoeft u niet te weten.” Het heet volgens hem vaak, dat via de CID (Criminele Inlichtingendienst) van de politie belastende informatie bij de recherche is binnengekomen. “Op grond van die informatie wordt een machtiging afgegeven. Maar wie zegt mij dat die informatie niet illegaal verkregen is?”

De Amsterdamse rechter-commissaris, mr. F.G. Bauduin, gaat er vooralsnog van uit dat PTT-Telecom technische verbindingen aanbrengt conform de wet. “Als dat niet zou gebeuren zou dat afschuwelijk zijn.” De Amsterdamse rechter mevrouw mr. E.J. Van Schaardenburg vermoedt dat als er door de politie illegaal getapt wordt, “ze dat nooit zullen opbiechten.”

De politie kan door illegale taps op indirecte wijze voordeel hebben. Zo zou zij bijvoorbeeld een fax kunnen onderscheppen en zodoende aan de weet komen dat een verdachte bezig is met een illegale transactie. Vervolgens zorgt de rechercheur dat hij op tijd ter plekke is en betrapt de betrokkenen op heterdaad. Hij zal later voor de rechter verzwijgen dat hij daar stond, omdat hij illegaal een fax had onderschept.

Ook Naeyé meent dat de politie er baat bij heeft dat niet naar buiten komt hoe zij aan haar voorkennis komt. “Dat heet "pro-actief optreden', het vergaren van kennis voordat je een verdachte hebt. Vraag is hoever moet of mag de politie gaan.” Naeyé meent dat de politie haar bevoegdheden oprekt. Hij ziet een tendens in de vraag om meer geavanceerde technieken als richtmicrofoons en laserapparatuur.

Het zijn de drugszaken die volgens Naeyé het politiewerk “vernietigend hebben ondermijnd”. Noodgedwongen laat de politie gebruikers lopen. “Achter kleine dealertjes aanlopen heeft ook geen zin, vinden ze. Ze wachten op grote handelaren en op nog grotere handelaren. Ze sporen honderd kilo op, maar als ze die in beslag nemen, is de zaak misschien kapot. Dus doen ze niks en wachten op duizend kilo.” Mensen worden afgeluisterd en gevolgd, strafbare feiten worden geconstateerd zonder dat wordt ingegrepen. “Maar dat model "zoek de grootste vis' is per definitie lek, want de grootste vissen zitten in het buitenland.”

In de Tweede Kamer bestaat overeenstemming over de ontoelaatbaarheid van de onlangs bekend geworden afluistertechniek met de hoorn op de haak. Zolang er geen wettelijke regeling bestaat, mag deze techniek niet worden toegepast. De Kamerleden Brouwer en Willems (Groen Links) hebben minister Hirsch Ballin van justitie hierover om opheldering gevraagd.