Sinds Gutenbergs Bijbel lijken alle a's op elkaar

Waarom zou een computer geen eigen handschrift kunnen hebben? In de serie over handschriften vandaag twee Nederlandse typografen die "handschriften' voor de computer ontwierpen. Hoewel er ook computerhandschriften met voorgeprogrammeerde onregelmatigheden zijn, vindt de Belgische typograaf Fernand Baudin dat nog allemaal veel te mechanisch.

De Haagse typografen Erik van Blokland (1967) en Just van Rossum (1966) hebben hun computers in een persoonlijk handschrift leren schrijven. Misschien is het niet het modelschrift dat zij zelf op de Haagse academie van hun schrijfleraar Gerrit Noordzij hebben geleerd, maar toch zeker een goede doordeweekse variant of liever gezegd twee varianten: "Erikrighthand' en "Justlefthand'. Beide schriften, samen één font, zijn voor enkele honderden guldens op diskette te koop bij de Berlijnse letterleverancier FontShop.

Het handschriftfont, dat als idee tussen twee glazen bier op een terrasje werd geboren, werd een commercieel succes. Jonge ontwerpers kopen het om er, als ghostwriters in een nieuwe betekenis van het woord, met andermans pen hun drukwerkjes mee te schrijven. Het laagdrempelige schrift levert echter ook klanten voor maatwerk op. Het weekblad Donald Duck overweegt zijn stripletters, die nu met de hand worden getekend, te laten digitaliseren, liefst met een paar voorgeprogrammeerde onregelmatigheidjes. Daarnaast heeft een particulier van zijn gehele handschrift inclusief handtekening een digitale uitvoering besteld: een arts die het handmatig uitschrijven van recepten beu is.

De computer aansporen tot individualisme, dat lijkt de opzet van Van Blokland en Van Rossum sinds ze enige jaren geleden actief werden op een randgebied van de internationale markt van computerprogramma's en letterfonts. Consequent onderzoeken ze met hulp van de computer de mogelijkheden van het oneigenlijke, tegendraadse en bizarre. Daarmee rammelen ze aan onze verwachtingen en zekerheden omtrent computers en typografie. Alle associaties die verbonden zijn aan hun geuzennaam "Letterror' - letter, letterer, error, terror - maken ze méér dan waar.

De Belgische boektypograaf en handschriftpropagandist Fernand Baudin (1918) kijkt vanuit een andere invalshoek naar handschrift. Voor hem is handschrift het begin van alle cultuur en hij kan het niet anders zien dan in een hartverscheurend, pre-Gutenbergiaans perspectief, als een verloren zaak sinds vijf eeuwen. In dit verband stelt hij de diagnose "Gutenberg-syndroom': vòòr de uitvinding van de boekdrukkunst waren studenten en geleerden gedwongen om voor hun studie zelf afschriften van teksten te maken. En dat deden ze heel behoorlijk, met veel gevoel voor de mise-en-page, het schrift, de spatiëring. De drukkunst, die kunst van "het schrijven zonder pen', heeft de geletterde man echter vervreemd van zijn grafisch bewustzijn, het is nu het domein van de drukwerkspecialist.

Twintig jaar geleden verzorgde Baudin als redacteur en ontwerper een reeks bijzondere boeken over typografie en handschrift. Eén deel heet Dossier A-Z 73 en bevat de getuigenissen van drieënveertig specialisten over het schrijfonderricht. Baudin, geen optimist in deze zaak, lokte ze uit de tent met boze constateringen als: “Boekhandschriften bleven tot een eeuw na Gutenbergs Bijbel bestaan. Sinds het einde van de zestiende eeuw zijn alle tekstletters variaties van de romein en de cursief en van vier soorten gotisch schrift. Nooit zal een schrijfletter meer aanvaard worden voor een gewoon type boek.”Toch is een van de bijzonderheden van dit boek dat het gedeeltelijk gedrukt is in Baudins eigen vitale handschrift, een experiment dat, handig gebruikmakend van de toen relatief jonge offsettechnieken, kostenbesparend was.

Deze benadering van Baudin toont verwantschap met het handschriftelijke experiment van Letterror. Beide partijen grijpen de eigentijdse techniek aan om met handschrift de rechtlijnigheid van het drukken te doorbreken. Maar zijn zij zich bewust van die verwantschap? Nee, blijkt bij een ontmoeting tussen onder anderen de Hollandse typografen Just van Rossum, Erik van Blokland en Baudin. Zelfs dergelijk nauwbetrokkenen denken zeer verschillend over handschrift. Waar Van Blokland en Van Rossum de ziel van hun schrift offeren voor de goede digitale grap, lijkt het voor Baudin dubieus dat iemand schrift uit handen geeft, te beginnen met Gutenberg. En hij heeft gelijk. Kijk maar naar de brief. Een computergeschreven brief zal de handmatige niet kunnen vervangen. Zoals Van Rossum al opmerkt: het valt wel op dat iedere a dezelfde is.