Regering bang voor grootste bankroet uit Spaanse geschiedenis; Koeweits imperium in Spanje loopt gevaar

MADRID, 18 JULI. Aan weerszijden van de toegang tot het zakendistrict van Madrid wordt dezer dagen de laatste hand gelegd aan één van de opvallendste kantoorcomplexen van Europa.

In opdracht van het Kuwait Investment Office (KIO) ontwierp de Amerikaanse architect John Burgee twee torens van elk zevenentwintig verdiepingen hoog, die zich in een hoek van vijftien graden over de Paseo de Castellana neigen. Volgens Burgee en zijn opdrachtgevers moeten de bouwwerken over enkele jaren zo bekend zijn dat ze als symbool voor Madrid kunnen fungeren, zoals de Eiffeltoren dat voor Parijs is.

Voor de financiële wereld bestond er echter van begin af aan geen misverstand over dat in het project ook de macht tot uitdrukking werd gebracht die de Koeweiti's sinds 1987 middels een investering van ruwweg 5 miljard dollar in de Spaanse economie hebben veroverd. Nog voor de opening heeft het project echter al een compleet andere symboolfunctie gekregen. Het hele financiële imperium dat KIO in Spanje heeft opgebouwd bevindt zich namelijk op een hellend vlak.

Vorige week moest het door KIO beheerste chemieconcern Ercros (10.800 werknemers, omzet 224 miljard peseta's) uitstel van betaling aanvragen. Wanneer het inderdaad tot een faillissement komt van het concern, dat ondermeer de nationale markt voor kunstmest beheerst, zou dat het omvangrijkste bankroet zijn dat de Spaanse economie ooit heeft beleefd. In bankkringen en door de overheid wordt KIO verweten dat het in 1988 de fusie heeft georganiseerd tussen Explosivos Rio Tinto (ERT) en Cros die tot het mammoetconcern leidde, daarna de meest winstgevende delen heeft verkocht en nu weigert verder in het zieltogende conglomeraat te investeren. Ercros deed onder meer de petroleumdivisie Ertoil over aan de Luxemburgse groep General Mediteranea, terwijl de farmaceutische bedrijven door Roche en Paribas werden aangekocht. Meest omstreden was de verkoop van het onroerend goed van Ercros voor een prijs die volgens deskundigen ver onder de marktwaarde lag. De interessante vastgoedportefeuille kwam in handen van de firma Prima, die toevallig ook door KIO wordt bestuurd.

Minister van industrie Claudio Aranzadi beschuldigde de Koeweiti's er afgelopen vrijdag in het openbaar van dat zij hun verantwoordelijkheid als grootste aandeelhouder van Ercros ontlopen. KIO heeft op dit moment zelfs geen vertegenwoordiger meer in de Raad van bestuur van het bedrijf. Aranzadi noemde deze houding “niet te rechtvaardigen”. Tegelijkertijd maakte hij echter duidelijk dat ook de overheid geen nieuwe steun aan het bedrijf wil verlenen. In de loop van de jaren tachtig heeft met name de kunstmestsector binnen Ercros voor 27 miljard peseta's aan subsidie opgestreken, terwijl in Brussel beschermende maatregelen voor deze tak van industrie werden bedongen.

Aranzadi gaf met zijn felle uithaal dus vooral te kennen dat de regering zich ernstig zorgen maakt over het beleid van KIO in Spanje, waarvan nu eenmaal tienduizenden banen afhangen. Banken die de kredietkraan voor Ercros hebben dichtgedraaid, dreigen dit nu ook voor andere onderdelen van het KIO-conglomeraat te doen. In de loop van deze week hebben nieuwe gesprekken tussen vertegenwoordigers van de Spaanse regering en de directie van KIO plaatsgehad, waarna bekend werd gemaakt dat de Koeweiti's hun weigering om nieuwe investeringen in Ercros te doen nog eens zullen heroverwegen.

De staatsinvesteringsmaatschappij van het sjeikdom doet in Spanje zaken onder de naam Grupo Torras. Deze groep heeft behalve aandelen van respectievelijk 38 en 32 procent in Ercros en Prima een belang van 40 procent in de grootste levensmiddelenproducent van Spanje (Ebro Agricolas, bestaande uit een honderdtal verschillende bedrijven). Tevens beschikt het over 90 procent van de aandelen in een drietal papierverwerkende industrieën (Torras Papel, Sarrias Papel en Celulosa de las Ardenas). Ook in de papiersector wordt echter sinds enige tijd verlies geleden. Grupos Torras als geheel maakte vorig jaar nog maar een winst van drie miljard peseta's. Dat was dertig procent minder dan in 1990 en een enorme verslechtering van het resultaat vergeleken met bijvoorbeeld 1987, toen vijftien miljard werd verdiend bij een destijds nog veel geringere investering.

Analisten wijzen er op dat de Koeweiti's in Spanje zijn afgeweken van hun gebruikelijke beleid om tamelijk risicovrij te beleggen. Onder leiding van hun plaatselijke sterke man Javier de la Rosa heeft Torras juist geld gestopt in conjuctuurgevoelige bedrijven in de produktiesector. Nu de boom in Spanje op zijn eind loopt, wreekt zich dat.

Javier de la Rosa is een Catalaanse bankier met een zeer omstreden reputatie. Hij wordt achtervolgd door geruchten over de manipulatie van cijfermateriaal en het chanteren van collega's. Aan het eind van de jaren zeventig bezorgde hij zijn toenmalige werkgever, de kleine bank Garriga Nogues, een strop van een miljard peseta's met een mislukt plan voor de grootschalige teelt van groenten en fruit onder glas in Zuid-Spanje. Als vertegenwoordiger van KIO wist hij zich enige jaren later niettemin weer verzekerd van een grote macht in de financiële wereld. Volgens sommige media heeft De la Rosa de gegevens verzameld die dit voorjaar leidden tot het zogenaamde Ibercorp-schandaal, waarbij aan het licht kwam dat vrienden en familieleden van de gouverneur van de centrale bank zich door middel van aandelenhandel met voorkennis illegaal hadden verrijkt. De affaire leidde ertoe dat de gouverneur vorige maand niet kon worden herbenoemd.

Nadat De la Rosa de aandelen van de Grupo Torras twee jaar geleden van de beurs haalde, is niet meer precies duidelijk hoe de Spaanse poot van KIO gewaardeerd dient te worden. Die onduidelijkheid bleek ook te heersen in Londen, waar het hoofdkwartier van KIO gevestigd is. Vorige maand legden De la Rosa en een groot deel van zijn staf dan ook van de ene op de andere dag hun functies neer, vermoedelijk op bevel van de nieuwe topman van KIO, sjeik Ali Rasheed al-Badr. In een bijeenkomst met minister van economische zaken Carlos Solchaga beloofde Al-Badr dat hij ook in de komende jaren in Spanje zou blijven investeren. Maar inmiddels is ook in Koeweit zelf onrust ontstaan over het beheer van de Spaanse belangen.

Al-Badr werd deze week gesommeerd om daarover in zijn vaderland verantwoording af te komen leggen tegenover de premier, kroonprins Saad Abdullah al-Sabah, en de minister van financiën. De Koeweitse oppositie beschuldigt de regering al geruime tijd van mismanagement van de fondsen die bestemd zijn om de welvaart van de natie te garanderen wanneer de oliebronnen eenmaal zijn uitgeput. KIO, dat als gevolg van de bezetting van Koeweit toch al veel minder ruim in zijn middelen zit dan voorheen, zou zich volgens sommige berichten nu opmaken voor een reorganisatie van alle Europese deelnemingen. Vooral in Engeland en Duitsland heeft de staatsinvesteringsmaatschappij grootscheeps geïnvesteerd, ondermeer in onroerend goed en in de auto-industrie.

Al-Badr heef zijn nieuwe vertegenwoordigers in Spanje bevolen voortaan elk kwartaal in Londen verslag te komen uitbrengen en hij heeft een externe accountant ingeschakeld voor een onderzoek naar de gang van zaken in de afgelopen jaren. De eerste resultaten van dat onderzoek hebben Torras kennelijk tot harde maatregelen genoopt. Uit de verrichte analyse zal ongetwijfeld ook gebleken zijn dat de nabije toekomst er niet erg rooskleurig uitziet voor de twee scheve torens in Madrid, die ooit onder de fraaie naam "Poort van Europa' werden gepresenteerd. Luttele maanden voor de oplevering is nog geen kwart van de beschikbare ruimte verhuurd. Bij een vierkante meterprijs die wegens de extra kosten van de constructie zo'n dertig procent hoger ligt dan in de omringende gebouwen, zal het ook niet makkelijk zijn om dat nog recht te zetten.