Pelleboer

Hoewel het KNMI had beloofd dat het droog zou blijven, vielen er zaterdagmiddag toch enkele spatjes. Het moeten, stelde ik me voor, een paar tranen om Pelleboer zijn geweest - geen huilbui, maar toch een heel klein teken van verdriet. Hij was het waard, want hij was een aardige man.

Ik heb daar een voorbeeld van. Als onderdeel van zijn eenmansbedrijfje te Paterswolde, waartoe ook de exploitatie en redactie van het wekelijkse huis-aan-huisblad Dorpsklanken behoorde, was Jan H. Pelleboer beschikbaar voor commerciële doeleinden. “Doet soms iets voor reclamecampagnes (met o.a. grafieken etc.) mits dit meteorologisch verantwoord is”, luidde zijn tekst op het invulformulier voor een reclame-adressenboek. In 1983 poseerde hij voor een serie advertenties voor een firma in radiotoestellen, die onder meer verschenen in Vrij Nederland en de toenmalige Haagse Post. Media, schreef ik toen, waarvan de lezers nauwelijks bekend kunnen staan om hun aanhankelijkheid jegens de weerman van de TROS.

Prompt schreef Pelleboer me een briefje. “Dit is voor mij nieuw dat ik door links niet geapprecieerd zou worden”, deelde hij mee. Sterker nog: vóór de TROS had hij bijna twee jaar voor de VPRO gewerkt en bovendien was hij al 25 jaar weerkundig medewerker van Het Parool. “U mag best weten dat ik VVD stem”, voegde hij eraan toe, “maar vele van mijn vrienden niet bij de VARA, maar wel (hier in de gemeente Eelde) bij de PvdA zitten.” En wist ik dan niet hoeveel van de 800.000 leden van de TROS hun stem op links uitbrachten? Kortom: “Dit schrijven is allerminst kritiek of wat ook in die richting, ik wou gewoon mijn reactie even kwijt.”

Hij was dus, ook in zijn privé-correspondentie, de gewone man die er even het zijne van wilde zeggen. Een aardige man; geen wonder dat er zaterdag even een spatje viel.