Land zonder post

Istanbul en Ankara zijn twee moderne steden waarop de Turken trots zijn. De meeste Europeanen die deze steden bezoeken raken ervan onder de indruk en vinden de Turken die er wonen erg aardig. Maar het zuidoosten van Turkije is oorlogsgebied, en dit Koerdische gedeelte van het land wordt nu al jaren geteisterd.

De stad Cizre, afgelopen maart het toneel van demonstraties en geweld, lijkt wel een spookstad. De Tigres stroomt nu rustig door de stad. Ruim drie maanden geleden losten de militairen tonnen olie in de rivier en gooiden er tientallen Koerden in. Nu is alles in Cizre gesloten. De bevolking protesteert tegen het doden van twee stadsgenoten door de islamitische fundamentalisten die gesteund worden door de Turkse regering. Ook Silopi doet mee aan deze vorm van protest. In de stoffige straten van het stadje rijden de pantserwagens zo'n 70 kilometer per uur, enorme stofwolken achter zich latend. Zwaargewapende militairen rijden, schietklaar, in hun open wagens. Hier en daar zie je bewoners. Ze roken een sigaretje, soms hoor je luidruchtig gelach.

Op de "internationale' weg richting Irak kom je van alles tegen: arme dorpen, bergen, woestijn, tenten, herders en schapen, boeren op hun landgoed, wrakken van verongelukte auto's, kapot geschoten militaire wagens, en zo verder. Het enige wat je denkt niet te zullen treffen zijn files. Maar als je de grens nadert blijkt dat niet te kloppen. Op vier banen en in een lengte van zo'n acht kilometer staan vrachtwagens te wachten op een stempeltje om de grens te passeren. Aan elke vrachtwagen zijn twee grote tanks aangebracht. De wagens zien er uit als zwangere koeien met grote uiers. Ze brengen voedsel naar Irak en rijden terug met miljoenen liters olie. Van een embargo heeft niemand hier gehoord. De vrachtwagens brengen het voedsel, nadat ze Koerdistan zijn gepasseerd, naar Mosul in Irak en daar tanken ze olie. Een liter olie kost iets minder dan één cent! De Koerden kunnen niet profiteren van dat voedsel en ook niet van die olie. Het enige wat zij doen is transportbelasting innen.

Aan de andere kant van de grens staat een groot bord: "Welkom in Iraaks Koerdistan'. Hier ligt de macht in handen van de Koerdische militairen. Zij controleren nauwelijks. Zij verwelkomen je met een glimlach en een zwaai.

De vrolijke sfeer die ik vier maanden geleden in Zako aantrof is voorbij. Het gaat er somber en gespannen aan toe. Het incident van de aanslag met de autobom op mevrouw Mitterrand en de onderlinge strijd tussen de twee grootste Koerdische partijen die aan zes mensen het leven kostte zijn een signaal voor de bevolking dat Saddam Hussein nog steeds een lange arm heeft. Ook het vertrek van de UNHCR-medewerkers in hun lange konvooi vrachtwagens uit Koerdistan betekent voor het Koerdische volk het wegnemen van een zekerheid. Hierdoor krijgen de Koerden het gevoel straks oog in oog met Saddams soldaten te staan, zonder dat een neutraal oog het ziet.

Maar de Koerden gaan door. Ze hebben net een kabinet geïnstalleerd. Voor het eerst in de geschiedenis is er nu een Koerdisch kabinet en zijn er Koerdische ministers.

Bij een winkel in Zako koop ik ansichtkaarten en vraag of er ook een postkantoor is. Het antwoord is neen. Er zijn geen postkantoren in heel (Iraaks) Koerdistan. Althans ze functioneren niet. De winkelier wil zijn postzegels met het portret van Saddam Hussein aan mij verkopen: “Met deze postzegels kun je ze in Turkije in de brievenbus stoppen.” Ik zeg: “Dat klopt. Alleen, die zullen voor altijd in die brievenbus blijven liggen.”