"Ook dit is een klus van Balaguer'; Santo Domingo en de schande van het Columbusmonument

Met een inzet die behalve in Spanje zelf nergens ter wereld wordt geëvenaard, bereidt de elite in de Dominicaanse Republiek zich voor op de viering van het "Quinto Centenario'. Vijfhonderd jaar na zijn ontdekking van de Nieuwe Wereld krijgt Christoffel Columbus een mausoleum in Santo Domingo. Het prestigestuk van "presidente' Balaguer, de trots van de blanke Dominicanen. De armoede is zolang achter een muur verstopt.

Op de plaats waar op 12 oktober tegelijk geschiedenis wordt herdacht en gemaakt, heerst nu vooral stilte. Zwijgend, zwoegend, zwetend wordt hier gewerkt. Voordat aanstormende onweerswolken de laatste resten tropenzon van de dag verbergen achter een nauwgeweven regengordijn, worden nog wat stenen gebikt en perkjes geharkt. In de schaduw van het monument leggen werklui hun gereedschap neer als het buitenlandse bezoek nadert. ""Hebt u niet een landgoed waar wij kunnen werken?'', vraagt de voorman vrijwel direct na de begroeting, terwijl hij met zijn hoofd knikt in de richting van de arbeiders. Hoewel blijkt dat hij zijn bezoeker financieel iets te hoog heeft ingeschat, geeft hij nog niet op: ""We verdienen met deze klus maar vijftig pesos per dag. En het is allemaal zo duur hier.''

Maar is "deze klus' dan niet een eervolle? We staan immers te praten in de schaduw van niets minder dan het Monument voor de Admiraal, de plaats waar over enkele maanden de Paus een mis zal opdragen, het Spaanse koningspaar aanwezig zal zijn, en de wereld zal toekijken als "El Presidente', doctor Joaqun Balaguer zelf, de het licht zal ontsteken in de vuurtoren voor Columbus, het Faro a Colón. Santo Domingo - de wieg van de Beschaving in de Nieuwe Wereld - en de Dominicaanse Republiek - het kleine halfeiland in de Caraïben - zullen dan immers even het centrum van het historisch universum zijn.

""Ja, het is belangrijk'', beaamt de voorman mompelend, en kijkt lusteloos toe hoe zijn arbeiders een zware steen versjouwen.

Laat de onverschilligheid van de arbeiders bij het monument vooral de aandacht niet afleiden van wat elke gezagsdrager hier als een hoogst belangwekkende zaak beschouwt. Met een inzet en een enthousiasme dat behalve in Spanje zelf nergens anders ter wereld wordt geëvenaard, bereidt de elite in de Dominicaanse Republiek zich voor op de viering van het Quinto Centenario, de vijfhonderdste verjaardag van de ontdekking van de Nieuwe Wereld door Christoffel Columbus, de Italiaanse avonturier in Spaanse overheidsdienst. En van de vijf daarop volgende eeuwen waarin het continent dat nu Amerika heet door de rooms-katholieke kerk werd geëvangeliseerd.

Mooie dochter

Historisch klopt er maar weinig van. Voor zover Columbus al aanspraak mag maken op de "ontdekking' van Amerika, zijn eerste schreden in de Nieuwe Wereld op 12 oktober 1492 zette hij zeer waarschijnlijk niet in wat nu de Dominicaanse Republiek heet. Een Bahama-eiland dat hij San Salvador noemde lijkt oudere aanspraken te hebben. Zijn verbeten zoektocht naar het magische Indië, het mysterieuze Japan en vooral het felbegeerde goud bracht hem in 1492 eerst nog naar het huidige Cuba. Pas op 6 december landde hij op het eiland Hispaniola en wel op het deel dat nu Haïti heet.

Daar, aldus de overlevering, gaf de plaatselijke Indianen-hoofdman hem zijn mooie jonge dochter cadeau, die alleen een gouden neusring droeg. Columbus zou, zo wordt in de Dominicaanse Republiek met smaak verteld, een paar minuten sprakeloos naar de naakte schoonheid hebben gestaard en toen hebben uitgeroepen: ""Waar komt die ring vandaan?!''

Op 24 december landde Columbus met zijn karveel de Santa Maria eindelijk op wat nu Dominicaans grondgebied is. Het werd een harde aankomst, want het schip ging verloren op een koraalrif. Van het wrakhout liet de Admiraal ter plekke een fort bouwen dat toepasselijk "La Navidad' (Kerstmis) werd genoemd. De evangelisatie van de Nieuwe Wereld begon niet eerder dan tijdens de tweede ontdekkingsreis door Columbus door meereizende scheepsaalmoezeniers. Santo Domingo, het trotse centrum van het Quinto Centenario in Latijns Amerika, werd pas in 1496 gesticht, door neef Bartholomeus Columbus.

De historische slordigheden mogen de pret niet drukken in de Dominicaanse Republiek. Voorstanders van de uitbundige viering dit jaar wijzen op het belang van de symboliek. En ontegenzeggelijk vormde Hispaniola in de eerste decennia van de Spaanse veroveringen in de zestiende eeuw het bruggehoofd voor Conquistadores als Hernán Cortés, Vasco Núñez de Balboa, Juan Ponce de León en Hernando de Soto. Vanaf het eiland onderwierpen zij respectievelijk Mexico, Panama, Puerto Rico en Florida aan de Spaanse kroon.

In Santo Domingo staat de oudste kathedraal van Latijns Amerika (met een graftombe waarin, naar men zegt, in ieder geval een deel van Columbus zijn laatste rustplaats heeft gevonden) en in de Dominicaanse Republiek werden de eerste koloniale rechtbank en de eerste koloniale universiteit opgericht. Op het eiland Hispaniola begonnen de Spanjaarden ook met de vernietiging van de inheemse bevolking van het Amerikaanse continent. Door slavenarbeid, moordpartijen en vooral door ziektes werden de Taino-Indianen in de Dominicaanse Republiek binnen enkele decennia geheel uitgeroeid.

Dat element van de Spaanse verovering wordt tijdens de officiële viering van het Quinto Centenario uiteraard niet benadrukt. Niet het verdwijnen van een cultuur, maar de komst van een beschaving en van een religie wordt herdacht. Het moet een gebeurtenis worden voor heel Latijns Amerika, met de Dominicaanse Republiek als stralend middelpunt. ""Dominicanen voelen zich zo betrokken bij Latijns Amerika - het is alsof ze aan het continent vastzitten'', analyseert een buitenlandse inwoner van Santo Domingo.

Kerk en staat

De bezoeker van de Dominicaanse Republiek treft het land dezer dagen aan tijdens koortsachtige voorbereidingen voor 12 oktober. Het hele jaar 1992 is een feestjaar. Alles staat in het teken van het Quinto Centenario. De publiciteitsmachine van de "Permanente Commissie voor de Viering van de Vijf Eeuwen van de Ontdekking en de Evangelisatie van Amerika' draait op volle toeren. De Commissie met de lange naam staat onder voorzitterschap van een persoon die al even wijdlopig wordt aangeduid: Zijne Hoogeerwaarde Eminentie Mijnheer Kardinaal Nicolás de Jesús López Rodrguez, Aartsbisschop van Santo Domingo, Primaat van Amerika.

Van een scheiding tussen kerk en staat is in de Dominicaanse Republiek geen sprake, zeker niet waar het om het Quinto Centenario gaat. Daarin zien beide een geschiedkundige onderstreping van een maatschappelijke orde die wat hen betreft nog eens vijf eeuwen meekan. President Balaguer is de grote animator van het geheel en zijn feestcommissie wordt geleid door de hoogste plaatselijke gezagsdrager van de kerk. De bezieling van hen die zich met de voorbereidingen van het festijn bezighouden, wordt het best verwoord door Juan Salvador Tavárez, hoofd van de afdeling publiciteit van de commissie, als hij zegt: ""Ik ben trots op Columbus en ik ben trots op het monument.''

De ruim honderd pagina's tellende activiteiten-kalender van de Commissie is gevuld met zaken als het Zestiende Interamerikaanse Congres van het Katholieke Onderwijs, het Heineken Jazz Festival 1992 "Quinto Centenario', het Universele Vrijmetselaarsfestival, de Caraïbische filatelistische expositie "Hispaniola '92', het Elfde Nationale Congres van de Dominicaanse Gemeenschap van Verloskunde en Gynaecologie, etcetera. Van wat groter gewicht is de Vierde Latijns-Amerikaanse Bisschoppenconferentie die in oktober in Santo Domingo zal worden gehouden. Paus Johannes Paulus II draagt er dan de mis op.

Maar de kerkvorst zal, in tegenstelling tot het Spaanse koningspaar, niet naast president Balaguer staan als die op het moment suprème van het Quinto Centenario het Faro a Colón zal ontsteken. Het Vaticaan bedankte met de mededeling dat de inwijding van monument voor Columbus een zaak is van de burgerautoriteiten. Vermoedelijk heeft men in Rome ook wel oor voor de kritiek die is losgebarsten op de kostbare viering, en met name op het nog kostbaarder Faro.

Vluchtig

De geschiedenis van het monument is al bijna zeventig jaar oud. In 1923 besloten de Latijns-Amerikaanse landen, in vergadering bijeen in de Chileense hoofdstad Santiago, dat er in Santo Domingo ter gelegenheid van het Vijf-eeuwenfeest van 1992 een monument zou moeten komen, dat de ontdekker van het continent zou gedenken. De landen beloofden plechtig alle een steentje te zullen bijdragen aan de kosten ervan.

De prijsvraag die werd uitgeschreven voor een ontwerp van het monument, werd gewonnen door de jonge Engelse architect J.L. Gleave met een vuurtoren-annex-mausoleum voor Columbus. De plechtige belofte van de Latijns-Amerikaanse gemeenschap bleek even vluchtig als de burger- en militaire staatshoofden op het continent die elkaar snel afwisselden. En terwijl Latijns Amerika ten prooi viel aan revoluties, plotselinge rijkdom en diepe crises, vormde in de Dominicaanse Republiek de politicus Joaqun Balaguer de constante factor. Hij zou de redding van het eerbetoon aan Admiraal Columbus betekenen.

De 84-jarige moest voor de zesde keer tot president worden gekozen om het monument nog onder zijn regie tot stand te brengen. Balaguer begon zijn lange politieke loopbaan als jeugdig en loyaal politicus onder dictator Rafael Leónidas Trujillo, overleefde de dreigende machtsovername door de "communist' Juan Bosch - zijn politieke aardsvijand - en maakte de daarop volgende Amerikaanse invasie mee. Die lange weg leidde uiteindelijk naar Columbus, naar het Monument voor de Admiraal, dat eigenlijk alles vertegenwoordigt wat waarde heeft voor een Dominicaan: diens Spaanse afkomst, zijn blanke huid, zijn katolicisme. En wat een geluk voor Columbus, dat niet Juan Bosch maar Joaqun Balaguer de winnaar van de presidentsverkiezingen in 1990 is geworden. Want de huidige, 82-jarige oppositieleider Juan Bosch ziet het monument voor Columbus als ""volkomen nutteloos, want sinds vijftig jaar worden nergens ter wereld meer vuurtorens gebruikt voor de scheepvaart. En als symbool is het evenmin iets waard. We leven in een land waar aan zoveel gebrek is. Waartoe dient de vuurtoren het Dominicaanse volk?''

Muur

Het megalomane hersenspinsel van Gleave dat uiteindelijk terecht is gekomen in wat nu het Parque Mirador del Este in Santo Domingo heet, lijkt nog het meeste op een scheepswerf waarop de kroon van de Koloniale Scheepvaartmaatschappij Spanje is gezet. Niets in het ontwerp doet denken aan het soort lichtbaken dat wij als vuurtoren herkennen, aan de Brandaris op Terschelling bijvoorbeeld. Interessant is het natuurlijk wel, een horizontale vuurtoren. Het ontoegankelijke, grijze bouwsel is aan de zijkanten voorzien van de namen van alle landen van het Amerikaanse continent en het Caraïbisch gebied. Ongetwijfeld zullen op 12 oktober ook de vlaggen van deze landen rond het Faro wapperen. Nu hangt er alleen de Dominicaanse driekleur, veelzeggend gezelschap gehouden door het Spaanse rood en geel.

Wat niet te zien zal zijn op 12 oktober, zijn de krotten op een steenworp afstand van het monument. Arbeiders leggen momenteel de laatste hand aan een muur die de realiteit van de Dominicaanse Republiek aan het oog van de genodigden moet onttrekken. De bewoners van de sloppenwijk zijn er razend over. ""Weet u hoe we deze muur noemen?'', schreeuwt een jonge vrouw met een baby op de arm. Het antwoord wordt niet afgewacht. ""De Muur van de Schande, meneer!''

Duizenden andere woningen zijn afgebroken voor de bouw van het Faro. In een wijde cirkel rond het monument zijn nieuwbouwwijken verrezen zoals Los Mameyes. Daar woont Gerardo Ayér, in loondienst bij de regering, maar daarom niet minder kritisch. Hij dankt zijn driekamerflat aan zijn ambtenaarschap, maar zegt Ayér ""de president bouwt monumenten, terwijl het volk honger lijdt''. Bij hem thuis is dat niet het geval. Terwijl uit de radio een vrolijke merengue klinkt, eten we er chivo (geit) met yuca en drinken er bier bij waarvan het merk ons direct herinnert aan de belangrijkste politieke factor van het land: Presidente.

Wie Dominicaanse Republiek zegt, zegt Balaguer. Hoewel de meeste Latijns-Amerikaanse landen een zogenoemde presidentiële democratie kennen, is nergens het systeem zozeer aan één persoon gebonden als hier. Zijn woord is letterlijk wet. ""In dit land heerst een gekozen dictatuur'', zegt een buitenlandse priester met een langdurige ervaring in de Dominicaanse Republiek. ""Dat caudillo-achtige zit wel in Balaguer'', erkent een diplomaat. ""Zijn entourage, het regeren bij decreet, de retoriek.''

Regeren zoals Balaguer dat in de Dominicaanse Republiek doet, is vooral regeren via het uitdelen van gunsten en het initiëren van grote, infrastructurele werken die hij onder zijn portret langs de kant van de weg aankondigt met "Ook dit is een klus van Balaguer'. Uiteraard is er kritiek op de spilzucht, vooral als het de aanleg van een supergroot aquarium betreft, en het staatselektriciteitsbedrijf dagelijks de knop omdraait wegens een gebrek aan energie. ""Dat mag wel zo zijn, maar in de eerste maanden na de opening van het aquarium was er geen kaartje voor te krijgen'', vergoeilijkt een buitenlandse diplomaat.

De laatste jaren is met name het monument voor Columbus onderwerp van kritiek geworden. Hoeveel de horizontale vuurtoren de Dominicaanse Republiek kost, schijnt niemand te weten behalve Balaguer zelf. ""Het is een staatsgeheim'', bezweert Gerardo Ayér. ""Onzin'', zegt de presidentiële economische adviseur José Arteaga, ""de kosten zijn publieke gegevens. Nee, ik heb de cijfers niet paraat, vraagt u het even in het kantoor aan de overkant''.

Ook bij de Feestcommissie komt er geen opheldering over deze brandende kwestie. ""U treft het niet'', zegt woordvoerder Tavárez, ""het commissielid die hier alles van weet is toevallig in het buitenland.'' De schattingen van de kosten van het spektakelstuk lopen uiteen van 100 miljoen tot een miljard pesos, van acht miljoen tot 80 miljoen dollar. Oppositieleider Bosch noemt een bedrag van 150 miljoen pesos. ""En het is een mysterie of er nu wel of niet geld van de andere Latijns-Amerikaanse landen is gekomen, bij voorbeeld al in de tijd van Trujillo'', zegt een iets toeschietelijker medewerker van de feestcommissie. Maar ook hij weet het exacte antwoord niet.

Onveranderlijkheid

Onder Balaguer ontwikkelt de Dominicaanse Republiek zich langs twee sporen. Terwijl de rurale armoede en de verpaupering in de hoofdstad Santo Domingo voortschrijdt, heeft de ontwikkeling van het toerisme een grote vlucht genomen. Luxe hotels, geïsoleerde resorts, exclusieve stranden, alles wordt gedaan om de Amerikaanse en Europese toerist en diens dollars het land binnen te lokken, zonder dat die werkelijk met de Dominicaanse Republiek wordt geconfronteerd. Maar ook de toeristenindustrie biedt te weinig emplooi om de verarming tegen te gaan. De Dominicanen verlaten massaal het land waar het staatshoofd de onveranderlijkheid van de dingen belichaamt.

Voor de achterblijvers zal president Balaguer op 12 oktober de vuurtoren ontsteken. Het licht van de schijnwerpers dat uit het nieuwe mausoleum van Columbus opstijgt, dient ter verheerlijking van een verleden waarin vele Dominicanen juist de bron van hun ellende zien. De ontdekking van de Nieuwe Wereld leidde tot de vestiging van een cultuur waarin armoede een sociale functie heeft.

De huidige Dominicanen zijn grotendeels een mengsel van Europese blanken en Afrikaanse zwarten. Hoe blanker, hoe beter, is het onuitgesproken dogma dat de onderliggende gedachte vormt van het Vijf-eeuwenfeest. En hoe blanker, hoe hoger zij op de maatschappelijke ladder staan. Halve Spanjaarden als Balaguer en Bosch dus bovenaan, de pikzwarte Haïtianen onderaan.

Een feest zal het worden in oktober, of de Dominicanen het nu willen of niet. Hun president, dr. Joaqun Balaguer, wil het immers zo. Arme Balaguer. Als hij tegen het einde van zijn politieke carrière - het einde van zijn leven - de lichten van het Faro a Colón ontsteekt, blijft het voor hem donker. President Balaguer is al een paar jaar blind.