Nederkoorns hoofdrol bij Fokker is uitgespeeld

Het gevecht over de toekomst van Fokker - wel of niet in zee met het Duitse Dasa - nadert een climax. Maandag heeft beslissend overleg plaats, waarbij voor Fokkers hoogste baas E.J. Nederkoorn niet meer dan een bijrol lijkt weggelegd.

AMSTERDAM, 18 JULI. Erik Jan Nederkoorn (48), topman van de Nederlandse vliegtuigbouwer Fokker, is onzichtbaar geworden op het kleurrijke tableau-vivant van allen die zo langzamerhand iets te melden hebben over de verkoop van het bedrijf aan het Duitse vliegtuigconcern Deutsche Aerospace (Dasa).

Kort geleden was Nederkoorn nog samen met Jürgen Schrempp - zijn evenknie bij Dasa - het stralende middelpunt van de publiciteit over het akkoord tussen beide bedrijven, dat tijdens de luchtvaartshow in Berlijn luister bijgezet had moeten worden. Nu voeren zijn financiële man Hendriksen en Dasa-onderhandelaar Bischoff de gesprekken met de pers en mag Nederkoorn maandag alleen maar aanschuiven bij minister Andriessen (economische zaken), die met Schrempp bespreekt of de onderhandelingen worden voortgezet.

De verdwijning van Nederkoorn van het toneel naar een plaats in de coulissen is precies omgekeerd aan de beweging die zijn carrière tot nu toe heeft gekenmerkt. Nederkoorn is er tot voor kort altijd in geslaagd juist een rol op de achtergrond op te poetsen tot een hoofdrol.

Voor de meeste accountants, zoals Nederkoorn, is het hoogst haalbare de positie van financiële man in een raad van bestuur. Op een vingerteken van de voorzitter mogen zij een technisch vraagje beantwoorden. Nederkoorn slaagde er echter in langs een uitgekiende route de baas te worden bij een van de meest prestigieuze bedrijven van Nederland op de relatief jeugdige leeftijd van 46 jaar.

De advocaat mr. J. Fruytier die veel met hem heeft samengewerkt, onder meer bij het noodlijdende Homburg, heeft wel een verklaring voor dat succes. “Nederkoorn is een charismatisch iemand, die zijn uitstraling heel bewust gebruikt om iets voor elkaar te krijgen. Daarnaast is hij een strateeg, die stap voor stap denkt. Iemand die planmatig een route uitstippelt om zijn doel te bereiken, voor zichzelf en voor zijn onderneming. Een echte schaker die het liefst met wit speelt”, zegt Fruytier met verwijzing naar Nederkoorns passie voor het schaakspel.

Bij mensen die hem kennen heeft het dan ook veel verbazing gewekt dat het akkoord van Nederkoorn met Schrempp zo ongunstig is voor zijn eigen bedrijf Fokker. Onder hen oud-collega V. Franssen bij de Rotterdamse oliehandelaar Transol. “Hoewel ik bij Transol ben weggegaan met een conflict waarin ook Nederkoorn recht tegenover mij stond, moet ik zeggen dat zijn kwaliteiten voor mij als een paal boven water staan. Hij is juist iemand die heel loyaal is met zijn organisatie en voor zijn eigen bedrijf zoveel mogelijk eruit probeert te slepen. Dit akkoord kan ik daarmee helemaal niet rijmen”, zegt Franssen.

Pag 13: "Hij zorgt niet alleen goed voor zijn onderneming maar ook voor zichzelf'; Een rekenaar en een poetser, maar geen strateeg met visie

Nederkoorn werd geboren op 22 augustus 1943 geboren in Haarlem, een provinciaal stadje dat hij min of meer trouw is gebleven. Hij woont op dit moment in Heemstede, de onaanzienlijkste van de goudkusten die de omgeving van Haarlem rijk is. Na zijn schooltijd studeerde hij tijdens zijn werk voor Price Waterhouse aan de Register Accountant Interacademiale Opleiding.

De carrière van Nederkoorn begon in 1969 bij de Brabantse fabrikant van kopieerapparaten Océ Van de Grinten, waar hij tot 1980 zou blijven. De financiële man verbaasde daar zijn collega's door een stapje terug te doen en als verkoop-directeur te gaan werken. Later zei hij daarover later: “Ik wilde gewoon leren verkopen en de commerciële rangen binnen het bedrijf doorlopen”.

De commerciële vaardigheid was een ontbrekend puzzelstukje in de carrière, waaraan Nederkoorn nauwgezet werkte. “Echt een man die heel bewust zijn loopbaan stap voor stap plant en weet waar hij wil uitkomen, echt zeer ambitieus”, zegt Fruytier. Toenmalig Transol-collega Franssen daarover: “Hij is iemand van vijfjarenplannen, waarbij een periode natuurlijk ook wel eens zeven jaar mag duren. Toen hij kort bij Transol zat, merkte je wel dat hij niet van plan was de rest van zijn leven te blijven”.

De grote doorbraak voor Nederkoorn kwam in de Rotterdamse haven, de bakermat van zijn voorganger bij Fokker - Frans Swarttouw -, waar hij begin jaren tachtig verzeild raakte. Jan Onderdijk haalde Nederkoorn binnen als financieel directeur bij zijn bedrijf Transol, een onafhankelijke oliehandelaar die veel schepen bunkerde. “Nederkoorn had daar net als andere accountants natuurlijk veel oog voor cijfers en laat ik zeggen een wetenschappelijke analytische geest, maar tegelijkertijd ook een goede kijk op de handel”, herinnert V. Franssen zich van de tijd dat hij als vice-directeur bij Transol zat.

“Transol had bovendien problemen met allerlei verliesgevende participaties”, omschrijft mr. L. Fruytier - zijn partner in verschillende projecten - de situatie bij Transol die door Franssen als een "puinhoop' wordt aangeduid. Franssen: “Hij heeft die zaken heel rechtlijnig en deskundig gesaneerd”. Fruytier voegt eraan toe: “Met flair en charisma en op de manier van een turn-around-manager, die orde op zaken stelt”.

Nederkoorns ster steeg snel in zijn Transol-tijd. Volgens de gebruiken in de bijzonder gesloten wereld van de oliehandel zwijgen eigenaar Onderdijk en directeur Kämper als het graf, terwijl waarnemers alleen anoniem praten. “Zijn reputatie als financieel deskundige was groot”, weet een waarnemer. Een ander zegt: “Het was goed zakendoen met Nederkoorn, al moest je bij Transol steeds op je tellen passen. De directie onderhandelde altijd bikkelhard en heel slim en Erik Jan was daarop zeker geen uitzondering”.

Spoedig kreeg de man die op de centen moest letten samen met Kämper de feitelijke leiding bij Transol, waar officieel Jan Onderdijk het voor het zeggen had. “Hij veroverde een positie, die ver uitstak boven die van de boekhouder”, zegt Franssen. Een bedrijf dat veel zaken deed met Transol: “Het viel mij op dat Nederkoorn aanwezig was bij gesprekken, waar hij helemaal niet bij hoefde te zijn”

In de Rotterdamse haven wordt dat geweten aan de grote veranderingen in de internationale oliehandel. Het waren turbulente jaren voor de onafhankelijke oliehandelaren, die met succes marktaandeel van de grote oliemaatschappijen hadden afgepakt. Veel bedrijven, zoals Transol, zaten in de overgang van de "natte' oliehandel met reële leveringen naar de "papieren' handel, waarbij voornamelijk termijncontracten werden gekocht en verkocht. “Het vergde veel financiële kennis en ik kreeg de indruk dat Onderdijk daarom steeds meer overliet aan Nederkoorn”.

Tijdens de Transol-jaren, die tot 1988 zouden duren, kon Nederkoorn zich helemaal uitleven in het reanimeren van nagenoeg levenloze of problematische bedrijven. Bij Homburg en Air Holland werd hij een zeer actieve commissaris. “Het geeft mij een sportief genoegen om een bedrijf te helpen opbouwen vanaf het nulpunt”, sprak hij eens vergenoegd. “Het was zijn tijd. De jaren tachtig waren de periode van de saneringen, die financiële experts behoefden. Erik Jan was op dat moment de juiste man op de juiste plaats”, geeft Fruytier als verklaring voor de doorbraak van Nederkoorn als trouble-shooter.

Bij Homburg kwam hij in 1986 samen met Fruytier binnen als commissaris op een moment dat het vleesbedrijf op sterven na dood was. “Samen hebben wij toen - met Gaastra van Vitasol - de financiering weten te regelen ondanks de bepaald niet flexibele houding van de banken. Na driekwart jaar zijn we weer opgestapt, want toen liep de zaak weer”, zegt Fruytier. Dat was geheel conform Nederkoorns filosofie: “Als het eenmaal draait, trek ik mij terug. Ik ben geen filiaalhouder”. Voor Homburg is overigens vorige week surséance van betaling aangevraagd.

Het commissariaat bij Air Holland was een cadeautje voor Nederkoorn van Transol, dat destijds grootaandeelhouder was van het later zo onfortuinlijke luchtvaartmaatschappijtje. “Onderdijk kon absoluut niet overweg met John Block (oprichter Air Holland, red.) en zette Nederkoorn erin”, zegt Franssen. In 1989 vertrok Nederkoorn, die toen al lid was van de raad van bestuur van Fokker, omdat hij het niet eens was met de beursgang van de chartermaatschappij.

Als commissaris van Air Holland kwam Nederkoorn in 1987 in de jongensboekenwereld van de vliegtuigbouw. President-commissaris Langmann van Fokker - oud-ABN-topman en grossier in commissariaten - haalde Nederkoorn met Swarttouw in de raad van bestuur als financiële man. Dat was die dagen geen aantrekkelijke baan, omdat Fokker in grote financiële problemen verkeerde.

Zelfs zijn critici - onder wie ook Pieter Lakeman die nu de overname onder vuur neemt - zijn vol respect over de wijze waarop Nederkoorn in korte tijd orde op zaken wist te stellen. Zijn directe en openhartige aanpak maakte ook indruk bij vooral buitenlandse institutionele beleggers, die interesse kregen voor het aandeel Fokker. Door middel van twee claimemissies wist Fokker 330 miljoen gulden van de beurs te halen. De Nederlandse overheid zette daarbij zijn leningen grotendeels in aandelen om - een transactie waaraan de staat het huidige belang van 31,6 procent heeft overgehouden. Fokker werd van een problematische onderneming een kerngezonde vliegtuigbouwer die met name met de F100 grote successen boekte.

De kracht van Nederkoorn lijkt echter tegelijkertijd zijn zwakte te zijn. Gewend als hij is geweest om snel problemen op te lossen en dan weer op te stappen, is hij volgens mensen die hem kennen niet direct de man om op de winkel te passen zoals hij zelf trouwens ook aangaf met zijn opmerking over het filiaalhoudersschap. Fokker had zijn acute problemen opgelost en stond nu voor het probleem om een strategie op de lange termijn te ontwikkelen.

Bekenden van Nederkoorn vinden de koele rekenaar, die zichzelf ooit "een poetser en geen prater' noemde, niet de strateeg met een visie op de toekomst van de vliegtuigbouw. “Hij is de no nonsense man die in turn around situaties op zijn best is en indertijd ook bij Fokker de juiste man op het juiste moment was, maar dat wil niet zeggen dat hij nu ook nog de juiste man is”, zegt Fruytier voorzichtig. Een zegsman uit de Rotterdamse havenwereld heeft het idee dat Nederkoorn net "dat extra stokje mist voor een algemeen directeur'. Volgens een luchtvaart-ingenieur breekt het Nederkoorn op dat hij weliswaar de markt goed kent maar weinig affiniteit heeft met de vliegtuigbouw.

Uit krantenknipsels valt echter wel degelijk een soort visie te destilleren, die echter opvalt door een zekere oppervlakkigheid. “Natuurlijk kun je niet onder internationale samenwerking uit...Kijk nu eens naar de Fokker 100...De inbreng van Fokker is 40 procent. Verder zitten er Duitse, Britse, Spaanse en Amerikaanse onderdelen in. We werken al lang met buitenlandse partners die de risico's en de winsten delen”, nam hij in 1989 in een interview een voorschotje op een fusie met een redenering die dezer dagen ook veel is te horen uit de monden van Dasa en Fokker.

Daarbij kon het Nederkoorn wat minder schelen hoe Fokker een eventuele samenwerking zou ingaan. “Of Fokker in de huidige vorm over 5 jaar nog bestaat, vind ik geen spannende vraag. Belangrijk is dat wat Fokker nù is, dan nog bestaat. Als Fokker maar een gezonde basis heeft”, zei hij drie jaar geleden enigzins cryptisch. Die uitspraak tekent zijn zeer pragmatische instelling en tegelijkertijd zijn gebrek aan chauvinistische sentimenten en openlijk beleden emoties. Daarin openbaart zich het grote verschil met zijn flamboyante voorganger Swarttouw die vorige week aftrad als commissaris tot ontzetting van veel betrokkenen.

Zelfs de huidige vrijage met Dasa - dochter van Messerschmitt-Bölkow-Blohm (MBB), thans evenals Dasa onderdeel van Daimler-Benz - heeft zijn sporen in het verleden. Nederkoorn ook in 1989: “Eind 1987 had je heel Fokker voor 100 à 150 miljoen gulden kunnen kopen. Ik begrijp nog steeds niet dat Messerschmitt-Bölkow-Blohm dat toen niet heeft gedaan”.

Toch valt het ongelukkige contract met Dasa ook met deze uitspraken niet helemaal te rijmen, want geen Fokker-directeur kan het aangenaam vinden aan een al dan niet Duitse leiband te lopen; zeker een ambitieuze manager als Nederkoorn niet. “Het enige wat ik kan bedenken is dat Nederkoorn al wat verder denkt en iets weet wat wij niet weten. Hij is wel iemand die niet alleen goed voor zijn onderneming zorgt maar ook voor zichzelf”, zegt Fruytier terughoudend. Franssen is iets stelliger: “Ik denk dat Nederkoorn bezig is met de volgende stap in zijn carrière, waar die stap dan ook gezet wordt”.