De waarde van nationale trots

Fokker wellicht in Duitse handen, Volvo Car naar Zweden en Japanners en misschien spuit KLM zijn vliegtuigen in een Brits meerderheidskleurtje.

Toch blijven Nederlandse sentimenten onder het oppervlak. Britten zijn opener wanneer hun Rolls Royce in handen dreigt te vallen van BMW. Het "keep Rolls British' is niet van de lucht. De Britten hebben dan ook slechte herinneringen. In 1986 werd het Britse sportautomerk Lotus verkocht aan General Motors. Nieuwe ontwikkelingen lagen in het verschiet. Daar had Lotus oren naar: een sappig sportwagentje verscheen twee jaar geleden. In Nederland liet de Lotus-importeur zelfs een nieuw pand ontwerpen, want met dit karretje zou zelfs een Nederlander aan een Lotus kunnen worden geholpen. Helaas: GM heeft aangekondigd dat het doek valt voor de Lotus Elan. Het motief: nieuwe rendementsnormen van GM. Vreemd dat de Amerikanen er pas na jaren achter komen dat Lotus niet rendeert. Dat heeft Lotus namelijk nooit gedaan. Zo'n auto maak je voor de nationale trots.

Zouden de Duitsers weten hoe het met Fokker zit? Fokker behaalde de afgelopen vijf jaar een gemiddeld rendement op eigen vermogen van drie procent. Aandeelhouders waren dubbel zo goed af geweest met een staatslening. Wat dat betreft is de nationale trots dus wel wat waard.