Premier wil wel bijdrage leveren aan ontspanning, maar geen risico's nemen; Rabin stelt veiligheid boven vrede

Bij de beoordeling van de nieuwe vredeskansen in het Midden-Oosten na de verkiezingszege van de Arbeidspartij, is het goed stil te staan bij dit grondbeginsel in het denken van de nieuwe eerste minister Yitzhak Rabin: Veiligheid gaat voor vrede.

Israel wordt sedert enkele dagen geleid door een oud-generaal die met een pragmatische kijk op een veranderende wereld wel zijn aandeel aan de internationale ontspanningspolitiek wil leveren, maar er niet over piekert risico's te nemen met de veiligheid van de joodse staat. Niet op de Westelijke Jordaanoever en niet op de Hoogvlakte van Golan. Op zeventigjarig leeftijd heeft hij nog traumatische herinneringen aan de in 1948 uitgebroken Onafhankelijkheidsoorlog en aan de bange dagen die hij als opperbevelhebber voor het uitbreken van de Zesdaagse Oorlog in juni 1967 doorstond. De machtswisseling in Jeruzalem heeft nieuwe vredeskansen geschapen, maar er is wegens de nog te nemen hindernissen geen enkele reden nu al de vlag uit te steken. Terughoudenheid is op zijn plaats en veel hangt af van het antwoord op de vraag hoe de Arabieren en Palestijnen op de nieuwe Israelische vredesuitdaging zullen reageren.

Rabin is de eerste Israelische regeringsleider die het Palestijnse vraagstuk pragmatisch bekijkt. Maar hoewel hij wars is van de ideologische emoties van Likud, gaat de stichting van een onafhankelijke Palestijnse staat in de thans door Israel bezette gebieden hem te ver. Weliswaar moet de ontembare Palestijnse aspiratie naar zelfbeschikking en onafhankelijkheid gerangschikt worden in de categorie van onontkoombare historische ontwikkelingen, toch zal Rabin proberen te verhinderen dat de voorgestelde bestuursautonomie de vorm van een staat zal aannemen.

Deze week ging er een vleugje van blijdschap over zijn gezicht toen hij in een vraaggesprek op de televisie kon zeggen dat tenminste in zijn ambtsperiode van vier jaar met de Palestijnen nog niet zal worden onderhandeld over territoriale concessies, laat staan over Palestijnse onafhankelijkheid. Zich baserend op de in de akkoorden van Camp David vervatte Palestijnse bestuursautonomie, legde hij uit dat pas drie jaar na het begin van het Palestijnse zelfbestuur de onderhandelingen zullen beginnen over de definitieve oplossing van het Palestijnse vraagstuk. Aangezien het hoogstwaarschijnlijk wel langer dan een jaar zal duren voordat de Palestijnse bestuursautonomie op poten staat, zullen waarschijnlijk Rabins opvolgers een Salomonsoordeel moeten vellen over de zo hypergevoelige territoriale kwestie en het daarmee verbonden Palestijnse vraagstuk.

Rabin is erop uit met zijn serieuze voorstel over de Palestijnse bestuursautonomie het emotionele vuur van de Palestijnse kwestie in het Midden-Oosten te doven, zodat in een rustiger sfeer met de Arabische buurlanden in het kader van de Madrileense vredesconferentie vredesoverleg kan worden gevoerd. De aangekondigde intentie een dikke streep te halen door de agressieve nederzettingenpolitiek van Likud, heeft de deur van de Egyptische president Hosni Mubarak al voor Yitzhak Rabin geopend.

De top tussen beide "sterke mannen' in het Midden-Oosten, volgende week al, na het bezoek van de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken James Baker aan Jeruzalem, geeft nieuwe warmte aan de jarenlang onderkoelde Israelisch-Egyptische vrede. Omdat Egypte, ondanks verklaringen uit Kairo die op het tegendeel wijzen, ook niet warm loopt voor Palestijnse onafhankelijkheid, is Rabin erop gebrand om de Egyptische diplomatie een rol van betekenis in het vredesproces te laten spelen. Het benadrukken van de Palestijnse problematiek is onderdeel van Rabins tactiek om onder verwijzing naar het atoomgevaar tot een strategische vrede in het Midden-Oosten te komen. In ieder geval heeft zijn benadering van de Palestijnse problematiek al tot een dramatische verbetering van de betrekkingen met Washington geleid. President George Bush heeft waarschijnlijk met de stopwatch in zijn hand op de Israelische verkiezingsuitslag gewacht en Rabin zonder een seconde te verliezen met zijn verkiezingszege gelukgewenst.

Rabin, wiens strategische oriëntatie op de VS het adagium van zijn diplomatie is, kan volgende maand op een meer dan hartelijk welkom op het Witte Huis rekenen. Met het oog op zijn slechte pers bij de Amerikaanse joden zal president Bush de Israelische leider graag een deel of de hele kredietgarantie van 10 miljard dollar willen geven, die Yitzhak Shamir toen hij nog premier was niet in ruil voor bevriezing van de nederzettingenpolitiek wilde aanvaarden. Jeruzalem hebben ondertussen al berichten bereikt dat de Amerikaanse president het door Rabin gemaakte onderscheid tussen “politieke” en “veiligheidsnederzettingen” aanvaardt. Dat kan worden uitgelegd als Amerikaanse acceptatie van Rabins territoriale ideeën omtrent de toekomst van de Westelijke Jordaanoever.

Rabin begrijpt best dat de door opiniepeilingen in het nauw gedreven Republikeinse president Bush deze gebaren maakt om nog wat terug te halen van zijn verloren sympathie bij de Amerikaanse joden. Rabin is echter zo verstandig zich bij zijn bezoek aan Washington ook door de Democratische presidentskandidaat Bill Clinton te laten ontvangen. De Israelische pers jubelt nu al over het pro-Israelische Democratische partijprogramma en de vele joden die in Clintons omgeving de toon aangeven.

Rabins successen in Kairo en Washington zijn een nachtmerrie voor de Palestijnen. Sedert 23 juni, toen Israel links stemde en daardoor zijn diplomatiek isolement doorbrak, ligt de bal weer op hun speelhelft. In Tunis en Jeruzalem moeten zij beslissen of Rabins aanbod tot zelfbestuur voldoende perspectieven biedt om ja te zeggen. Zullen de Palestijnen wat Rabin hun "laatste kans' noemt aangrijpen? Of zullen zij blijven dromen dat de stichting van een Palestijnse staat “Israels laatste kans” is?.

Wat de uitgangspunten en dromen ook zijn, door een samenloop van internationale ontwikkelingen is de kans op Israelisch-Palestijnse toenadering groter dan ooit.