Václav Havel heeft opnieuw lot in eigen hand genomen

PRAAG, 18 JULI. De betovering is gebroken. Václav Havel, de Tsjechische strijder voor de rechten van de mens en de vrije meningsuiting tijdens het communisme, de verboden toneelschrijver, de lucide essayist, de bejubelde en verguisde president van de Tsjechoslowaakse federatie na de Fluwelen Revolutie van eind 1989 heeft opnieuw het lot in eigen hand genomen. Gisteren maakte hij bekend dat hij na rijp beraad besloten heeft zijn functie, die hij nog tot 5 oktober zou kunnen uitoefenen, maandag al neer te leggen.

Luttele minuten nadat de Slowaakse Nationale Raad in Bratislava de verklaring aannam over de soevereiniteit van het oostelijke deel van de federatie liet Havel weten dat hij aftreedt. Als reden gaf hij op dat hij het presidentschap niet langer kan uitoefenen op een wijze die overeenkomt met zijn “karakter, overtuiging en geweten”.

Zoals alles wat hij in zijn bewogen leven heeft gedaan is ook dat een beslissing die niet wordt ingegeven door politieke berekening of door effectbejag, maar eenvoudig door zijn diepe besef van wat een mens te doen staat die zich laat leiden door rationaliteit, waardigheid, waarheid en oprechtheid.

Zijn lot is nooit willekeurig geweest, zo heeft Havel eens gezegd, maar was altijd de natuurlijke resultante van zijn handelen, een moreel handelen zonder dat hij op de directe gevolgen lette, een handelen overeenkomstig zijn overtuigingen. Havel heeft zich ook nooit beklaagd over dat lot, hij was zich er te scherp van bewust dat een minder strak vasthouden aan zijn overtuigingen hem een gemakkelijker leven zou bezorgen. Zijn eigenzinnig handelen bracht hem tijdens het communistische regime verscheidene malen in de gevangenis, inspireerde hem tijdens het schrijverscongres van 1956 tot zijn beroemde pleidooi voor de rechten van de mens, voor democratie en intellectuele vrijheid, verhief hem in de periode van totale stagnatie na 1968 tot superieure vertegenwoordiger van Charta 77. Daarmee groeide Havel uit tot het geweten van de Oosteuropese dissidenten en tot symbool van de intellectuele strijd tegen de autoritaire staat.

Dat symbool werd tastbare politieke werkelijkheid in de laatste maanden van 1989, toen de communistische machthebbers stap voor stap hun exclusieve machtsterrein moesten prijsgeven en Havel op onweerstaanbare golven van enthousiasme naar de Praagse burcht werd gedragen.

Maar de ontnuchtering liet niet lang op zich wachten. Al snel kwam de kritiek op Havel los van de Slowaken, die zich in hun positie bedreigd voelden nu het (voornamelijk door Slowaken beheerste) communistische leiderschap niet langer het Slowaakse belang behartigde en in plaats daarvan een door de Tsjechen beheerste no-nonsense politiek op economisch gebied werd doorgevoerd.

In politieke termen vertaald kwam er een stroming op gang die enerzijds ijverde voor nationalisme en anderzijds voor terugkeer naar de vertrouwde staatsbemoeienis.

Pag 5: President nam nooit blad voor de mond

De leider van de beweging voor een democratisch Slowakije, Vladimir Meciar, wist het volk zozeer te doen geloven in de slogan dat Slowakije de kans moest grijpen om los te komen van de Tsjechische landen, dat zijn beweging vorige maand de grootste partij werd.

Vorig jaar verwoordde Havel zijn bange voorgevoelens over het groeiende Slowaakse nationalisme. Een opsplitsing van de Tsjechoslowaakse federatie zou volgens hem “een groot ongeluk” betekenen voor alle burgers. “Ik ben er diep van overtuigd”, zo schreef hij in zijn "Zomermijmeringen', “dat toekomstige generaties ons de scheiding niet zullen vergeven en die zullen beschouwen als een fatale vergissing”.

Havels gewoonte om openlijk te zeggen wat hem verontrust, een kwaliteit die hem zijn morele prestige heeft verleend, maar hem ook kwetsbaar maakte, kwam het duidelijkst tot uiting vóór de parlementsverkiezingen. Tijdens een toespraak in Bratislava waarschuwde hij de kiezers voor het “goedkoop appeleren aan nationalistische sentimenten” en voor “politici met dictatoriale neigingen”.

Die redevoering heeft Havels lot als president bezegeld. De Slowaakse (en ook Tsjechische) politici op wie die uitlatingen van toepassing waren, hebben zich en masse van hem afgekeerd en zijn herverkiezing als president geblokkeerd. Politici zeggen dat hij daarmee zijn hand heeft overspeeld en de onpartijdigheid van het presidentschap geweld heeft aangedaan. Maar Havel is er de man niet naar om zich diplomatiek uit te laten alleen maar om zijn politieke positie niet te schaden. Hij zegt wat hij vindt dat hij moet zeggen.

Op 25 juni zei hij in een rede tot het nieuwe parlement: “Ik zou in conflict komen met mijzelf en met de ideeën die ik mijn hele leven heb verdedigd als ik enige van de waarden zou verzaken waarin ik geloof of zou ophouden enige van die waarden te verdedigen.”

De breuk in de Tsjechoslowaakse federatie is door de gisteren aangekondigde stap van Havel vrijwel onvermijdelijk geworden. Na de verkiezingsuitslag van begin juni, na het akkoord over de scheidingsprocedures, na zijn échec bij de presidentsverkiezingen en na de soevereiniteitsverklaring van het Slowaakse parlement, ziet Havel er de zin niet meer van in om de rol van exécuteur testamentair te spelen.

Ten slotte heeft hij zelf ook in zijn Zomermijmeringen aangegeven dat hij “de laatste zal zijn om naties hun recht op zelfbeschikking te willen ontzeggen. Het recht van een natie om zelf haar zaken te regelen en die niet met een andere te delen is onvervreemdbaar en moet worden eerbiedigd.” Havel heeft daaruit een “logische” consequentie getrokken, zei gisteren de Tsjechische premier Václav Klaus. De begrafenis van de federatie zal hij niet actief meemaken. Maar hij zal ongetwijfeld, verrezen uit de as van de federatie, terugkeren op de Praagse burcht, als eenmaal de grondwet van de Tsjechische republiek zodanig is gewijzigd dat de functie van Tsjechische president daarin is opgenomen. Maar Havels droom om van Tsjechoslowakije het meest succesvolle voorbeeld van een post-communistische Middeneuropese staat te maken, een voorbeeld van stabiel en vreedzaam samenleven van twee volkeren in één staatsverband, die droom is vervlogen.