Nederlander in Turkije vast wegens dienstplicht

AMSTERDAM, 20 JULI. Nederlandse mannen van Turkse afkomst lopen vanaf dit moment het risico om in Turkije in de gevangenis te belanden omdat ze in dat land niet in militaire dienst zijn gegaan. De Nederlandse consul in Istanbul J. Jonker Roelants concludeert dit uit de gang van zaken rond de Turkse Nederlander Ahmet Soylu die vorige week in Turkije werd opgepakt.

Soylu (36), die sinds 1980 in Nederland woont, wordt er door de Turkse autoriteiten van beschuldigd zijn militaire dienstplicht in Turkije te hebben ontdoken. Sinds twee jaar heeft Soylu de Nederlandse nationaliteit. Met goedkeuring van het Turkse consulaat in Rotterdam deed hij afstand van zijn Turkse staatsburgerschap. Toen hij vorige week voor vakantie naar zijn geboorteland ging, werd hij opgepakt en in het gebouw van de Turkse veiligheidsdienst gevangen gezet. Volgens Soylu's vrouw Lidia en zijn advocaat, die hem dit weekend in zijn cel bezochten, is de Nederlander gemarteld.

“Deze zaak schept een zeer onduidelijke situatie, zowel op juridisch als volkenrechtelijk gebied”, meent consul Jonker Roelants. Soylu heeft het Nederlands staatsburgerschap, maar wordt ervan beschuldigd niet in Turkse militaire dienst te zijn gegaan toen hij de Turkse nationaliteit nog had. Als hij zijn Turkse dienstplicht alsnog zou vervullen, zou hij in buitenlandse krijgsdienst gaan. Soylu kan, als Nederlander, ook zijn dienstplicht niet afkopen met een bedrag van 10.000 Duitse Mark, zoals de Turkse staatsburgers kunnen. “We zoeken deze zaak op dit moment uit omdat er mogelijk vergaande consequenties aan verbonden zijn voor honderden mannen die in dezelfde positie zitten”, zegt Jonker Roelants. “Het is een situatie zonder precedent”, meent de consul die inmiddels ook met zijn Duitse collega over deze zaak contact heeft opgenomen.

Zoals zoveel Turkse jongens had Soylu in de tijd dat hij nog in Turkije woonde, uitstel gekregen voor zijn dienstplicht omdat hij studeerde. In die tijd was hij lid van de politieke organisatie "Dev Genc' (jong links). Tijdens de staatsgreep van 1980 vluchtte hij naar Nederland. Bij zijn terugkeer, dinsdag, op het vliegveld van Istanbul werd hij aangehouden op beschuldiging van het illegaal verpreiden van pamfletten in zijn studententijd. De aanklacht bleek sinds 1986 verjaard. Pas vandaag hoorde de consul wat de nieuwe beschuldiging is op basis waarvan Soylu wordt vastgehouden. “De molens hier draaien heel traag, we zijn al blij dat we nu weten dat het om de dienstplicht gaat”, aldus de consul.

Dagenlang wist de familie van Soylu niet wat er met hem was gebeurd. “We hebben alle politiebureau's gebeld, maar overal ontkenden ze dat hij daar was”, vertelt zijn vrouw Lidia Soylu-Sleutel die dit weekend naar Istanbul is gereisd. “Ze ontkenden ooit van hem gehoord te hebben. Doordat een agent toevallig zijn mond voorbij praatte, kwamen we erachter waar hij zat”.

Volgens haar is de beschuldiging van het ontduiken van de dienstplicht slechts een voorwendsel om haar man gevangen te houden. Dit is ook de opvatting van het Amsterdams centrum buitenlanders, waar Soylu werkt: “Ze hebben Ahmet te pakken willen nemen en hebben een stok gezocht om hem mee te slaan”, zegt een woordvoerder.

Afgelopen zaterdag kreeg Lidia Soylu-Sleutel haar man voor het eerst te zien: “Hij zag er uit als een geest. Heel mager, ongeschoren en vuil. Hij zit in een kelder zonder ramen, zonder verlichting, met 57 andere gevangenen. Ze hebben geen dekens, geen matrassen, geen WC. Ze zitten op de betonnen vloer in het donker. Het enige dat ze te eten krijgen is soms een stuk tomaat. Dat kunnen ze krijgen als ze ervoor betalen. Voor de rest is er geen eten. De volgende dag heb ik die kelder zelf gezien toen ze mijn man eruit haalden. De stank was verschrikkelijk, het was aardedonker. Maar het meest benauwende was de stilte. In die ruimte met 57 mannen was helemaal niets te horen.”

“Mijn man vertelde meteen dat hij gemarteld werd. Hij werd daarbij zo emotioneel dat ik zei: laat maar zitten. Ik ben bang dat hij instort. Zodra hij zijn mond opendoet wil hij vertellen welke vreselijke dingen ze met hem doen. Hij ziet eruit alsof ze hem breken. Hij staart voor zich uit en ik moet alles twee, drie keer herhalen. Hij wordt onder druk gezet om zijn Nederlandse nationaliteit op te geven. Telkens wordt iemand uit die kelder geblindoekt weggehaald. Hij is erg overstuur. Ik druk hem op zijn hart dat hij niet moet nadenken. Dat hij moet doen alsof hij op Mars zit. En zo ziet hij er ook wel uit”.