Burgers met blaffers

NEW YORK - Een paar dagen geleden was op Kanaal 13, dat zich specialiseert in programma's voor het denkend deel van het publiek en dit iedere dag volhoudt tot één uur 's nachts, een uitzending over het geweld in Amerika.

Eigenlijk is dat het specialisme van ieder televisiestation, want er worden hier per uur meer mensen op het beeldscherm neergeknald dan waar ook ter wereld, maar dat dient het amusement. Dit programma ging over de echte doden, het vorig jaar 25.080 waarvan 500 in Dallas, de stad die meer in het bijzonder het onderwerp van deze uitzending was. De burgerij heeft nu ook zelf daar haar verdediging ter hand genomen, er verschenen patrouilles van brave, tot de tanden gewapende huisvaders op het scherm en een sombere hoofdcommissaris die er persoonlijk geen gat meer in zag zolang de vuurwapens over de toonbank gaan als hamers en nijptangen. Het is hier iedere dag Vietnam, zei hij. Toen kwam er een forum om de oorzaken te belichten. Verdovende middelen spelen een funeste rol. Een vrouw in het forum was in Amsterdam geweest. Ze verklaarde dat de drugs daar vrij te koop zijn, zodat er ook veel minder wordt gemoord. De anderen keken ervan op. Men was het erover eens dat dit niet de oplossing voor het Amerikaanse probleem was, maar, vroeg iemand, vertel eens, hoe ziet het er dan uit in Amsterdam. Ze schoot in de lach. “It's a weird city but they like it that way.”

Ik had graag willen weten wat ze met weird bedoelde. Het kan zijn: eng, griezelig, maar ook excentriek op een manier die je je wat onbehagelijk doet voelen als je er niet aan gewend bent. Ik stelde me haar voor terwijl ze langs de Walletjes, door de Oude Hoogstraat, op een mooie dag over de Dam en het Leidseplein liep. In deze uitzending kwamen die herinneringen haar plotseling weer voor de geest. Weird, dat was het eerste woord dat haar te binnen schoot.

Als je zou moeten kiezen tussen de vraagstukken van Dallas en die van Amsterdam, zou je niet lang hoeven na te denken. Graag weird als het niet anders kan. Ik vroeg me alleen af waarom ze dacht dat we dit fijn vinden. Wie zou ze hebben gesproken? Welke voorlichter van de gemeente zou haar hebben uitgelegd dat op de Walletjes sinds jaar en dag de onofficiële, niettemin fameuze, wereldbekende paradepaardjes van de hoofdstad zitten? Dat de klanten van het openbaar vervoer bijna niet kunnen wachten tot de volgende Rembrandt weer een tram onder handen heeft genomen? Dat de lege sokkels op het Museumplein en het zich steeds weer verzamelende vuil bij de Vrouwen van Ravensbrück nu het aanzien hebben gegeven aan een coördinatiecommissie die dat varkentje in het begin van de volgende eeuw wel zal hebben gewassen? 't Is merkwaardig hoe je door een uitzending over het moorden in Dallas opeens weer volop thuis kunt zijn. In de eenzaamheid van mijn kamer gaf ik m'n wildste stokpaarden de vrijheid.

Nederland, berucht om zijn "tolerantie' en stadsbeelden die buitenlanders weird vinden, heeft één strenge regel waaraan we niet streng genoeg de hand kunnen houden. Dat is de vuurwapenwet. Alle grote steden ter wereld zijn in een toestand van crisis. Niet genoeg geld, bedelaars, drop-outs, daklozen, drugs, de postmoderne litanie. Amsterdam heeft de problemen van een dorp als je het vergelijkt met delen van de Bronx, Brooklyn en Queens. Met Manhattan gaat het beter, omdat het gemeentebestuur dat stadsdeel schoon wil houden voor de toeristen en de congressen. Vorige week, toen hier de Democratische Conventie werd gehouden, moest je plotseling naar een bedelaar zoeken als je een kwartje wilde weggeven. De straat was zo schoon dat je ervan had kunnen eten. (Dat moet voor een bedelaar een merkwaardige uitdrukking zijn: hij zou niets liever willen, maar wij die geen bedelaar zijn prijzen de straat juist omdat er niets eetbaars ligt). Voorbij Central Park is het de gewone armoede, met de gewone schietpartijen.

Als we geen goede vuurwapenwet hadden zou er in Amsterdam ook meer worden geschoten. De statistiek heeft een stijgende lijn. Als de burger zich bedreigd voelt, door wat hij in de krant leest of omdat zijn verloofde bij het Rotterdamse CS door een junk is lastig gevallen, voelt hij de behoefte zich te verweren. Als volgens zijn indruk de politie te weinig doet, gaat hij erover denken zelf iets in zijn zak of haar tasje te stoppen dat de weerbaarheid moet vergroten. Als iemand van de politie verklaart, dat niet goed te keuren maar wel te kunnen begrijpen, voelt de burger zich aangemoedigd. Hoe meer gewone mensen zich bewapenen, hoe steiler in de statistiek de stijgende lijn van de postmoderne gesneuvelden.

Over het geweld in de stad bestaat een officiële en een onofficiële manier van denken. De officiële is dat er maar één manier is om het te bestrijden: door de politie die zo intolerant mogelijk de hand houdt aan de vuurwapenwet. De onofficiële beroept zich op het oog om oog, tand om tand. Welke manier van denken het wint hangt ervan af wat we normaal vinden. Ik zag de wanhoop van de hoofdcommissaris in Dallas.

Tegen de normalisering van de straatoorlog in zijn stad valt met de wetten waarop hij moet steunen, niet te vechten. Onze wet is niet zo weird. Het gaat erom, hem zo gewoon, zo vanzelfsprekend te blijven vinden dat geen mens erover zal denken, voor zijn zelfverdediging aan andere hulp te denken dan die van de politie.