Het jaarlijkse ministerloze tijdperk breekt op 30 juli aan

DEN HAAG, 18 JULI. Als eind juli of begin augustus iets verschrikkelijks gebeurt, is er een grote kans dat het Nederlandse volk zal worden toegesproken door minister Maij vanuit haar vakantieadres, ergens in Nederland. Vanaf 30 juli is er korte tijd geen enkele minister meer in Den Haag.

In de laatste week van juli vertrekt minister Van den Broek als laatste uit de residentie. Hij gaat de dertigste voor een dienstreis naar Slovenië. Tot premier Lubbers, over wiens vakantie erg geheimzinnig wordt gedaan, in de loop van de eerste week van augustus terugkeert op zijn post, is er niemand van het kabinet in Den Haag aanwezig. Op 10 augustus zullen de kabinetsleden weer present zijn, want drie dagen later begint het begrotingsoverleg.

Twee jaar geleden werd minister Andriessen (economische zaken) beroemd als minister van dienst toen Irak Koeweit binnenviel en hij als enig overgebleven vertegenwoordiger van het kabinet de Nederlandse bevolking gerust mocht stellen vanuit de achtertuin van een vakantiehotel in het Veluwse Leuvenum.

De meeste ministers gaan overigens lang met vakantie deze zomer. Zeven van de veertien blijven maar liefst vier weken weg van hun ministerie, al is afwezigheid voor sommigen een relatief begrip. “De stukken blijven voorlopig gewoon haar kant op gaan hoor”, meldt het ministerie van verkeer en waterstaat.

Ook minister d'Ancona van WVC zal tijdens haar vakantie nog “een paar klusjes” verrichten. De ministers Van den Broek (buitenlandse zaken) en Pronk (ontwikkelingssamenwerking), die de meeste dienstreizen maken, hebben de kortste vakantie. Pronk heeft volgende week een weekje voor zichzelf, voordat hij veertien dagen voor werkbezoek naar Tanzania gaat. En minister Van den Broek hoopt tussen zijn bezoek aan Slovenië en een officiële visite aan Salzburg door tijd te vinden voor drie dagen rust.

Ooit, in 1967, is er een officieel besloten dat er tijdens de vakanties altijd ten minste drie ministers aanwezig moeten zijn, maar dat wordt vrijwel nooit meer nageleefd. Die beslissing werd genomen nadat er tijdens de zomervakantie een probleem was ontstaan met de Chinese zakengelastigde, die bij een moord betrokken zou zijn. Minister Diepenhorst van onderwijs was de enige minister in Den Haag en hij belde minister Luns om te vragen wat hij ermee aan moest. De telefoonlijn met Togo, waar Luns toen verbleef, was echter zo slecht dat Diepenhorst ten onrechte uit de woorden van Luns opmaakte dat hij de Chinese diplomaat moest uitwijzen. Grote diplomatieke opschudding was het gevolg.

“Er is altijd wel iemand bereikbaar hoor. En we hebben alle vakantie-adressen paraat” is de laconieke reactie van het ministerie van algemene zaken, dat een en ander moet coördineren.

Volgende week fungeren Van den Broek (terug uit Indonesië) en Andriessen als ministers van lopende zaken. Tassen vol stukken stromen dan iedere dag uit de elf andere ministeries naar hen toe. Hier tekenen, excellentie! Een paar uur per dag zullen zij eindeloos veel kleine besluiten fiatteren die in de Nederlandse bureaucratie nu eenmaal door de handen van een minister dienen te gaan, al doet het er kennelijk niet toe welke. Verder zijn het deze weken rustige tijden. Belangrijke zaken worden doorgeschoven.

Oud-minister J. de Koning, minister van 1978 tot 1989, herinnert zich van zijn vele vervangingsdiensten slechts dat hij ooit ging kijken naar een boom in zijn woonplaats Voorschoten. Hij had weliswaar het kapverbod van die boom keurig getekend, maar hij wilde toch wel eens zien waarvoor hij eigenlijk verantwoordelijk was.