Twee mannen, wat berkeboompjes en de wereldvrede

Een boswandeling, zondag, Ned. 3, 20.10-21.58u.

Twee mannen in een berkeboompjesdecor, meer is het niet, maar die mannen zijn doorgewinterde acteurs en ze hebben een onderhoudende dialoog te spelen gekregen.

Lee Blessing, de schrijver van het toneelstuk A walk in the woods, zette een nieuwsgierig makende situatie neer: twee wapenbeheersingsonderhandelaars in Genève, een Rus en een Amerikaan, die de onderhandelingstafel even hebben verruild voor een wandeling door een nabijgelegen bos. In de buitenlucht kunnen ze informeler met elkaar praten dan tijdens de officiële besprekingen. De vraag is echter of de wereldvrede daarbij gebaat is - en of die onderhandelingen überhaupt ooit ergens toe leiden.

A walk in the woods, zondagavond als theaterregistratie te zien bij de NOS, werd in 1988 op Broadway met veel succes gespeeld door Robert Prosky en Sam Waterston. Ik vind het een genot die twee bezig te zien, want ze spelen een geraffineerd spel van aantrekking en afstoting, vertraging en versnelling, comedy en ernst. Prosky speelt de Rus als een cynisch geworden gevoelsmens, die allang weet dat de wederzijdse overheden nimmer zullen instemmen met de totale afschaffing van atoomwapens. Hij heeft zijn tegenstander uitgenodigd voor een wandeling; You'll like the trees here, zegt hij, they're neutral. Tegenover hem is Waterston de protestante Amerikaan, de Bush-achtige diplomaat, die voor het eerst in Genève is en nog meent dat hij tot taak heeft de Mensheid te dienen. Nu zijn president wil worden herverkozen, acht hij het van het grootste belang met een treaty thuis te komen.

Lee Blessing komt in de tekst af en toe gevaarlijk dicht bij het scheurkalendersentiment van het gemiddelde Amerikaanse publiekssucces (Hope is a true miracle, is it not?), maar wijkt dan net op tijd weer uit naar het sarcasme dat beter bij dit onderwerp past. In het algemeen krijgt de Rus de scherpste analyses van de Geneefse schijnvertoningen in de mond gelegd, maar ook de Amerikaan maakt af en toe impliciet duidelijk dat angst voor gezichtsverlies en eigenbelang hier minstens even doorslaggevend zijn als het Ultieme Doel.

Tezelfdertijd werd het stuk in Londen gespeeld met Alec Guinness als de Russische onderhandelaar. Ik heb zijn versie destijds niet gezien, maar vermoed dat die iets afstandelijker, iets ijselijker is geweest dan de ietwat weemoedige routinier die Robert Prosky van hem maakt. De herfstige sfeer die uiteindelijk blijft hangen, had in mijn ogen iets onheilspellender mogen zijn. Maar de problematiek wordt op bezienswaardige wijze opgedist door twee toneelspelers, die daar zichtbaar aardigheid in hebben.