Schiettent Relus: tussen twee vuren

Wie op zoek is naar "mobiel, flexibel werk van deze tijd' bij een werkgever "die zich presenteert als een moderne multinational', wordt vandaag verwacht bij de 43e Gemechaniseerde Brigade. Die houdt open dag in de Johannes Post-kazerne te Havelte. "Koninklijke Landmacht. Belangrijk werk. De Tijd van je Leven.'

De oproep spreekt niet over de aard van een mogelijke tewerkstelling. Gaat het om jongens die zich als beroepsmilitair "ver van huis, inzetten voor vrede en veiligheid'? Of ook om dienstplichtigen, de bekende vrijwilligers die worden aangewezen door het lot, de dokter en een gebrek aan gewetensbezwaren tegen de gewapende strijd?

Aanstaande rekruten doen er goed aan hun gevoelens van opluchting wat op te schorten. De kans op zo'n fijne persoonlijke oproep bestaat nog steeds. De afschaffing van de dienstplicht, die vorig najaar beklonken leek, kan nog even op zich laten wachten.

Het blijkt erg duur te zijn om over te schakelen op een beroepsleger én Defensie te blijven gebruiken als spaarvarken bij ieder begrotingsprobleem. Zeker zolang niemand goed weet op welk wereldgevaar het vaderland voorbereid moet zijn. De echte vraag is dan ook hoe lang alle gebruikelijke vormen van bezuinigen en inkrimpen kunnen doorgaan vóórdat de resterende krijgsmacht te armoeiig wordt om nog serieus te kunnen dienen voor wat voor taak dan ook - behoudens oefeningen tegen de Belgische Rijkswacht.

Bij de jongste begrotingsrondes in het kabinet is Defensie relatief gespaard gebleven, maar niemand weet wat het koopkracht-bingo eind augustus nog voor verschuivingen in de begroting '93 veroorzaakt. Ook zonder een nieuwe greep in de krijgskas is de landsverdediging de laatste jaren stevig aangeslagen. Nu al zijn beslissingen genomen die ertoe leiden dat op defensie tegen het eind van de kabinetsperiode in 1994 ruim 16 procent zal zijn bezuinigd ten opzichte van de begroting '89. Tegen het jaar 2000 zal 15 à 20 miljard minder aan defensie zijn uitgegeven dan wanneer de Muur er nog stond.

Goed nieuws voor iedereen die wat beters met het geld weet te doen. Is het veel besproken "vredesdividend' zoetjesaan uitgekeerd, of blijft de ineenstorting van het Kwade Rijk in het Oosten een verdergaande verkleining van de krijgsmacht mogelijk en gewenst maken?

Frankrijk beperkt zijn strijdkrachten met eenvijfde en bestelt minder nieuwe vechtmachines. Duitsland brengt zijn vereende sterkte terug van 580.000 naar 370.000 man en ziet af van het Europese jachtvliegtuig; de immense Oostduitse munitie-voorraden moeten milieutechnisch verantwoord vernietigd worden binnen een krimpende begroting. België heeft al gekozen voor afschaffing van de dienstplicht en drastische reductie van zijn militaire pretenties.

Kortom, wat let Nederland zo veel mogelijk af te rekenen met het militaire apparaat? Al die jaren werd ons groei aangepraat "om de achterstand niet nog groter te laten worden'. Nu is het toch welletjes?

Men hoeft geen groot liefhebber van taptoes, speldjes en verhalen-in-uniform te zijn om te moeten toegeven dat de geschiedenis af en toe tijden van vrede heeft gekend. Leiders die de eeuwige rust afkondigden hebben vaak niet tijdig afscheid kunnen nemen om het resultaat van hun politiek te ontlopen. Ook wie zich niet wil voorbereiden op de vorige oorlog, kan zich situaties voorstellen waarin de veiligheid van Nederland of West-Europa de komende vijftig jaar in gevaar kan komen.

Wat de bron van instabiliteit zal zijn, weet niemand met zekerheid. Die betrouwbare vijand van vroeger, de Rus, is te verarmd en gedesorganiseerd om op korte termijn deze kant op te komen. Ook als de roep om een sterke man in Rusland gevolg zou krijgen, dan beschikt het nieuwe Kremlin niet direct over een krijgsmacht van betekenis. Vager maar niet ondenkbaar zijn kruistochten van gedepriveerden uit de Balkan of Noord-Afrika, op zoek naar de vetpotten van West-Europa. En nucleair ondersteunde dreigementen van potentaten in grote arme landen op een paar uur vliegen van hier. De bedreiging kan trouwens even goed via onze computernetwerken worden toegediend als door de lucht.

Over nobele vredestaken in den vreemde is iedereen het in defensieland wel eens. Die zijn goed voor ons aanzien als serieus democratisch land. Minister van defensie Relus ter Beek is zijn collega van buitenlandse zaken graag terwille. Liefhebbers binnen de krijgsmacht genoeg. Bij de huidige mate en snelheid van bezuinigen is de tijdige aanschaf van bijbehorend materieel overigens al in de gevarenzône beland.

De kern van het debat gaat over een redelijke bijdrage van Nederland aan een grootschalig conflict, een echte oorlog hier of verderop. Ter Beek werkt met zijn staf aan een Prioriteiten-nota, die de achterhaalde Defensienota van '91 dit najaar moet vervangen. Daarbij zit de minister tussen twee vuren: de generaals die internationaal serieus willen blijven meedoen enerzijds, en de politiek anderzijds. Defensie beschikt met een begroting van om en nabij de 14 miljard over makkelijk geld en weinig lobby om aanslagen tegen te houden - niemand weet hoe stakende majoors er uitzien.

Ter Beek wacht officieel op het advies van de commissie-Meijer, die in september adviseert of de dienstplicht moet blijven. Het antwoord op die vraag is cruciaal: afschaffing betekent - bij gelijkblijvende middelen - een beroepsleger met een gehalveerde oorlogssterkte. Dienstplichtigen leveren tegen een bodemprijs noodzakelijke aantallen en vaardigheden.

Na een aanvankelijke neiging het einde van de dienst als maatschappelijk gegeven te aanvaarden, schijnen zowel de commissie als de minister steeds meer doordrongen te zijn van de praktische onmogelijkheid op z'n Belgisch te komen tot snelle afschaffing. Los van de kosten, is het zeer de vraag of de landmacht snel genoeg voldoende vrijwilligers zou kunnen werven om een leger op de been te brengen dat Dad's Army verslaat. Een beroepsleger, waarschijnlijk gerekruteerd uit de Nederlandse onderklasse, is al weinig aantrekkelijk, genaturaliseerde Turken en Marokkanen blijven aan hun oude nationaliteit en dienstplicht vastzitten. Dat allemaal afkopen uit de defensiekas wordt absurd en onverkoopbaar.

De acute dreiging van een wereldoorlog is voorbij, maar de chaos in de wereld is voorlopig toegenomen. Het is niet zeker dat Nederland, naast het mobiel en flexibel patrouilleren in Libanon, Bosnië of Cambodja, blijvend verschoond blijft van directe aanvallen op wat wij te zijner tijd zullen ervaren als "ons grondgebied'. Het zou jammer zijn als Het Grote Graaien voelbaar gepaard ging aan het ontbreken van een samenhangende strategie.