Hampsten deelt vreugde over zege met Kuiper; "Als je veel doet, maak je veel fouten, maar een keer kan het goed gaan. Zoals vandaag.'

ALPE D'HUEZ, 20 JULI. Hij leunde op een fiets met op het kaderplaatje nummer 61. Zo ontspannen tevreden. Hij genoot op zijn manier, bescheiden. Maar zijn ogen straalden. Journalisten uit alle landen klampten hem aan. Hennie Kuiper moest elke keer weer zijn verhaal vertellen. Wanneer was het ook al weer? 1977 en 1978. In die jaren won hij op Alpe d'Huez. Eén keer echt, in 1977, één keer won hij dank zij de fraude die Michel Pollentier bij de dopingcontrole pleegde. Nu won hij als ploegleider van Andy Hampsten, kopman van de Amerikaanse ploeg Motorola.

Het kan niet anders of Kuiper moet invloed hebben gehad op Hampsten, die stijlvolle klimmer met zijn moeiteloze tred. En inderdaad heeft Kuiper zijn kopman verteld wat hij moest doen, hoe hij het moest doen en waar. “Wacht niet tot Alpe d'Huez”, had hij aan de vooravond tegen hem gezegd. “Want als je daar gaat reageren ze allemaal. Ga op die col ervoor. Dan kijken de anderen. Die doen dan niks. Die wachten allemaal op Alpe d'Huez.”

En zo gebeurde. Hampstens vriendin Linda kan het beamen. Terwijl het Amerikaanse meisje op blote voeten voorzichtig over de gesmolten weg naar het hotel van haar vriend loopt, vertelt ze dat ze sinds donderdag, de rustdag, in de Tour is en ver voor het peloton uit op de fiets een deel van de etappe rijdt. Vlak voor de Tour had ze nog samen met haar vriend een paar Pyreneeëncols beklommen. Vandaag was op de voorlaatste col gestopt en wachtte ze op haar vriend. “Want ik wist dat hij daar zou aanvallen.”

Toen ze Andy in een vluchtgroep voorbij had zien komen, was ze snel in een auto gestapt op weg naar de finish. Maar door de verschrikkelijke chaos (wist zij veel) voor en op Alpe d'Huez had ze op de radio moeten horen dat hij had gewonnen. In racetenue was ze nog op het televisiepodium geklommen om hem even te zien. Ze had haar fietsschoenen ervoor uitgetrokken. Vandaar liep ze nu op blote voeten. Maar, klaagde ze een beetje, waarom kon en mocht ze nog niet bij hem komen? “Waar moet hij allemaal naar toe. Persconferentie? Televisie? Dopingcontrole? Okay, hij heeft gewonnen. En ik zie hem vanavond toch wel, hoop ik?”

Andrew Hampsten (30) is een vreemdeling in het profpeloton. Een zoon van een professor geschiedenis. Hij woont in Boulder (Colorado) en 's zomers aan het Comomeer. Hij houdt van tuinieren. Een beetje eigenzinnig, een beetje studentikoos is hij. Hampsten fietst graag als een toerist. In 1985 won hij in de Giro de zware bergetappe naar Gran Paradiso. Dat was de eerste kennismaking met Hampsten. En in 1986 werd hij al eens vierde in de Tour de France, in de grote ploeg van La Vie Claire met Hinault, LeMond en Bauer. Hij droeg de witte trui van het jongerenklassement. Hinault noemde hem daarom "white rabbit'. In 1988 won hij zelfs de Giro. Twee keer was hij winnaar van de Ronde van Zwitserland. Maar meer heeft er daarna niet meer ingezeten.

Hampsten stelde vaak in de winter zijn weerbaarheid op de proef. Dan ging hij skiën in de koudste koude van de Rocky Mountains. Veel hielp het niet, Hampsten bleef niet meer dan een stijlvolle klimmer. Toen Kuiper deze winter als ploegleider bij Motorola kwam, probeerde hij zijn ervaring op Hampsten over te brengen. “Hij moest harder worden. Ik wilde dat hij meer klassiekers ging rijden. Ik begon hem in de wedstrijd te sturen. Maar dan zeiden de anderen: "Dat moet je niet doen, dan wordt hij boos'. Ik heb veel met hem gesproken en zei dat ik die adviezen niet geef om er zelf beter van te worden, maar in de hoop dat hij er zelf wat aan heeft.”

De relatie wordt langzaam beter, vertelt Kuiper. “In de Ronde van Romandië, vroeg ik hem aan de vooravond van de zwaarste bergetappe wanneer hij voor het laatst had gewonnen. Twee jaar geleden, zei hij. Maar winnen is toch het mooiste wat er is, heb ik hem toen geantwoord. De volgende dag won hij. Hij heeft geen zelfvertrouwen. Hij is nerveus. Dat begrijp ik heel goed. Maar er is niets verkeerd aan fouten maken. Als je veel doet, maak je veel fouten, maar een keer kan het goed gaan. Zoals vandaag. Wat hij nu nog doet, is niet zo belangrijk. Ik weet het toch. Op Alpe d'Huez winnen is het mooiste wat er is. Voor de sponsor en voor jezelf.” En hij verwijst naar de herinneringen uit zijn succesjaren op Alpe d'Huez, 1977 en 1978.