Drie maal mafia

HET IS ONOMSTOTELIJK: de Siciliaanse mafia blijft de Italiaanse magistratuur voortdurend een slag voor.

Tot drie keer toe heeft deze misdadige organisatie kans gezien de speurder die de overheid op haar afstuurde, te liquideren voordat hij werkelijk gevaarlijk werd. De televisie heeft aan deze tragedie een spannende serie overgehouden, maar de Italiaanse samenleving komt steeds meer in het teken te staan van de georganiseerde misdaad. Buiten, maar ook in Italië neemt het fatalisme toe: met dit land zal het niet meer goed komen. De onmogelijkheid om de mafia op de knieën te dwingen versterkt de indruk dat het overheidsapparaat, tot in de hoogste regionen in Rome toe, onder controle staat van deze criminele hydra.

De demonstratieve "overkill' van de aanslagen suggereert een brute intentie de staat uiteindelijk geheel over te nemen.

De moord op generaal Carlo Alberta dalla Chiesa op 3 september 1982 in het centrum van Palermo was het trieste einde van een veelbelovende, doordachte en grootscheepse operatie om de mafia te liquideren. De generaal had Amerikaanse methoden van misdaadbestrijding met succes aangewend tegen de Rode Brigades, het terroristische abces dat Italië in de jaren zeventig aantastte. Toen die aanpak ook tegen de mafia succes begon op te leveren, werd aan het leven van deze moedige politie-officier een einde gemaakt. Bijna tien jaar later, op 23 mei, trof, op weg naar Palermo, Giovanni Falcone een vergelijkbaar lot. Magistraat Falcone had het werk van Dalla Chiesa moeten voortzetten. Ditmaal geen beschieting, stijl Chicago jaren twintig, vanuit passerende voertuigen, maar een spectaculaire bomaanslag vanonder het wegdek naar het model van de Baskische ETA. Gisteren sneuvelde Paolo Borsellino, Falcone's opvolger als mafiabestrijder. Een autobom maakte, in Palermo, een einde aan zijn leven en aan dat van vijf lijfwachten.

DE TREURZANG die uit de Italiaanse overheid opstijgt, klinkt langzamerhand als een gelegenheidskoraal, de geplengde tranen schijnen krokodilletranen, de doden slachtoffers van een verraderlijke autoriteit. Toch wordt met een dergelijke voorstelling van zaken de realiteit geweld aangedaan. De Siciliaanse mafia moet worden verklaard uit de sociale en politieke geschiedenis van het eiland. De "omerta', de zwijgplicht, die ten koste van honderden doden in stand wordt gehouden, vormt de eerste en laatste verdedigingslinie van de organisatie tegen ieder justitieel onderzoek. De Siciliaanse gemeenschap is, veelal haars ondanks, het water waarin de mafiose vissen hun buit verschalken en zich aan vervolging onttrekken. Dat de bloedige afrekeningen met officieel Italië zich in en bij Palermo afspelen, is geen toeval.

Een verklaring is geen verontschuldiging. De oplossing van het mafiavraagstuk zal eerder van sociale verandering dan van politiële en justitiële maatregelen moeten komen. Daarvan zijn er voorbeelden, maar Rome kan vooral worden verweten zich die voorbeelden niet al te zeer ter harte te hebben genomen. Het officiële antwoord op de jongste moord is weer dat de bestrijding van de mafia met nog meer kracht zal worden voortgezet. Maar bijzonder geloofwaardig is die reactie niet meer. De regering in Rome zal dergelijke sussende sjablonen moeten vervangen door een beleid waaruit sociale en dus politieke verbeeldingskracht spreekt.