LeMonds laatste doel onbereikbaar

ALPE D'HUEZ, 20 JULI. Met een korte, wilde jump rijdt hij het portiek van het hotel binnen. Italianen roepen hem na: “Ecco, LeMond. Greg, Greg!” Ze hollen achter hem aan, struikelen, schreeuwen om een foto, een handtekening. Maar LeMond reageert niet. Hij roept zijn mécanicien, smijt zijn fiets neer, loopt met grote stappen naar binnen, vraagt de sleutel van zijn kamer en holt naar de lift.

Nee, hij heeft geen verklaring. “Ik ben alleen maar moe, verschrikkelijk moe. Ik ben al twee weken moe.” En hij begint iets te schreeuwen over de vermoeidheid waarmee hij al vanaf het begin van de Tour in San Sebastian te kampen heeft gehad. “Ik heb geen moment de tijd gehad te herstellen. Elke dag werd er verschrikkelijk hard gereden. Ze vielen maar aan. Ik ben alleen moe. Sorry.” En de liftdeur schuift definitief dicht.

Bijna vijftig minuten van de winnaar was Sestrières binnen komen rollen. Verscholen tussen de "duiven', een groep waar een geboren Tour-winnaar zich niet thuisvoelt. Met enige hoop op herstel meldde LeMond zich gistermorgen voor de zwaarste etappe van de Tour: Galibier, Croix-de-Fer en Alpe d'Huez. Halverwege de rit, op de Galibier, lag hij in gezelschap van zijn meesterknecht Duclos-Lassalle al tien minuten achter. Met de moed der wanhoop vocht hij verder. Maar toen de achterstand al tegen het half uur liep, staakte hij de strijd. Doorgaan betekende immers te laat binnenkomen. Dat had geen zin. Dat kan een kampioen zichzelf niet aandoen.

Bijna 37 uur was LeMond, zei hij, twee dagen voor de Tour-start op reis geweest om van zijn zomerresidentie in Kortrijk San Sebastian te bereiken. Hij was nog even in Parijs geweest voor een televisieprogramma, zat uren in de auto terwijl de Franse wegen verstopt waren geraakt door stakende vrachtwagenchauffeurs, en moest nog eens drie uur lang in de trein staan. Funest voor een wielrenner. “Ik was zo moe toen ik aankwam. Ik ben bang dat het me in de eerste dagen zou opbreken”, verklaarde hij nog in San Sebastian.

In de tijdrit van Luxemburg leek het aanvankelijk nog goed te komen met LeMond. Maar na een helse start, stortte hij op driekwart van de race in. Hij realiseerde nog wel de vierde tijd, op vier minuten van Indurain. Maar het werd de volgende dagen al snel duidelijk dat LeMond niet meer zijn gewenste niveau bereikte.

Ploegleider Roger Legeay heeft de hoop een terugkeer van LeMond in de Tour van volgend jaar nog niet opgegeven. Deze week wordt de opvolger van zijn sponsor Z bekend gemaakt. LeMond zal daar niet bij zijn in St. Etienne. Legeay zegt er niet aan te twijfelen dat LeMond ook volgend jaar in zijn ploeg rijdt. “We zijn het eens over de toekomst.” Hij gelooft niet in het einde van LeMonds carrière. “Hij is pas 31. Een renner van zijn klasse kan nog twee, drie jaar mee. Hinault werd op zijn 32ste tweede in de Tour, Zoetemelk won toen hij 33 was, Duclos-Lassalle was 37 toen hij Parijs-Roubaix won.”

Legeay meent dat LeMond fysiek nog niet aan het einde van zijn krachten is, “Geestelijk weet ik het niet. Daarover zullen we moeten praten. Aan zijn voorbereiding heeft het niet gelegen. Hij voelde zich sterk. En hij is gezond, hij is niet ziek geweest. Hij moet terug kunnen komen.” Miguel Indurain, zijn opvolger als Tourwinnaar, gelooft niet meer in de terugkeer van LeMond. “Met hem heeft de oude generatie afgedaan.”

Een Tour-renner die niet meer met de beste klimmers meekan, dat duidt op aftakeling. Vraag het Merckx en Hinault, renners van zijn niveau. De kracht waarmee LeMond klom, waarmee hij driemaal de Tour won, is uit zijn benen verdwenen. Hij zal het zelf niet geloven. Volgende maand had hij het werelduurrecord van Moser willen aanvallen. Maar dan alleen als hij goed ingereden uit de Tour zou komen. De kans is groot dat hij zijn laatste doel, het uurrecord, nooit meer zal bereiken.