Surséance voor dochter Van Gils

ROTTERDAM, 20 JULI. Van Gils Intercontinental in het Belgische Essen, één van de belangrijkste onderdelen van het Nederlandse confectiebedrijf Van Gils Holding, heeft vrijdag surcéance van betaling aangevraagd.

Noch bij Van Gils Intercontinental, noch bij de holding in Roosendaal, was vanmorgen iemand bereikbaar voor commentaar. Volgens de Belgische zakenkrant De Financieel Ekonomische Tijd (FET) van zaterdag, had Van Gils Intercontinental afgelopen vrijdag uitstel van betaling aangevraagd, nadat zijn voornaamste financiers, ABN Amro en Crédit Lyonnais, weigerden de bestaande kredieten te verruimen. Het bedrijf, dat binnen de Van Gils Groep de handel in confectie verzorgt, kon in het weekeinde geen andere financiers vinden om zijn voortbestaan te verzekeren.

De directie heeft in een officiële mededeling vrijdag laten weten dat het bedrijf in acute liquiditeitsnood verkeerde door stagnerende winkelomzetten en trager verlopende ontvangsten bij de klanten, aldus de FET. Volgens de krant zit Van Gils Intercontinental diep in de schulden. Tussen 1988 en 1990 zouden de schulden zijn opgelopen van 900 miljoen frank (49,5 miljoen gulden) tot 1,3 miljard frank (71,5 miljoen gulden), terwijl het eigen vermogen in 1990 veel langzamer is toegenomen, met 30 miljoen frank (1,65 miljoen gulden) tot 334 miljoen frank (18,37 gulden).

In 1988 sloten Van Gils Continental en de ABN nog de rijen tegen een beschuldiging van de Belgische overheid dat de bank 9 miljoen gulden subsidie had opgestreken, die de Belgische overheid aan een noodlijdende dochter van Van Gils had verstrekt.Volgens de aanklager hadden Van Gils en ABN daartoe de data van nota's en twee jaarrekeningen vervalst. Na een aanvankelijke veroordeling, werden de partijen in hoger beroep door de Brusselse rechtbank vrijgesproken.