Volleybal: Sinds 1964 olympische sport

Zondag 9 augustus, 13.00 uur: finale mannen

Volleybal is sinds 1964 een olympische sport. Vóór 1988 deed Nederland bij de mannen slechts één keer mee.

Bij de vrouwen helemaal niet. Met spelers als Constandse en Tinkhof werd Oranje in '64 in Tokio achtste. De ploeg won twee wedstrijden en verloor er zeven. De Sovjet-Unie was de eerste olympisch kampioen bij de mannen, Japan bij de vrouwen.

Sinds de Mexicaan Ruben Acosta voorzitter is van de internationale bond, FIVB, zit er volop beweging in het volleybal. In 1990 speelden de sterkste landenploegen voor het eerst om de World League. Dit jaar is daarbij een prijzengeld van vijf miljoen dollar te verdelen. Opvallende wijziging in de spelregels is dat in een eventuele vijfde set het zogeheten rally-pointsysteem wordt gehanteerd. Dat betekent dat een ploeg altijd kan scoren en niet alleen als het de service heeft.

Nederland speelt sinds 1988 mee in de top. Bij de Olympische Spelen van Seoul werd Oranje onder leiding van de als bondscoach teruggekeerde Arie Selinger vijfde. De Amerikanen prolongeerden hun titel van '84 in Los Angeles. Bij de vrouwen werd de Sovjet-Unie kampioen na een zinderende finale van vijf sets tegen Peru. De speelsters van de winnende ploeg waren na die slopende partij zo vermoeid dat ze medische bijstand nodig hadden om op tijd bij de prijsuitreiking te kunnen verschijnen. Nederland doet in Barcelona voor het eerst mee in het olympische vrouwenvolleybaltoernooi.