Verpleegsters in (en uit!) de WAO

Iedere week verdwijnen honderddertig overspannen verpleegsters in de WAO. Nog eens honderd werkers in de medische sector moeten iedere week definitief ophouden, omdat ze langer dan een jaar thuis zitten met rugklachten. Ook in die categorie kunnen velen in feite vooral mentaal het werk niet meer aan, zodat per week ongeveer tweehonderd getrainde mensen in de gezondheidszorg op psychische gronden afvloeien naar de WAO. Anders gezegd: iedere maand verliest een middelgroot ziekenhuis het voltallige personeel aan de WAO.

Er zijn nu ongeveer tachtigduizend WAO'ers die vroeger werkten in de medische sector, en per jaar komen er zevenduizend bij - dat is relatief veel meer dan in andere bedrijfstakken. “Steeds grotere werkdruk” is volgens het jaarverslag van de bedrijfsvereniging BVG een belangrijke oorzaak. Hun uitkeringen kosten in totaal anderhalf miljard per jaar, dat is 2.100 gulden per werknemer in de gezondheidszorg. Daarbij komt nog de 1.750 gulden per jaar die elke verpleegster betaalt voor de ziektewetuitkeringen, en waarvan ongeveer de helft opgaat aan de collega's die een vol jaar ziek blijven en daarna overgaan in de WAO. In totaal betaalt iedere verpleegster dus 3.000 gulden per jaar voor de arbeidsongeschiktheid (voor de leesbaarheid schrijf ik "verpleegster', maar de gezondheidszorg heeft gelukkig ook mannen in dienst).

Overal in Nederland wonen ex-verpleegsters die ooit recht kregen op een uitkering omdat het allemaal te veel werd: thuis een gezin met kleine kinderen, in de bedden nerveuze patiënten die helaas niet allemaal zullen herstellen, en iedere dag de spanning van het werk. Immers, als een secretaresse zich vergist, dan heeft de baas twee afspraken op dezelfde tijd; maakt de verpleegster een fout, dan heeft de baas misschien nooit meer een agenda nodig.

Regelmatig lopen ex-verpleegsters binnen bij een uitzendbureau dat vraagt om medisch personeel. Wie zelf ontslag nam na de geboorte van het tweede kind, of omdat de echtgenoot meer ging verdienen, kan als de kinderen naar school zijn direct weer parttime aan de slag. Vooral in de weekends draaien veel medische instellingen op zulk tijdelijk personeel (terzijde: kunnen de kampioenen van het corporatisme nog eens uitleggen waarom in heel Nederland niet alleen de salarissen, maar ook de toeslagen voor weekend- en nachtdiensten identiek moeten zijn, en waarom dat niet mag afhangen van de belangen van de patiënten, het personeelsbeleid van de directie en het regionale aanbod van parttimers?). Maar stel nu dat een van de tachtigduizend verpleegsters met WAO-uitkering zin heeft om het oude beroep weer te proberen en zich aanmeldt bij Randstad of ASB?

De commerciële uitzendbureaus zijn altijd al actief geweest bij het bemiddelen ten behoeve van ex-verpleegsters, maar stonden machteloos voor WAO'ers. Regels die speciaal gelden voor uitzendkrachten kent de bedrijfsvereniging BVG niet, en dus geldt de algemene bepaling dat iedereen die met een WAO-uitkering weer vast werk aanneemt na vier maanden het recht op uitkering kwijt is, en bovendien het risico loopt dat het salaris volledig ten laste komt van de uitkering. Een bezoek aan het uitzendbureau is dus absoluut onaantrekkelijk voor de ex-verpleegster die graag parttime werk wil proberen, maar er tegen opziet om direct weer vast te gaan werken.

Over de problematiek van WAO'ers in de gezondheidszorg die weer willen werken is nu ruim twee jaar overleg gaande, zonder dat er een definitieve, heldere oplossing is. Jammer voor patiënten die te weinig zorg krijgen, spijtig ook voor collega's die werken en zo moeten pezen dat iedere week tweehonderd van hen... (zie boven). Jammer ook voor de tachtigduizend WAO'ers in de gezondheidszorg, waarvan velen het thuiszitten graag bij wijze van proef zouden inwisselen voor een nieuwe kans op het werk dat zij destijds onvrijwillig opgaven. Zuur, ten slotte, voor de vakbond NU'91 die zich sterk maakt voor een lagere werkdruk en graag een deel van de drieduizend gulden per jaar die elke verpleegster afdraagt voor de WAO zou willen bestemmen voor wegwerken van de achterstand in de salarissen.

Al in april 1990 beloofde directeur Schripsema van de BVG om met de uitzendbureaus te overleggen. Pas onlangs kreeg de Algemene Bond van Uitzendondernemingen na lang zeuren een brief die enige mogelijkheid bood om WAO'ers een jaar te laten werken als uitzendkracht zonder dat zij hun WAO-uitkering kwijt zijn wanneer het toch niet meer gaat. Misschien had Schripsema al eerder tot zaken willen komen met de uitzendbureaus. Maar zijn bestuur bestaat voor de helft uit vertegenwoordigers van de vakbeweging die - zoals bekend - nooit een vriend is geweest van de commerciële uitzendbureaus. FNV en CNV die uitzendbureaus botweg verbieden in de bouw en in de grafische industrie, zullen hun acht mannelijke (!) beroepsbestuurders in de medische sector niet veel ruimte geven om uitzendbureaus actief in te schakelen bij bemiddeling van WAO'ers, hoe nuttig dat ook zou zijn.

Mijn veronderstelling dat de vakbeweging deze goede zaak traineert vindt ondersteuning in het vreemde feit dat uitzendbureau START, waar de vakbeweging zelf in het bestuur zit, al veel langer incidenteel blijkt te kunnen bemiddelen voor WAO'ers. De sociale partners in de besturen van de bedrijfsverenigingen en GAK vonden het kennelijk niet nodig om ook de andere leden van de uitzendbranche meteen dezelfde informele mogelijkheden te geven. Voor wat hoort wat, heeft men gedacht bij START, waar het bestuur dit jaar het unieke besluit nam voor alle werknemers ongevraagd een vakbondslidmaatschap te kopen. Hoe fris is toch de geur van het middenveld!

Intussen is het werken via uitzendbureaus van verpleegsters met WAO-uitkering nog steeds juridisch en voor wat betreft de salarissen niet klip en klaar, laat staan dat alle WAO'ers een duidelijke brief hebben ontvangen over hun recht om via een uitzendbureau weer een terugkeer op de arbeidsmarkt te wagen. Uitstel van zo'n algemene brief over rechten en mogelijkheden van WAO'ers is treurig, niet alleen wegens de gemiste kans op een miljoenenbesparing, maar vooral ook omdat duizenden WAO'ers onnodig thuis moeten blijven zitten.

Precies een jaar geleden kwam het kabinet met de WAO-plannen. Gelukkig lijkt het er nu op dat de schandelijke aantasting van de hoogte van bestaande uitkeringen niet doorgaat, maar dus is het des te dringender om de uitvoering van de regelingen te verbeteren. De expertise van de commerciële uitzendbureaus kan daarbij helpen, maar dat lukt alleen wanneer er een eind komt aan het feitelijke vetorecht van de bestuurders van FNV en CNV die nu eenmaal een traditie hebben van vijandschap jegens uitzendbureaus. De WAO is te belangrijk om in handen te laten van vakbonden en werkgevers, vandaar dat ook woordvoerder Buurmeijer van de PvdA nu toegeeft: “Als ik het allemaal opnieuw zou mogen doen, dan zou ik geen bedrijfsverenigingen oprichten”.