Chiappucci blaast Tour bijna dagelijks nieuw leven in

ALPE D'HUEZ, 20 JULI. Veertig jaar en twaalf dagen na de luid bejubelde triomftocht van de grootste aller Italiaanse wielrenners, Fausto Coppi, naar Sestrières, werd Claudio Chiappucci in hetzelfde Italiaanse bergdorp onthaald als een zoon van de grootste campionissimo. Uitbundiger kan een overwinning niet worden begroet. Maar als één renner zo'n triomftocht toekomt is het Chiappucci. Solo's van ongeveer 140 kilometer over indrukwekkende Alpentoppen van een Tour-favoriet zijn uiterst zeldzaam. Sinds 1952 met Coppi leeft in de herinnering alleen de krachttoer in de Pyreneeën van Eddy Merckx, die in 1969 met zeven minuten voorsprong in Mourenx arriveerde.

Chiappucci mag zich een campione noemen. Of hij de Tour eens zal winnen blijft een vraag. Maar wie zo veel aanvalsdrift in zijn hart heeft, wie bijna dagelijks de Tour nieuw leven inblaast, wie rekenaars als de huidige generatie op de knieën krijgt, verdient een monument naast Coppi. Maar voordat Italianen tot dergelijk eerbetoon overgaan, worden zij overheerst door chaos.

Het was alsof de geschiedenis zich herhaalde in Sestrières. Evenals de fiets van Coppi in 1952 dreigde Chiappucci geplet te worden door de niet te controleren tifosi. Dankzij de sterke arm van de politie en andere veiligheidsfunctionarissen kon de altijd lachende Italiaan worden ontzet.

Het is de Tour van de supportersfeesten. Na de mensenmenigte in Valkenburg, volgde zaterdag de onbeheersbare euforie in Sestrières en gisteren de volslagen gekte op het ten tijde van de Tour-aankomst altijd gekke Alpe d'Huez. Nederlanders verloren het daar niet alleen in de wedstrijd (Theunisse werd negende op 4.13, Breukink een halve minuut later tiende en steeg naar een zevende plaats in het algemeen klassement) maar ook voor het eerst sinds jaren in de berm van Fransen, Italianen en vooral Basken. De Tour leeft. Met name Chiappucci en Indurain zijn er ieder in hun eigen stijl verantwoordelijk voor.

Nog meer dan de afgelopen jaren is het peloton niet meer te stuiten. Leblanc, Mottet en LeMond haakten al uitgeput af. Indurain werd zaterdag in zijn jacht op Chiappucci voor het eerst sinds jaren geconfronteerd met een inzinking, waardoor nota bene ene Vona uit Italië hem passeerde. Bugno vecht nog voor wat hij waard is. Maar de Italiaan die in staat werd geacht de positie van Indurain aan het wankelen te brengen, moest zijn aanvalspogingen van zaterdag op de Roselend en zondag op de Galibier bekopen met funeste inzinkingen, waardoor hij nu al tien minuten achter staat op Indurain.

“Ik heb gedacht aan LeMond, hoe hij vecht tot het einde”, zei Bugno. “In Italië verwijten ze me dat ik niet zoveel karakter heb als Chiappucci. Maar vandaag ben ik doorgegaan. Ik voel vanaf het begin dat ik niet honderd procent ben. Als je dan nog in de tijdrit kapot wordt gereden, is het verloren. Dan strijd je tegen een leider die met zijn ploeg alleen maar defensief rijdt. Maar ik ga door. Vandaag heb ik gereden met de kracht van mijn hart.”

Terwijl de Italianen zich in hun uitzinnige vreugde in Sestrières op Chiappucci stortten, onthaalden ze Bugno bij zijn aankomst op een fluitconcert. Als om te accentueren dat in Italië de wielersport altijd uit twee kampen bestaat (Coppi-Bartali, Moser-Saronni, Chiappucci-Bugno). Op de grote televisieschermen was het hen niet ontgaan hoe Bugno in de slotklim Indurain een paar keer had geassisteerd in de achtervolging op Chiappucci. Nog afgezien van Bugno's merkwaardige tactiek. Bugno had er beter aan gedaan al het werk aan Indurain over te laten. Omdat hij de leider was, de grote favoriet. Maar blufpoker leek zaterdag niet aan de wereldkampioen besteed.

Het had er veel van weg dat Bugno met Indurain in wanhoop een afspraak had gemaakt. De Spanjaard de Tour-zege, de Italiaan de tweede plaats. Bugno had zich na zijn drieste aanval met zijn knecht Rondon op de Roselend al neergelegd bij de overwinning van Indurain. Dank zij een niet-aanvalsverdrag met Indurain dacht hij zich te kunnen verzekeren van de tweede plaats. Het grootste gevaar kwam echter van Chiappucci. Diens voorsprong moest koste wat kost beperkt worden. Zijn landgenoot Vona verstoorde de illusies van Bugno. Hij versnelde, Indurain sprong mee, maar Bugno moest afhaken. Zonder de versnelling van Vona had Indurain nooit geweten hoe verzwakt Bugno op dat moment was. Zelf had hij dat niet durven testen. Als er een wielervolk is, waarvan je buiten het wereldkampioenschap geen nationale combine hoeft te verwachten, is dat het Italiaanse. Daar zijn de schermutselingen tussen Nederlandse ploegen, waarover wel eens ophef wordt gemaakt, kinderspelletjes bij.

In uiterste wanhoop probeerde Bugno gisteren op de Galibier nog een keer Indurain uit. De inzinking van Indurain in de laatste kilometers voor Sestrières, had hem hoop gegeven. De Spanjaard zou later toegeven dat hij gistermorgen enigszins nerveus aan de rit naar Alpe d'Huez was begonnen. Hij kende de oorzaak van zijn inzinking, hij had niet onmiddellijk na de ravitaillering kunnen eten omdat hij achter de gevluchte Bugno aan moest. Daardoor had hij zijn krachten overschat. Het geeft aan dat Indurain ook maar een mens is, die op tijd moet eten.

Bugno's versnelling op de Galibier, samen met Fignon, Hampsten, Chioccioli, Millar en Stephens, leek spectaculair, maar was een toonbeeld van een wanhoopsdaad. Indurain had zich ook geen moment zorgen gemaakt. “Daarvoor is de Galibier veel te licht. Er waren nog zoveel kilometers te rijden. Ik vertrouwde op de kracht mijn ploeg.” Bugno kwam vlak voor de top ten val na ene botsing met een supporter, maar bekende later dat het ongelukje hem op geen enkele manier had benadeeld. In de lange, snelle (zonder moeilijke bochten) afdaling toonde Indurain zijn grote kwaliteiten als afdaler. Op de volgende klim, de verraderlijk steile la Croix-de-Fer, werd het echt duidelijk: Bugno verloor de aansluiting, hij verloor de Tour.

Terwijl Hampsten, Boyer, Montoya, Nevens en Vona zich ontdeden van de topfavorieten, maakte Chiappucci zich klaar voor de belangrijkste aanval van deze Tour op Indurains positie. Indrukwekkend als altijd gooide hij aan de voet van Alpe d'Huez het tempo omhoog. Maar wie hij ook van zich afschudde, geen Indurain. Want als het op aanklampen aankomt is de Spanjaard wereldkampioen. Halverwege de beklimming voelde zelfs Chiappucci dat Indurain niet te verslaan is. Met Bugno op grote achterstand en Hampsten als gevaar voor zijn klassementspositie, besloot hij zich (voorlopig) neer te leggen bij Indurains gele trui en zich slechts te verzekeren van de tweede plaats. Met dank aan de klassementsleider werd het tempo nog eens opgeschroefd.

Zaterdag en zondag liet Indurain eindelijk zien dat hij meer kan dan verschrikkelijk hard tijdrijden en ogenschijnlijk pijnloos aanklampen. Hij is meer dan een stijlvolle atleet. Al geeft zijn soepele stijl een vertekend beeld van de enorme snelheid die hij schijnt te ontwikkelen. Toch moeten er onvermoede krachten in hem schuilgaan, krachten die hij zelf waarschijnlijk ook nog niet kent. Indurain fietst meestal niet harder dan noodzakelijk. Dat maakt hem tot een tegenpool van Chiappucci, van wie zijn ploeggenoot Stephen Roche treffend zegt: “He's a child in his head.” Deze combintatie staat garant voor weer een boeiende Tour de France. Geen wonder dat de publieke belangstelling onbeheersbare vormen gaat aannemen.