"Ultimate frisbie' was ooit een bakblik voor taarten

Binnen een paar tellen liggen er zo'n twintig schijven op tafel. Paul Mouwes, lid van de Nederlandse Frisbiebond, stalt ze uit om een indruk te geven van wat er allemaal aan frisbies door de lucht kan zweven. En dit is nog lang niet alles, verzekert hij.

Werpschijven zijn niet van gisteren. Ver voor Christus al gooiden de Grieken bij verschillende Spelen hun "diskoi' - stenen of bronzen schijven, variërend in gewicht van anderhalf tot vijf kilo. Discuswerpen is een krachtsport, die ook nu nog op het Olympisch programma staat.

Het werpen van een frisbie vergt niet zozeer kracht als wel souplesse. Terwijl luchtweerstand de grootste vijand is van de discus, wordt een frisbie juist door de lucht gedragen. Dat heeft alles te maken met vorm en materiaal van de frisbie.

De vorm was er het eerst: in 1871 begon William Russel Frisbie een bakkerij in Connecticut. Zijn "take-away pies' verpakte hij in ronde bakblikken. Licht, met een opstaande rand en op de bodem zijn naam: Frisbie's pies. Studenten van de Yale universiteit wierpen de lege bodems naar elkaar over en riepen daarbij als waarschuwing (de blikken konden hard aankomen) de naam van de bakker: Frisbie!

Het duurde vervolgens tot halverwege de twintigste eeuw totdat een zekere Fred Morrison al experimenterend met plastic tot een voorloper van de huidige frisbie kwam. In 1957 bracht de firma Wham-O de eerste, echte frisbie op z'n Engels gespeld op de markt: "frisbee'.

In de jaren zestig en zeventig was de frisbie vooral het speeltuig van Californische beach boys. In die tijd zijn ook de eerste sporten voor frisbies bedacht: guts en ultimate. Guts is een soort zelfmoordspel: twee teams, opgesteld als "muurtjes', proberen elk de frisbie dwars door de andere muur te gooien. Ultimate is een zachtmoedige variant op American football waarbij het ene team de frisbie moet vangen in het doelgebied van het andere team.

Over de hele wereld zijn verenigingen ontstaan die de sport frisbie beoefenen. In Nederland is dat tegenwoordig de Nederlandse Frisbiebond. Vierhonderdvijftig leden telt de vereniging, niet genoeg om erkend te worden door de Nederlandse Sport Federatie. Maar de bond heeft een intensief programma om schijf en sporten te introduceren op scholen. “Wij willen de mensen vooral goed leren gooien”, zegt Paul Mouwes. “Kunnen ze dat eenmaal, dan vinden ze het ook leuk om aan onze sporten mee te doen.”

De eerste frisbiebond in Nederland werd in 1978 opgericht. Dit was het gevolg van driftige promotie door Wham-O. Schaatskampioen Ard Schenk, zo herinnert Mouwes zich, maakte nog reclame voor het bedrijf, geflankeerd door twee blondines en de tekst "Maak vrienden met frisbee'.

Voorlopig zijn de liefhebbers die aan het strand overgooien zonder weet te hebben van worpen als de "side-arm', de 'overhand wrist-flip' of de "hookthumber' veruit in de meerderheid. Mouwes spreekt een beetje meewarig over de recreanten en het materiaal dat zij gebruiken. Voor zijn sport kan hij ruwweg kiezen uit drie schijven: ten eerste de ultimate frisbie, de "gewone' ronde schijf met cirkelvormige lijnen op de rug voor de stabiliteit. Met deze schijf kan echt gemikt worden. Dan de "fastback', een soort hoedmodel met een verhoogde rugzijde, die erg lang in de lucht blijft hangen. Ten slotte de "eclips', een kleine schijf van zacht plastic die vooral hard gegooid moet worden en dan een flinke afstand kan overbruggen. Deze lijkt nog het meest op de antieke discus.

Voor de zomeravond-gooier is er een scala aan frisbies en aanverwanten. Het assortiment van de winkel Vliegertuig in Amsterdam weerspiegelt de twee markten voor de schijven: het strand en het sportveld. De verkoopster toont ultimate frisbies in verschillende gewichtsklassen. Maar daarnaast ligt de "Kitsch-frisbee' van Wham-O, bedrukt met barokke, gouden engeltjes. Een beetje gegeneerd zelfs laat zij een lawaaischijf "met acht spacesounds' zien. Wat ze niet meer kan vinden, zegt ze, is de frisbie van stof: een soort ronde pannelap met verzwaarde buitenrand. Paul Mouwes had nog een katoenen oudje in zijn tas zitten: de "flying flipper'.

Een verhaal apart is de "aerobie'. Geen frisbie maar een slap-plastieken ring met een harde binnencirkel. Door zijn geringe luchtweerstand is het de absolute afstandskampioen: 1257 feet (bijna vierhonderd meter) is er volgens de verpakking al mee geworpen. Het verst geworpen voorwerp aller tijden, zegt het Guinness Book of Records. Een gewone frisbie komt toch ook al 190 meter op zijn verst. (Ter vergelijking, het wereldrecord eierwerpen staat op 96,90 meter).

Een beginner kan al snel zo'n honderd meter ver gooien met de ring. Wat weer problemen met zich meebrengt. “Als mensen een "aerobie' hebben gekocht, zien we ze meestal snel weer terug”, zegt de verkoopster bij Vliegertuig. “Ze gaan op het strand gooien, vergeten hoe ver die gaat en werpen hem zo de zee in.” De aerobie drijft al net zomin als de gewone frisbie.