President van de redelijkheid

VÁCLAV HAVEL heeft het hoofd in de schoot gelegd: in plaats van de volgende stemronde van de Tsjechoslowaakse presidentsverkiezingen af te wachten - een ronde waarin hij zich weer kandidaat kon stellen - geeft hij er de voorkeur aan maandag af te treden. Daarmee hebben de ontwikkelingen in Tsjechoslowakije een voorlopig dieptepunt bereikt, een dieptepunt dat nog maar enkele maanden geleden ondenkbaar leek.

Twee jaar lang hebben de Slowaken, in wat zeker achteraf sterk doet denken aan blufpoker, in een eindeloos slepend en steeds irritanter onderhandelingsproces met de Tsjechen met afscheiding gedreigd in de verwachting in elk geval een maximum aan autonomie uit het vuur te slepen. De Tsjechen hebben in die twee jaar, Václav Havel voorop, de federatie verdedigd.

De laatste maanden is aan Tsjechische kant de stemming echter radicaal omgezwaaid. In vraaggesprekken heeft de Slowaakse leider Meciar deze maand herhaaldelijk geklaagd dat de Tsjechen onder hun leider Václav Klaus de Slowaken nu “tot onafhankelijkheid dwingen” en daarbij duidelijk gemaakt dat de Slowaken in het geheel niet op volledige onafhankelijkheid uit zijn. Plotseling bleken niet langer de Slowaken maar de Tsjechen de eisende partij. In een gesprek met Le Monde gaf Meciar, in een poging dat tij te keren, een aantal Slowaakse eisen op en bood hij zelfs zijn aartsvijand Václav Havel, die eerder een verkiezingscampagne lang het doelwit van schampere en minachtende grappen was geweest, de kans president van een Tsjechoslowaakse confederatie te worden.

Het was te laat. Václav Klaus, de Tsjechische leider, had geen boodschap meer aan Meciar en zijn Slowaken. In een gisteren in Le Monde gepubliceerd vraaggesprek maakte hij duidelijk dat “het proces van de Slowaakse zelf-afscheiding niet meer te stoppen is”, dat de federatie eigenlijk “al sinds lang niet meer bestaat” en dat “een confederatie eerder een semantisch spel dan een serieuze gedachte is”. Het was de bevestiging van Meciars klacht: voor Klaus hoefde het verder niet meer. En toen gisteren het Slowaakse parlement alsnog de soevereiniteit van de republiek Slowakije uitriep, trok Václav Havel zijn conclusies.

DE PRESIDENT van de redelijkheid, want dat was Havel, is fijngemalen in het geweld, ontketend door een onbehouwen en opgewonden Slowaakse nationalist die een aardverschuiving in beweging zette maar uiteindelijk zijn hand heeft overspeeld en door een koel-rekenende Tsjechische econoom die zijn hevormingen in gevaar zag komen en uiteindelijk zijn geduld verloor. De teleurgestelde Havel beklaagde zich gisteren dat “een groot deel van de politieke klasse” de waarden waarvoor hij stond en staat, afwijst. Met die klacht heeft hij zonder twijfel zowel Klaus als Meciar bedoeld. Havels aftreden is het voorlopige einde van een ontwikkeling die vrijwel zeker had kunnen worden voorkomen als de Slowaakse èn de Tsjechische leiders beter naar diezelfde Havel hadden geluisterd.

Men zal hem nog missen, in Bratislava, en wellicht, tenzij hij zich nog kandidaat stelt voor het Tsjechische presidentschap, ook in Praag.