PAOLO BORSELLINO 1940 - 1992; Falcone's natuurlijke erfgenaam

ROME, 20 JULI. Toen een journalist hem vorige week vroeg waarom hij geen kogelvrije ruiten in zijn appartement liet zetten, haalde Paolo Borsellino zijn schouders op en glimlachte. De reactie was typerend voor deze 52-jarige rechter. Hij wist dat hij de volgende was op de dodenlijst van de mafia en aanvaardde dat met een Siciliaans fatalisme.

Na 28 jaar in het vak was Borsellino een pessimist geworden. Wie met de eind mei vermoorde Giovanni Falcone praatte, raakte ervan overtuigd dat de mafia kan worden overwonnen. Borsellino was veel sceptischer. “Het is afgelopen, er is niets meer te doen”, zei hij acht weken geleden, staande voor de baar van Falcone.

Maar zijn zwaarmoedigheid heeft hem er nooit van weerhouden om met volle inzet de mafia te blijven bestrijden, vaak zij aan zij met zijn jeugdvriend Falcone. De twee rechters zijn samen opgegroeid in Palermo, gingen naar dezelfde school en dezelfde universiteit.

Ook hun professionele loopbanen waren zo verweven dat Borsellino de natuurlijke erfgenaam van Falcone was geworden. Ze werkten samen in de befaamde groep van anti-mafiarechters die in het midden van de jaren tachtig verantwoordelijk was voor het maxi-proces tegen de mafia. Ze schreven de arrestatiebevelen op de pingpongtafel van rechter Giuseppe Ayala, nu een parlementslid. En toen de spanning vlak voor het proces te groot werd en ze bijna dagelijks werden bedreigd, verhuisden Falcone en Borsellino met hun gezinnen voor ruim een maand naar de Asinara-gevangenis op Sardinië.

In 1988 liet hij zich overplaatsen naar Marsala, ver van de dreiging van Palermo, omdat zijn dochter Lucia in de Asinara-tijd anorexia nervosa had opgelopen, een ziekte die steeds opkwam als het leven van haar vader in gevaar leek te zijn. Maar ook in Marsala bleef Borsellino zijn vrienden in het Paleis van Justitie in Palermo trouw. Hij was de eerste die openlijk protesteerde, in een geruchtmakend vraaggesprek, toen de groep anti-mafiarechters dreigde te worden ontmanteld.

Borsellino bleef kritiek spuien op het gebrek aan mensen en aan computers, op de tegenwerking van collega's die om de een of andere reden geen belang hebben bij een strijd tegen de mafia. Er zijn tientallen spijtoptanten van de mafia die willen praten, zei hij een week geleden, maar we zijn niet goed genoeg georganiseerd om deze informatie te gebruiken. Een paar maanden geleden keerde Borsellino terug naar Palermo, als plaatsvervangend procureur, en al snel kwam hij fel in aanvaring met zijn baas, procureur Giammanco, die de mafia-onderzoeken op allerlei manieren zou tegenwerken.

Borsellino was de man die in Rome op de post moest gaan zitten die voor Falcone was gereserveerd: superprocureur, leider van een nieuwe, nationale onderzoekseenheid van de justitie tegen de mafia. Hij aarzelde, wegens zijn dochter en omdat hij bang was voor politieke beïnvloeding. Maar de mafia heeft het risico niet willen nemen dat iemand die na Falcone de grootste autoriteit op het gebied van de Siciliaanse mafia was, zo'n machtige functie zou krijgen. Het zal bijna onmogelijk zijn iemand te vinden die bekwaam en dapper genoeg is om de stap te zetten die Falcone en Borsellino met de dood hebben moeten bekopen.