HCS beticht vroegere directeur van fraude

ZUTPHEN, 18 JULI. Een greep uit de kas van het noodlijdende HCS van 1,7 miljoen gulden. Dat is de “dringende reden” voor het ontslag met onmiddellijke ingang voor directeur E. van den Boogaard, dat tijdens een vergadering op 29 juni door de (groot)aandeelhouders werd goedgekeurd. Dat zei HCS-raadsman mr. M. Josephus Jitta gisteren tijdens een kort geding voor de Zutphense rechtbank.

Het geding was door Van den Boogaard aangespannen tegen zijn vroegere werkgever. Hij ontkent de beschuldiging. Hij wil HCS dwingen zich te houden aan een opzegtermijn van zes maanden. Op grond daarvan meent hij nog enkele tonnen (waaronder salaris) van het bedrijf tegoed te hebben. HCS bestrijdt dit en kwam met een tegeneis van ettelijke miljoenen guldens voor de dag.

President-commissaris van HCS ir. J. van Engelshoven bleef tijdens de vergadering in juni vaag over “de dringende reden” voor het ontslag. Volgens mr. Josephus Jitta wilde HCS Van den Boogaard de kans geven de eer aan zichzelf te houden. De 1,7 miljoen gulden waarmee Van den Boogaard zich ten koste van HCS zou hebben verrijkt, zouden zijn voortgekomen uit een omstreden optiezaak. Het ging om opties van Van den Boogaard die ten onrechte niet in de jaarverslagen waren opgenomen. Hij heeft volgens Josephus Jitta de zaak zo afgewikkeld, dat er voor hem 1,7 miljoen gulden overbleef en 800.000 gulden aan een derde ten goede kwam. HCS wil dat Van den Boogaard behalve de 1,7 miljoen gulden ook een rekening courant van 550.000 gulden en een geldlening van 1,5 miljoen gulden terugbetaalt. Deze lening houdt verband met een zekerheid voor Van den Boogaard. Hij zou bij een onvrijwillig vertrek een vergoeding kunnen incasseren. De ex-HCS-topman maakt aanspraak op deze gouden handdruk.

Van den Boogaard is, zo zegt zijn raadsman Van Vlijmen, “witheet” over de beschuldigingen. De commissarissen stellen dat zij Van den Boogaard direct na de ontdekking van de feiten op 1 april hebben geschorst zonder behoud van salaris, iets wat volgens Van Vlijmen wettelijk niet kan. Volgens hem waren de commissarissen en accountants van alles op de hoogte.