Nieuw Sinfonietta mist Markiz te lang

In de serie Robeco Zomerconcerten: Nieuw Sinfonietta Amsterdam o.l.v. Andrew Mogrelia. Solist: Jaap van Zweden, viool. Programma: Charles Ives, The unanswered question; Leonard Bernstein, Serenade voor vioolsolo, strijkers, harp en slagwerk; Samuel Barber, Adagio voor strijkorkest; George Gershwin, Lullaby; John Adams, Shaker loops. Gehoord: 17/7 Grote Zaal Concertgebouw, Amsterdam.

Volgens de Amerikaanse minimalist John Adams mogen de componist en de musici zich in het zweet werken, als de luisteraar daar maar geen last van heeft. Zijn wens ging gisteravond geheel in vervulling: terwijl de leden van Nieuw Sinfonietta Amsterdam onder leiding van Andrew Mogrelia zich in zijn Shaker loops tot het uiterste concentreerden op de minimale verschuivingen in ritme, voelde de luisteraar zich als een baby in een aangenaam schuddende wandelwagen. Er was maar één bezwaar: men mocht niet collectief in slaap vallen. Vreemd genoeg is nu juist niet het minimale van Adams' muziek zo slaapverwekkend, maar juist de veelheid aan kleine gebeurtenissen waardoor men gaandeweg de belangstelling verliest.

Ook Charles Ives werkte met eenvoudige middelen maar zijn muzikale uitspraken zijn van van dien aard dat men in zijn stoel recht overeind schiet. De enscenering van The unanswered question, met een aardedonker podium waarop slechts de trompettist en de vier fluitisten door middel van een spotje zichtbaar werden terwijl de klank van de strijkers vanuit de kelderruimte daaronder opsteeg, was geheel in de geest van Ives' statement: de trompet stelde steeds weer dezelfde vraag terwijl de strijkers als blinde mollen bleven doorspelen. Zij verbeelden "de stilte van de Druïden die niets weten, niets zien en niets horen', aldus Ives. Deze verontrustende muziek blijft je bij als een memento mori: uiteindelijk zullen wij allemaal van deze aardbol verdwijnen zonder het ultieme raadsel te hebben opgelost.

Veel diepzinnigs werd er verder niet geboden en het ensemble leek ook niet in topvorm op deze Amerikaanse avond. Zowel Barbers Adagio als Gerswins Lullaby was mager van klank en saai van expressie. Men kreeg de indruk dat de musici hun zieke dirigent Lev Markiz inmiddels te lang hebben moeten missen.

Gelukkig bracht Jaap van Zweden in Bernsteins Serenade nog wat leven in de brouwerij: met overgave en intense vitaliteit wijdde hij zich aan Bernsteins partituur. Deze romantische en jazzy muziek is Van Zweden op het lijf geschreven en hopelijk krijgt hij met dit werk spoedig een herkansing. Maar dan zal Nieuw Sinfonietta Amsterdam wel eerst wat restauratiewerkzaamheden moeten verrichten.