Turks parlement dwarsboomt Demirels hervormingspogingen

ATHENE, 18 JULI. Het Turkse parlement heeft een grote anti-climax veroorzaakt in het hervormingsprogramma inzake de mensenrechten, waarmee de liberale premier Süleyman Demirel vorig jaar is aangetreden. Hoofdpaneel daarvan is een pakket maatregelen waarbij het juridische apparaat zich sterker kan laten gelden ten opzichte van de uitvoerende macht, in het bijzonder de politie. Zo mag vooronderzoek nog slechts enkele dagen duren en juristen, ook de advocaten van de verdachten, zullen aanwezig mogen zijn bij deze verhoren, gedurende welke gewoonlijk de ernstigste mishandelingen plaatshebben.

Na acht maanden was het parlement eindelijk toegekomen aan de behandeling van dit hervormingspakket, dat in grote trekken werd aanvaard. Zoals echter al werd gevreesd, stuurde president Turgut Özal het voor een tweede lezing terug, iets dat hij de laatste maanden met bijna alle te ondertekenen wetten en benoemingen heeft gedaan. Bij die tweede lezing heeft ook de rechtse vleugel van Demirels Partij van het Juiste Pad zich kritisch opgesteld. Deze treedt op als woordvoerder van de lobby van politie en hoge militairen, die in een justitiële hervorming een aanmoediging zien voor de Koerdische en niet-Koerdische terroristen die het land onveilig maken.

Reeds hebben de afgelopen maanden groepen politiemannen, na het verlies van een of meer van hun collega's, door de straten van Turkse steden gemarcheerd met kreten als "Geen clementie voor terroristen' en "Weg met de mensenrechten'. Ook het staatshoofd heeft zich enige malen in deze zin uitgelaten. Hoge militairen laten zich van tijd tot tijd ontvallen dat de Koerden eigenlijk even bang zouden moeten zijn voor het Turkse staatsapparaat als zij het zijn voor de Iraakse president Saddam Hussein.

Tijdens de tweede lezing bleek dat de harde vleugel van Demirels partijfractie het liefst de behandeling van de zaak enige jaren wilde uitstellen. Als compromis kwam ten slotte uit de bus dat de debatten na het zomerreces worden voortgezet, maar dat het pakket dan zal worden gewijzigd. De nieuwe garanties inzake het vooronderzoek zullen niet gelden voor zaken tegen personen die worden verdacht van activiteit voor de PKK, de Arbeiderspartij Koerdistan, die al sinds 1984 een guerrillastrijd in het zuidoosten voert.

Daarmee is de hervorming zodanig verwaterd dat zij in de EG en andere Europese kringen nauwelijks meer indruk zal maken. Men is in de sfeer van het Koerdische zuidoosten namelijk al heel gauw verdacht van sympathieën voor de PKK, en de ergste excessen tijdens de verhoren komen juist in deze contreien voor. Demirel blijft in binnen- en buitenland vermoedelijk nog wel geruime tijd de "premier van de goodwill' maar dreigt daarnaast meer en meer het stempel van de machteloosheid te krijgen.

Ook het recente bezoek aan Turkije van de nieuwe Duitse minister van buitenlandse zaken Klaus Kinkel stond, meer dan de Turkse autoriteiten lief was, in het teken van de mensenrechten. De bewindsman had in Ankara een ontmoeting met vertegenwoordigers van de Turkse vereniging die zich daarmee bezighoudt, en volgens het dagblad Hürriyet had hij zijn Turkse collega Hikmet Çetin tijdens hun bespreking speciaal gevraagd of het waar was wat Duitse kranten schreven, dat tijdens het verhoor van vrouwen door de Turkse politie gummi knuppels worden gebruikt als materiaal voor seksuele folteringen.

Na afloop van het bezoek gaf de Duitse bewindsman openlijk te kennen dat de kwestie van de mensenrechten, naast die van de te verwachten toevloed van Turkse arbeidskrachten naar het Westen, een ernstig beletsel bleef voor Turkijes toetreding tot de EG.