Oude aanvallers laten vroeger tijden herleven

ST. GERVAIS-MT BLANC, 18 JULI. Even herleefden oude tijden gisteren tijdens de langste Tour-etappe van Dole naar St. Gervais. Stephen Roche en Pedro Delgado, ex-Tour-winnaars, reden in de finale in gezelschap van de Zwitser Rolf Järmann voorop. Ditmaal niet als kopmannen, maar als chef-assistent van respectievelijk Chiappucci en Indurain. Wielertijden mogen veranderen, en daarmee de stijl van wielrennen, maar de formule van het 32-jarige Iers-Spaanse duo dwingt nog altijd meer respect af dan die van de meeste renners van deze generatie. Ook al winnen ze niet meer.

Aanvallen tot de laatste snik, het hoort bij Roche en Delgado, ze zijn er door beroemd geworden. De strijd om de Tour-zege die ze in 1987 uitvochten, behoort tot een van de meest heroïsche van de laatste jaren. Roche won, Delgado werd tweede. Maar hoe ver een renner als Roche het gevecht met zijn lichaam durft aan te gaan, toonde hij destijds in de bergetappe naar La Plagne. In zijn achtervolging tijdens de slotklim op Delgado, putte de Ier zo diep uit zijn krachten dat hij na de finish instortte om met een zuurstofmasker weer tot de levenden gebracht te worden.

Delgado is altijd een renner van adembenemende demarrages geweest. Hij kan op een berg versnellen als een sprinter. Niet altijd met het gewenste effect, maar spektakel is gegarandeerd. Zoals gisteren, toen hij in de slotklim naar St.Gervais vermoeid raakte en Roche en Järmann even moest laten gaan. In een alles-of-niets poging schakelde hij over op een lichter verzet om met een ogenschijnlijk vernietigende demarrage het duo alsnog te verrassen. Järmann wist het meteen: pure bluf. Terwijl Roche vermoeid moest afhaken, reed de Zwitser rustig naar Delgado toe, om hem vervolgens in de sprint gemakkelijk te verslaan.

Delgado is een artiest. Zijn supporters uit Castilië noemen hem Perco. Toen hij in 1988 de Tour won, trilde 's avonds na de huldiging het majestueuze Sofitel in Parijs onder het gestamp van Spaanse voeten en het geklap van Spaanse handen.

Ook Roche, een altijd vriendelijke Ier, is populair. Hij wekt in het dagelijkse leven niet de indruk een vechter te zijn. Want hij lacht veel. En hij deelt maar handtekeningen uit. Iedereen in het Tourpeloton weet hoe onzeker Roche is over zijn gezondheid. Hij is na tal van operaties die hij sinds zijn succesjaar 1987 (zege in Giro, Tour en wereldkampioenschap) aan zijn knieën onderging, bijna terug aan de top. Maar hij belt elke dag met zijn vertrouwensarts Müller-Wohlfarth in Stuttgart. Roche voelt een beginnende hernia. Hij wil gerustgesteld worden. De Duitsers geeft hem vertrouwen.

Aanvallers, renners met temperament, spreken tot de verbeelding. Zij brengen de wielersport tot leven. Ze zijn er nauwelijks meer. Chiappucci, Theunisse, LeMond, Zülle, maar dan houdt het op. Delgado zei het gistermorgen in een interview met l'Equipe: “De renners die geboren zijn in 1964, Indurain, Bugno en Breukink, zijn sterker dan die van 1960. Maar zij hebben geen karakter. Zij wachten alleen maar op de tijdrit.”

Het is verkapte kritiek op zijn kopman Miguel Indurain. “Men weet nooit wat hij in zijn hoofd heeft”, zegt Delgado. “Hij heeft een uitzonderlijk sterk lichaam. En die kalmte. Hij houdt niet van grote vertoningen. Hij wil alleen de wedstrijd winnen.”

Het is opmerkelijk dat sommige wielerkenners Indurain al zo ophemelen. Alleen maar omdat hij zo'n atleet is, omdat hij zo verschrikkelijk hard kan fietsen, omdat hij in de tijdrit van Luxemburg zijn concurrenten op meer dan een paar minuten zette. Tot gisteren heeft Indurain nog geen ziel getoond, geen emoties, eigenschappen van een sportman die de sport mooi kunnen maken. Moe schijnt hij niet te worden. Een held moet zweten. Het zweet der goden. Misschien is Delgado onberekenbaar, neurotisch, tactisch zwak en te veel artiest. Maar hij won wel de Tour en was een keer tweede.

Op een dag in de Tour van 1983 trad ploegleider Jose-Miguel Echavarri de perszaal in Clermont-Ferrand binnen met twee kleine mannetjes. De een had korte, zwarte krullen. De ander had donkerblond golvend haar en groene ogen. Ze droegen allebei een blauwwit shirt waarop "Reynolds' stond gedrukt. Angel Arroyo, de donkere, had de tijdrit naar de top van de Puy-de-Dôme gewonnen, Pedro Delgado, was tweede. Een nieuw Spaans tijdperk was aangebroken. In dat jaar zou Laurent Fignon de Tour winnen, Arroyo werd tweede, Peter Winnen derde en Lucien van Impe vierde.

Het duurde nog een paar jaar voordat de Spanjaarden definitief terugkeerden aan de top. Arroyo werd nog een keer zesde in de Tour, raakte in een dopingschandaal verwikkeld na zijn winst in de Ronde van Spanje, werd ziek en verdween in de anonimiteit. Delgado vertrok in 1985 bij Echavarri, ging voor veel geld naar Orbea, eindigde nog een keer zesde in de Tour, en werd in 1987 aangetrokken door PDM om de Tour te winnen. Hij zou dat jaar na Roche tweede worden.

Delgado mag verantwoordelijk worden gesteld voor de revival van het Spaanse wielrennen. Door zijn verbintenis met een Nederlandse ploeg, maakte hij kennis met het Westeuropese wielrennen. In 1989 werd hij zowaar vierde in Luik-Bastenaken-Luik. Door hem togen meer Spaanse wielrenners naar de Waalse klassiekers. In 1988 keerde Delgado voor een jaarsalaris van twee miljoen gulden terug bij Echavarri, de kampioenenmaker uit Pamplona. Met hem won de renner uit Segovia eindelijk de Tour.

Het was een spraakmakende Tourzege. Theunisse werd op doping betrapt, evenals Delgado. Maar omdat het middel probenicide nog niet op de lijst van de wielerfederatie stond (wel op die van het IOC) ging de Spanjaard vrijuit. Probenicide zou hebben kunnen dienen als camouflagemiddel bij gebruik van hormomen. Delgado's overwinning werd een verdachte overwinning. In 1989 kwam hij terug om opnieuw te winnen. Maar geheel in stijl verscheen de Spanjaard bij de proloog te laat op het startpodium. Kostbare minuten moest hij inleveren op LeMond. Hij werd na een lange, indrukwekkende inhaalrace nog derde.

Achter Delgado stond een opvolger klaar: Miguel Indurain. In de Tour van 1990 had Indurain de in de Tour ziek geworden Delgado moeten vervangen als kopman. “Maar Miguel weigerde”, herinnert Delgado zich. Hij typeert daarmee de voorzichtigheid en het geduld van Indurain. Hij heeft er een tweeslachtig gevoel over. Enerzijds heeft hij respect voor de houding van zijn tegenpool, anderzijds irriteert het flematieke gedrag hem. Pedro Delgado zal zich inzetten voor zijn jonge kopman. Maar hij hoopt stilletjes op een evolutie van het koersverloop. Meegaan met een ontsnapping als knecht en dan eventueel profiteren. Zoals gisteren. Want een aanvaller rust nooit.