Organisatie Aids-congres in Amsterdam klein wonder

AMSTERDAM, 18 JULI. “In het begin vroegen we ons af waar we aan begonnen waren, maar als ik dit zo overzie denk ik: het is toch allemaal goed gekomen”. Jonathan Mann, hoogleraar aan de Universiteit van Harvard (bij Boston) en voorzitter van de achtste internationale Aids-conferentie, blikt tevreden voor zich uit. Hier en daar zijn nog wat problemen met de logistiek en zo juist is nog een boompje omver gekieperd, maar voor het overige lopen de zaken volgens Mann op rolletjes. Onder de ballustrade voor zijn kantoortje in de Europahal in de RAI wordt met veel getimmer en gezaag de laatste hand gelegd aan de tentoonstellingskraampjes.

De organisatie van het congres mag een klein wonder heten. Het volledig afgehuurde RAI-complex biedt de komende week plaats aan ruim tienduizend wetenschappers, journalisten, farmaceuten en actievoerders uit bijna 130 verschillende landen. Het congres is daarmee het grootste ooit in Nederland gehouden en behoort ook op wereldschaal tot de meest omvangrijke wetenschappelijke fora.

De krachttoer van congresorganisatie betrof echter vooral de tijdsdruk. Binnen tien maanden werd de conferentie uit de grond gestampt. Oorspronkelijk zou de bijeenkomst zijn gehouden in het Amerikaanse Boston, waar in de buurt de Universiteit van Harvard is gevestigd. Maar de Amerikaanse overheid volhardde in het geldende inreisverbod voor mensen die besmet zijn met het aidsvirus (HIV). Dat vormde voor de organisatie van het congres uiteindelijk zowel praktisch als principieel een onoverkomenlijk struikelblok.

Nadat augustus vorig jaar de knoop hierover was doorgehakt diende in allerijl een andere lokatie gezocht te worden. In Nederland had al met de gedachte gespeeld om in 1996, op zijn vroegst 1995 het aidscongres te organiseren. Amsterdam kwam, voor Duitsland, Groot Brittannië en Spanje het eerst in aanmerking. “Het was een keuze met het hoofd en met hart”, verklaart Mann. “Belangrijkst is natuurlijk het ontbreken van inreisrestricties in Nederland. Maar ook het beleid van de Nederlandse overheid op het gebied van aidspreventie, de aandacht voor mensenrechten en ontwikkelingslanden en de grote tolerantie tegenover homoseksuelen hebben een rol gespeeld.”

Mede-organisator prof.dr. J. Ruitenberg, directeur van het Centraal Laboratorium voor de Bloedtransfusiedienst, noemt de algemene benadering van aids een belangrijk inhoudelijk pluspunt voor het congres. “In Nederland is aids vanaf het begin af aan niet uitsluitend als een biomedisch, maar ook als sociaal vraagstuk aangepakt”, aldus Ruitenberg. Behalve de wetenschappelijke verhandelingen over HIV, de laatste ontwikkelingen op het gebied van de geneesmiddelen en stand van zaken bij de verspreiding van de epidemie, is er dit jaar dan ook ruim plaats ingeruimd voor de maatschappelijke kanten van de ziekte.

Zo is bij de 800 presentaties op het congres aandacht voor de aanpak van de preventie in verschillende culturen en de verhouding tussen de geïndustrialiseerde wereld en de ontwikkelingslanden. Meer dan honderd van de presentaties worden gehouden door sprekers uit ontwikkelingslanden. De organisatie verwacht ongeveer duizend bezoekers uit de Derde wereld. “We hebben erg ons best gedaan om via scholarships uit Amerika en Scandinavië wetenschappers uit Afrika, Azië en Zuid-Amerika hierheen te krijgen”, aldus Ruitenberg. Ook de positie van vrouwen en kinderen met aids krijgen tijdens het congres afzonderlijke aandacht.

Opmerkelijk is ook de betrokkenheid van verschillende maatschappelijke stromingen bij het congres. Daarvoor is voor het eerst gebruik gemaakt van een viertal “community liaison officers”, maakt Ruitenberg duidelijk. Door hun contacten met actieve organisaties van homoseksuelen, vrouwen en patiëntenverenigingen konden verschillende onderwerpen vroegtijdig in het programma verwerkt worden.

Kenmerkend voor de Nederlandse aanpak is de positie van de actiegroep Act Up. De actievoerders genieten vooral in Amerika een militante reputatie. Zo schrok de groep niet terug de directeur van het Amerikaanse farmaceutische bedrijf Wellcome te gijzelen ten einde een lagere prijs van de aids-remmer AZT af te dwingen. Werd Act Up tijdens het vorig jaar gehouden congres in Florence angstvallig en met veel machtsvertoon uit het congresgebouw geweerd, in Amsterdam werd de actiegroep bij de organisatie betrokken en kreeg een eigen plek op de RAI. Een boodschap van de Amsterdamse vleugel van Act Up staat keurig afgedrukt in het congresprogramma.

De politiek gevoelige verplaatsing van Boston naar Amsterdam en het betrekken van de maatschappelijke kant van de ziekte heeft volgens Ruitenberg wel enig diplomatiek koorddansen gekost. “Primair staat het wetenschappelijk onderzoek naar het virus. We hebben geprobeerd de maatschappelijke kant op een niet demonstratieve wijze in het programma te verwerken. Dat is een heel subtiele zaak”, aldus Ruitenberg. Mogelijke kritiek dat de brede betrokkenheid de wetenschappelijke waarde van het congres ondermijnd wordt door de organisatie krachtig van de hand gewezen. “Ik zie niet in waarom er geen ruimte zou zijn voor beide aspecten”, meent Mann.

Het budget van de organisatie - vijftien miljoen gulden - is zoveel mogelijk benut ten bate van de inhoud van het congres. De gebruikelijke borrels, uitstapjes voor partners en andere feestelijkheden zijn dit jaar afwezig of tot een minimum beperkt. “Daar is de afgelopen weken wel veel over gebeld. Mensen die vroegen of ze soms iets gemist hadden in het programma”, aldus organisatrice Jet Key.

Dat betekent evenwel niet dat het achtste aidscongres ongemerkt aan Amsterdam voorbij gaat. Het Amsterdamse Act Up organiseert samen met drie Amerikaanse zusterorganisaties morgenmiddag een demonstratieve optocht vanaf de Westertoren naar het RAI-gebouw. Hierbij zal een aantal doodskisten worden afgeleverd bij reisorganisaties van landen met inreisbeperkingen voor met aids besmette patiënten en bij het Amerikaanse consulaat.

Voorts wacht de hoofdstad een groot aantal evenementen die rond het congres zijn georganiseerd. Met enige spanning wordt gewacht op de komst van de filmactrice Elizabeth Taylor, die als voorzitter van de Amerikaanse organisatie voor aids-onderzoek Amfar een aantal manifestaties met haar aanwezigheid zal opluisteren. Als alles volgens plan verloopt neemt de diva zondagavond deel aan het reeds veelbesproken “Amsterdamdiner” dat is georganiseerd door twaalf vijf-sterren hotels in de hoofdstad. Achthonderd deelnemers zullen à raison van tweehonderd gulden per couvert eten ten bate van Aids Fonds. Het festijn, in de volksmond reeds bekend als “Eten voor Aids”, vindt plaats in de deze week opgerichte, witte tent die de helft van de Dam in beslag neemt.

Liz Taylor zal, samen met burgemeester Van Thijn, maandagavond een tentoonstelling in de beurs van Berlage openen van zogenaamde “quilts”. Dit zijn doeken die zijn gemaakt door vrienden en familie van overleden Aids-patiënten. Het idee om op deze manier de overledenen te herdenken is in Amerika begonnen, maar op de tentoonstelling zijn inmiddels quilts uit de hele wereld te bezichtigen.

Taylor is maandag tevens aanwezig bij de start van een serie optredens van artiesten en muzikanten die de komende week op het Beursplein zullen plaatsvinden. Optredens zijn gepland van ondermeer Hans Dulfer, Rosa King en De Gigantjes. In de Melkweg begint de komende week een expositie van beeldende kunst rond het thema aids. In het concertgebouw vindt komende woensdag een benefiet-concert plaats ten bate van verschillende aids-projecten. En de Mozes en Aäronkerk organiseert enkele thema-bijeenkomsten over aids.

Naast de honderden seminars, discussiegroepen en presentaties biedt de Europahal in de RAI ruimte aan stands van farmaceutische bedrijven, wetenschappelijke uitgevers, laboratoria en tal van organisaties zoals het Rode Kruis en belangenverenigingen voor homoseksuelen. In de hal hangen tevens ruim 2.200 wandbordpresentaties van verschillende wetenschappelijke onderzoeken.

Nederland is op deze beurs ruim vertegenwoordigd met een eigen afdeling. Broederlijk staat de methadonbus van de Amsterdamse GG en GD, naast de standjes van de prostitutie-organisatie. De rode draad en de alternatieve aidskliniek Fight for Live. Hoofdstedelijk drugs-onderzoeker August de Loor presenteert zijn Tropendoosje (“Shotkit”), waarin de druggebruiker een aids-veilig basispakket aan spuiten en lepeltjes kan opbergen.

De complete zijwand van de Europahal wordt in beslag genomen door 13.000 blauwe conferentietassen waar de bezoekers alle informatie over het congres in aantreft. “Het grapje dat we maken is dat de prachtige, dure tassen van het congres in Parijs in 1986 eigenlijk de gouden standaard voor de conferentie-tassen moest worden”, lacht voorzitter Mann. “Zo vinden we nu dat aanpak van dit congres de gouden standaard wordt voor de toekomstige aids-conferenties.”