Festival De Parade reist door het land; Kermisvermaak en aanstekelijke meligheid

ROTTERDAM, 20 JULI. In het blauwe bestelbusje naast "Casa Mondo' wordt alles vast in gereedheid gebracht voor de nacht: dekens worden uitgeklopt, matrassen en kussens opgeschud. Als straks het publiek komt is daar geen tijd meer voor maar nu, om half acht 's avonds, is er nog nauwelijks een mens te bekennen op de Parade. De zweefmolen hangt stil en de meeste attracties - in een cirkel opgesteld rondom de open dansvloer - zijn gesloten.

Alleen "La Molina', “het kleinste reuzenrad ter wereld”, is op dit uur al open en biedt de bezoeker de gelegenheid ronddraaiend boven het terrein een maaltijd te nuttigen. Wie op zoek is naar een café kan terecht in de "Salon des Variétés' waar ook vroeg op de avond een bandje voor een feestelijke sfeer zorgt.

Het is zaterdagavond, één van de laatste dagen dat de Parade haar tenten heeft opgeslagen bij de Leuvehaven langs de Maas in Rotterdam. Het rondtrekkende rariteitenfestival - voortgekomen uit de Boulevard of Broken Dreams - gaat naar Amsterdam en zal daarna, tot half september, nog vier andere steden aandoen. Twaalf tenten en ruim vijftig artiesten en medewerkers reizen al die tijd mee door het land.

Tegen half negen wordt het drukker op de kade in Rotterdam. De tenten gaan open en overal op het terrein floepen gekleurde lampjes aan en uit. Als bij afspraak heeft zich voor "Casa Mondo" een rij gevormd. Een bord bij de ingang meldt dat deze avond "De slaapwandelaar' op het programma staat. De mensen dringen om naar binnen te kunnen. Eén van de wachtenden mompelt in zijn baard dat hij vijf gulden wel wat veel vindt om iemand te zien slaapwandelen, toch koopt ook hij een kaartje. De voorstelling duurt een kwartier. Er komt inderdaad een slaapwandelaar in voor, maar het is slechts één van de vele types die we te zien krijgen. De opzettelijke sulligheid waarmee Loes Luca, Jim van der Woude en Arjan Ederveen de verschillende acts opvoeren is kenmerkend voor de maffe sfeer en de aanstekelijke meligheid van de Parade.

Alle theater- en muziekevenementen op het festival roepen associaties op met een ouderwets soort kermisvermaak. Het is een primitieve maar overrompelende vorm van amusement waardoor de mensen zich graag laten bedonderen. Dat gebeurt dan ook. Het beste bewijs zijn de lange rijen voor de éénminuutsvoorstellingen. Geduldig wacht men zijn beurt af, betaalt een gulden om naar binnen te mogen en voordat de bezoeker zich goed en wel realiseert wat er gebeurt staat hij weer buiten. Het is een beproefde formule die zelden haar uitwerking mist: de vreugde onder de slachtoffers is groot.

Natuurlijk zijn er ook attracties, zoals het optreden in "Casa Mondo', die langer duren dan één minuut. Zo worden er in de "Tango-Drôme' tangoshows van een klein half uur gegeven en de vuurvretende illusionist Celcius trekt minstens twintig minuten uit voor zijn met veel rook omgeven trucs in de "Paradijsvogeltent'.

Het hoogtepunt van de avond is ongetwijfeld een bezoek aan "Club Roulette' waar het hoofdprogramma wordt gevormd door "de levende jukebox". Twee fraaie dames in een gouden en een zwarte creatie zingen tegen betaling verzoeknummers: evergreens uit de popmuziek, country & western, rock & roll en gedeelten uit opera's. Ze wiegen met de heupen, gebruiken de ellebogen en leggen, als het nummer dat vereist, een snik in hun stem. Aan dergelijke vertolkingen herkent men de ware artiest.

De Parade is nog te bezoeken in Amsterdam (23/7 t/m 2/8), Den Bosch (7 t/m 16/8), Groningen (21 t/m 30/8), Leeuwarden (3 t/m 6/9) en Amstelveen (10 t/m 13/9).